zondag 30 juli 2017

Willy Uhlenbeck-Melchior -- 29 juli 1911

• In de zomer van 1911 bestudeerde de Leidse taalkundige prof. dr. C.C. Uhlenbeck de taal van de Blackfeet op hun reservaat in Montana. Zijn echtgenote, Willy Uhlenbeck-Melchior (1862-1954), vergezelde hem en hield nauwgezet een dagboek bij. Het is gepubliceerd als Bij de Blackfeet in Montana in 1911. (Bespreking van het boek hier).

Zaterdag 29 Juli
Om 7 uur sta ik pas op. Dat is te laat. Wij gaan ontbijten en vinden Tatsey in een uiterst slechte stemming: er is "something wrong with a cow". John heeft zijn "plicht" niet gedaan. De koe van een anderen indiaan is in vergissing geslacht: dat zal Tatsey geld kosten. Wij gaan naar onze tent terug en wachten en wachten, maar Tatsey komt niet. Uhlenbeck is lang niet in een goed buitje. O, dat wachten op je interpreter! Wij gaan eten. Tatsey eet met ons: er is veel en lekker eten, weer rundertong in een sterk contrast met de leerachtige, dunne vleeschlapjes van gewoonlijk - er zijn ook perzikken en peren uit blik, ja er is rijst en brood!! Wat een overdaad! Over een paar dagen is er weer zoowat niets. Uhlenbeck zegt tegen Tatsey, "John moest maar bij mij komen, als jezelf zaken hebt", maar antwoordt Tatsey: "maak je niet ongerust Professor, om 1 uur zal ik er wezen en dan werken wij in een stuk tot 6 uur door, dus 5 uur achter elkaar!"
Op ons verzoek komt Tonny - Tony zegt hijzelf - binnen. Hij is dat prachtige indianenkind met den half bloote borst met de gitzwarte haarvlechten en het schuwe, aantrekkelijke uiterlijk. Even maar blijft hij binnen om wat suikergoed te krijgen. Hij was het, die ons den eersten dag voorbijrende, de handen voor de oogen houdend. Daarna komt het "veulen" kind voor onze tent. Hij ook krijgt een paar suikertjes. Het jongetje is zeker zoo kwaad niet, maar toch is het niet aan te zien, zoo als hij altijd weer het heel jonge veulentje berijdt. Tatsey is er om 1 uur & ook Jim Blood komt luisteren. Ik geef Jim nu weer tabak en suikertjes en hij zegt tegen Tatsey "dat hij nog een blanke vrouw heeft gezien, die zoo vriendelijk tegen de indianen was." Tatsey zegt dan nog tegen mij: "He thinks you are wonderfull." Wat ben ik blij met deze lof. Zal ik er in slagen om vriendschap met ze aan te knoopen en zullen zij onze tent eerder zoeken dan vermijden! Jim speelt wat met stukjes lucifers op den grond en deken: het is of hij ze als soldaatjes wil laten marcheeren. Wat waait het nu weer ontzettend hart & wat stuift het! En vanochtend heel vroeg was het zoo prachtig stil. Jim is ordelijk. Alle lucifersstukjes zoekt hij op en gooit ze stuk voor stuk buiten de tent. Ook de kisses papiertjes gooit hij netjes naar buiten. Dit is lastig van dit nieuwe soort suikergoed. Die leege papiertjes liggen overal around.



Precies tot 6 uur werkt Uhlenbeck met Tatsey door. Dat was een harde achtermiddag maar geen kwartier geeft Uhlenbeck cadeau. Tatsey zelf gaat niet naar zijn camp: hij moet "higher up" naar de andere camps voor zaken en heeft zijn supper pas om 10 uur. De maag van een indiaan is een gemakkelijk voorwerp. Wij hebben ons avondeten dus alleen. Tatsey's vrouw en de kinderen zijn ook nu niet binnen. Wij eten dan wat er klaar staat en ik schenk zelf thee of koffie in. In onze tent terug. Walter komt direct met Owl child en zegt Walter: a.s. zondag kom ik den heelen dag werken! Wij loopen wat rond: het weer is somber: zware wolken gaan er over en het is al regenachtig. "I feel lonesome", zegt Walter als het zulk weer is. Die heel verlegen jongen en nog een Jimmy komen in onzen tent. Zij zijn erg verlegen en trekken de gescheurden, vilten hoeden diep over de oogen. De jongens weten niet hoe oud ze zijn en zijn uiterst schuw. Wij gaan maar vroeg naar bed. Op stormwind heb ik gerekend. Op en om de paaltjes heb ik nog wat steenen gelegd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen