dinsdag 4 april 2017

Rutka Laskier -- 5 april 1943

Rutka Laskier (1929-1943) was een Pools meisje dat in een Duits concentratiekamp om het leven kwam. Ze hield in de laatste maanden van haar leven een dagboek bij.

20 III 43
Vandaag ben ik tewerkgesteld. Op maandag moet ik al om 6.30 in de fabriek zijn. Verdorie. 6.30 is vreselijk vroeg, was het nu nog zomer, dan was het nog te doen geweest. Ik ben benieuwd wat voor werk ik zal krijgen ?... Het is de bedoeling dat ik morgen Tolek zie, daar verheug ik me erg op. We mogen alleen nog in de [...] en Gzichowa komen. Saai hoor. Op die twee straten hangen honderden jongens en meisjes rond. Twee bekende plaatselijke grootheden zijn op rooftocht. Op weg naar Micka moet ik door die twee straten. Dat is ontzettend vervelend. Die snotapen kleden ieder passerend meisje uit en taxeren haar. Ik loop zo snel als ik kan voorbij, toch blijven mij opmerkingen over mijn benen en gezicht niet bespaard. Ik word er niet goed van, misselijk en beroerd ... Ik weet nog dat Lolek B. net zo naar me keek. Dat is hoogst onaangenaam; zulke keuringen. Ik ben benieuwd hoe Tolek eruitziet. Ik kwam donderdag Janek tegen, toen ik onderweg was naar Hala. We moesten dezelfde kant op, dus ik kon hem niet ontlopen. Ik kan hem niet uitstaan.

5 IV 43
Ik ben dus al aan het werk. De dagen verstrijken zo eentonig en grijs. Ik werk van 8-2. Het is best te doen, erg makkelijk werk. Het gaat daar wel. Ik voel me vreselijk moe, ik zou de hele tijd wel willen slapen. Ze hebben Jumek weggevoerd. Mietek is bij hem geweest en hij heeft me zijn groeten teruggedaan. Ik heb erg met hem te doen. Hij was een toffe kerel. Ik heb geen zin meer om te schrijven.

24 IV
Het is al zomer. Ik heb nu moeite om in de 'shop' te zitten. De zon schijnt zo mooi, buiten staan de appelboom en de vlier in bloei, en jij mag in die bedompte, stinkende kamer zitten naaien. Verdomme ... Ik was deze week in Srodula twee dagen bij Suma. Ik heb een erg mooie jongen ontmoet en de kennismaking hernieuwd met een neef die ik al zeven jaar niet meer had gezien. Die twee dagen waren zo voorbij. Ik wilde gewoon niet meer terug naar huis, maar ja... In de stad is het al leeg, bijna iedereen woont nu in Kamionka. Wij gaan deze week waarschijnlijk ook verhuizen. Voorlopig verveel ik me stierlijk, ik ijsbeer maar wat in de kamer, ik heb niets te doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen