zondag 7 juni 2015

Matthieu Galey -- 7 juni 1980

Matthieu Galey (1934-1986) was een Franse schrijver. Zijn na zijn dood (hij overleed aan ALS) verschenen Dagboek (vertaald door Joop van Helmond) wordt als een literair meesterwerk beschouwd.

7 juni. Amsterdam
Het is vijf uur. De losbol keert huiswaarts, gebroken door zijn arbeid. Maar wat een beloning, deze stad bij het ochtendgloren, donkerroze tegen een bleke, blauwgrijze lucht. Je bevindt je in een nog slecht verlichte Vermeer in een obscure zaal van een of ander museum in de provincie.

Het koninklijk paleis, afzichtelijk, triest gebouw — zelfs nergens een tuintje — met een klein deurtje in de achtergevel, zo'n klein deurtje dat het slechts kan dienen als vluchtweg voor de vorsten in het geval van een revolutie. Ik begrijp best dat de koningin daar niet wil wonen, domweg uit bijgelovigheid.

In de Oude Kerk dragen bepaalde zerken slechts een nummer. Bewonderenswaardige nederigheid. Stel je voor, het laatste oordeel als een lotto...
Dit volk bezit iets vreemds, origineels, onafhankelijks. Uit de kleding, de houding, uit alles spreekt een bijzondere persoonlijkheid, die je niet vindt bij de Belgen, noch bij de Duitsers. Vanwaar dat verschil? Misschien stelt de eeuwenlange geschiedenis die ze achter zich hebben hen in staat niet toe te geven aan conformisme, zoals heel rijke mensen de elegantie van de kleermaker vervangen door de chique van een oud, versleten colbert.

Echt gelukkig deze drie dagen. Hervonden jeugd, hier was ik niet doorzichtig. Wandelend in het Vondelpark vrijdagmiddag, kwam de herinnering aan die tochten naar huis bij me boven, vierentwintig jaar geleden, op de bagagedrager van de fiets van Emar. Halflege banden die heen en weer slingerden over de klinkers van de straten. En vanavond heb ik Emar ontmoet in een bar! Het gezicht nog zeer gelijkend, ondanks de kaalheid, maar opgemaakt als een ouwe hoer — wat vloekte met zijn macho-uitmonstering — en dat opgedirkte gezicht boven een enorme pens zelfvoldaan uitgestald in een T-shirt... Hetzelfde gold voor een andere jongen, die tegenwoordig in een sauna werkt, wiens tatoeage ik herkende — een blauwe vogel op zijn linkerborst — op een ook bij hem in omvang verdubbeld lichaam. Te weten dat hij amper tien jaar geleden danser was.
Waarna ik de avond heb doorgebracht met de charmante Boris, geboren in het jaar dat ik Emar leerde kennen... Recapitulatie: een Fransman... Gérard, 's nachts — de volgende ochtend een kapper uit Nijmegen, 's Middags Boris... en daarna, Aristoteles 's avonds.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen