zaterdag 8 juli 2017

Hanny Michaelis -- 9 juli 1940

Hanny Michaelis (1922-2007) was een Joodse Nederlandse schrijfster. Haar oorlogsdagboek is onlangs in twee delen verschenen bij Van Oorschot.

Dinsdag 9 juli '40 . Half 10 's avonds
Het toeval kan toch de idiootste ontmoetingen bewerken! Vanmiddag in het zwembad, liep ik net, 'gehuld' in short en plastron, over het zonneveld, uitkijkend naar een geschikt ligplaatsje, toen ik toevallig een troepje jongens zag zitten, waarvan één me recht aankeek. Ik had er nauwelijks erg in, maar plotseling dacht ik: 'Hé, die jongen lijkt op Martien!' Een ogenblik keken we elkaar tegelijkertijd vluchtig aan, maar toen ik mijn ogen afwendde, wist ik dat jij het werkelijk was en dat je me had herkend. Ik schrok toch even en mijn hart bonsde plotseling van emotie. Toen ik in de zon lag, met mijn rug naar jullie toe, werd ik me ineens bewust van een vreemd, verward gevoel. Het was geen opnieuw opduikende verliefdheid, het had eerder iets van een diepe, verwonderde ontroering. En de hele tijd, dat ik daar ogenschijnlijk rustig en onbewogen lag, was het of ik je ogen in mijn rug voelde. Even later kwam Pietje er zowaar ook nog aan, groot, stoer, goed gebouwd (heus!) en nog altijd met datzelfde onverschillige air. Toen de hele troep opstond en wegging, kreeg ik gelegenheid om je figuur te zien. Je bent verwonderlijk goed geproportioneerd, met rechte schouders boven een bruin verbrande rug, verder ben je smal in de heupen en je benen zijn recht, lang en goed van vorm. Je zou beslist een van de meest goed gebouwde jongens zijn, die er in het hele zwembad rondlopen, als je niet zo ellendig scheef liep. Vroeger dacht ik datje kromme benen had, maar het blijkt ergens anders aan te liggen. Misschien is je ene been iets langer dan het andere, zoiets leek het me te zijn. Maar het is natuurlijk ook mogelijk, dat het aan een soort onverschillige nonchalance ligt. Je was overigens weer ongehoord knap en je had nog dat zelfde kinderlijke van vroeger. En ineens schoot me te binnen, dat Greetje me gisteren vertelde, dat je met een beeldig meisje op de tenniswedstrijden was verschenen (waar je overigens vies op het kopje hebt gekregen). Toen ze het zei, had ik aldoor het vage gevoel, dat ze loog, het klonk zo onecht. Maar het kon me trouwens niets meer schelen, nu ben ik er wel voorgoed overheen. Hoewel ik vanmiddag toch weer, ondanks mezelf onder de indruk van je knappe, naïeve gezicht kwam.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen