zondag 9 april 2017

A. Moonen -- 8 april 1971

• Schrijver A. Moonen (1937-2007) publiceerde in zijn debuut Stadsgerechten (1977) dagboeknotities over vooral zijn seksleven.

8 april 1971
Donderdagmiddag 1 uur. Afgezien van de spijsresten die de reisgenoot soms tegen mij aan spuwde en de groene bullebak welke ik uit zijn neus op een prentkaart zag vallen was er onderweg weinig reden kotsmisselijk te vluchten.
De eerste vier uren van de treinrit vlogen om, het laatste uur duurde lang. De reisgezel had het druk met snoepen, eten, spuwen, morsen en kakelen. Hij veegde de coupévloer met een stuk krant.
We werden door de gastheer om twee uur smiddags afgehaald. Een lange ekonoom die ik vaag kende. Vervoer per taxi naar het hotel. In uiterst enge lift naar de vierde etage. Kamer 45, vijf bij zes, twee brede eenpersoonsbedden naast elkaar, groen bloemetjesbehang, rood-geruite gordijnen, schuifspiegelkast, nog een kamertje + bed. Badkamer met wasbak, wc, ligbad en bidet. Nog nooit zo vaak op een bidet gezeten.
Alledrie naar buiten. Op een terras poetst een neger zingend mijn bruine schoenen. De ekonoom geeft enkele munten.
Er volgen dagen van vaak onder de grond zijn, door donkere tunnels naar plaatsen van bestemming.
De tweede dag snij ik vakkundig in wijs- en middenvinger van mijn linkerhand. In een restaurant schoot een mes uit op stuk stokbrood. Ze hadden daar een dag tevoren de messen laten slijpen. De bazin bracht me dichtbij naar een dokter. De ekonoom ging mee. Vreemd dat ik geen pijn had. Wel viel ik bekant flauw. Zeker van de ether en het bloed. De druppels op de vloer brachten mij in verlegenheid. Snachts kreeg ik kloppende pijn.
We waren ook nog in een metrostation waar werd gepeesd door jongens. Eén had een gele aktetas bij zich.
Na enkele dagen begon ik naar huis te verlangen. De reisgenoot was niet gierig maar wel zeer zuinig. Door de ekonoom werd ik op zaterdagavond meegenomen naar een sauna. Een marokkaan beet in m'n borst. Alle kleurlingen hadden het op mijn kont voorzien. Na drie in-schuivers werd ik preuts en hield een hand tegen mijn hol aan.
Thuis lag de reisgenoot in bed en zijn gebit in een glas water. Etensresten dreven eromheen. Ik waste mij op het bidet en keek naar zijn elastieken kniestukken en lendegordel die op een houten stoel lagen. Iedere dag ragde hij wel minstens tweemaal met een slap pikkie tegen mijn kont terwijl ik ongemakkelijk op mijn buik aan jongetjes lag te denken.
Ik heb een keer toch zeker tien minuten met plakkerige hand rondgelopen na het eten van een pannekoek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen