donderdag 24 september 2015

Coba Jansen -- 25 september 1944

• Coba Jansen (?-1992) was een Nijmeegse die de strijd tussen de Duitsers en de geallieerden van dichtbij meemaakte. Ze hield in de oorlog een dagboek bij.

25 september – 1 oktober
Deze tweede week van het gevecht in Nijmegen is veel zwaarder geweest voor de Nijmegenaren dan de vorige.
Dinsdag tegen de avond had de Fransman twee Engelsen meegebracht, die zich wilden wassen en scheren. De arme kerels hadden dit in geen dagen kunnen doen. Daar opeens een hevig luchtgevecht. Wij allen vlogen in de kelder. En toen was het vreselijke, de Duitsers bombardeerden onze straat. Zij kwamen in drie vlagen over ons huis scheren, telkens bombarderend. De angst voor de Duitse vliegtuigen komt er wel in. Een heel blok huizen, schuin tegenover ons, weggevaagd. En het ergste, verschillende doden. Mien en Cor Verhallen zijn weg van angst. Het was inmiddels donker geworden, maar Mien is niet meer te houden. Zij vluchten in de nacht nog de stad uit, naar Wijchen en dat te voet. “Ga toch mee”, zeggen ze. Maar wij kunnen niet scheiden van ons huis en goed, maar blijven toch wel angstig achter, daar allen weg zijn.
Het schieten gaat regelmatig door. De volgende dag was ieder in vluchtstemming. Het werkte aanstekelijk. Wij wisten niet wat we zouden doen. Wij besloten bij onze boer in Malden ’s nachts te gaan slapen, want wij waren van alle doorstane gebeurtenissen en slapeloze nachten zeer vermoeid.
Donderdag ’s morgens gingen Lida en de Fransman naar huis, eens kijken. Toen zij terug kwamen vertelden zij dat onze buurt ’s nachts hevig Duits granaatvuur had gehad. Ons huis had voor en achter 7 granaten gehad. Wij allen weer vlug naar huis. Het was daar één ruïne. Geen enkele ruit heel. Alles onder puin. “C’est la guerre.” Wij het ergste een beetje opgeruimd en de ramen dichtgespijkerd en ’s avonds doodmoe met onze dekens naar Malden, onder stromende regen en steeds dekking zoekend voor de luchtgevechten. Want Duitse gevechtsvliegtuigen vallen voortdurend de Engelse kampementen aan. De omgeving van de stad is nl. één tentenkamp geworden, waar het tweede Engelse leger in kampeert. Ieder kijkt zijn ogen uit naar de rustige, laconieke Engelsen, zich steeds wassend en scherend of er geen oorlog is. Ieder groepje heeft zijn eigen tent. Het lijkt meer op een padvinderskamp, dan een leger in gevecht. En daar gaan die akelige Moffen nu ook bommen op gooien. Zo blijven wij in het gevechtsfront. Bij die boer lig je met 60 man op stro op een zolder. En ook daar gierden ’s nachts de Duitse vliegtuigen. Ik zei tegen Truus, toen wij ’s morgens na een slapeloze nacht naar huis gingen, “Ik ga ’s nachts niet meer naar Malden. Ik richt ons fijn souterrain en kelder voor woonhuis in en dan gaan wij er niet meer uit. De bommen en granaten zijn overal. Maar dat viel niet mee, want de halve buurt en de hele stad was op de vlucht naar Wijchen etc. Bij de enkele overgebleven buren ging je vragen wat zij deden en die zeiden ook “blijven”. “Waar moeten wij met onze grote gezinnen naar toe?” zeiden mijnheer van Lier en mijnheer van de Meer. Toen kwam de familie van Lier vragen of wij ’s nachts bij hun in de kelder kwamen slapen. Nou, dat namen wij dankbaar aan, want de nachten waren afschuwelijk.
Tegen donker kwamen de rotmoffen weer aan, als gieren op hun prooi, de Waalbrug, loerend. De brug wordt ’s avonds en ’s nachts door de Engelsen met een zwaar rookgordijn afgedekt. Maar ook tegen de schemer kregen de bewoners van onze buurt het te kwaad en dan ging iedereen, die geen stevige kelder bezat, naar een ander, die er wel een had, om er de nacht door te brengen. Zo sliepen bij Hendrik, een eindje bij ons vandaan, 40 mensen in de kelder. En zo gingen wij, meer voor onze rust, nu aar Van Lier. Wij hadden overdag ons beddengoed er al heen gebracht en ’s avonds namen wij onze radio mee, want dat was voor de nieuwsberichten.

Vrijdag 29 september
De volgende dag werden wij uitgerust wakker en gingen direct thuis aan het opruimen van het puin. De enig overgebleven buren, Reijs en Veldhuis, waren ons zeer dankbaar, dat wij thuis bleven en niet gingen vluchten. Het geeft moed als je met meerderen bent.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen