donderdag 20 september 2012

Menno ter Braak -- 21 september 1939

Tiel, 21 Sept.
Gisteren hier aangekomen na verblijf in Renkum bij de v. H's, wier ceremoniële hartelijkheid in staat is om iemand weer aan de waarde van de cultuur te doen geloven. Gefietst langs Opheusden-Ochten, met het prachtigste landschap vol herinneringen aan 17e eeuwse meesters. Dit landschap pas leren zien door die meesters. Weinig ‘contact’ met de oorlog; het apocalyptische ondier heeft te Dantzig gebruld, maar ik heb het niet gehoord en alleen de conclusies in de kranten gelezen. Zijn stem moet ‘mat’ hebben geklonken.
Ik liep vanmorgen door dit stadje rond, waar ik de vorige oorlog meemaakte (meemaakte is veel gezegd). Voor sommige mensen is het verbazingwekkend, als er veel inwoners blijken verdwenen te zijn, veel huizen blijken te zijn opgeruimd na 25 jaar etc. Ik voor mij ben zo gewoon in de categorieën van het ‘vloeiende’ te denken, dat ik mij telkens verbaas, als er nog ergens eenzelfde naambordje is, als ik nog dezelfde wezens tegenkom van vroeger, en soms niet eens erg veranderd. Het semi-permanente karakter van dit alles (de eleastische ‘schijn’ boven de heraclitische ‘werkelijkheid’) is het eigenlijk-bekoorlijke van deze wandelingen. Panta rei: maar de heer Stolk woont nog precies waar hij vroeger woonde. Hij is nog, hoewel hij wordt gestroomd. En ook dit huis is nog het huis van de vorige oorlog; het is, alsof het in twintig jaar niets gedaan heeft dan wachten, tot ‘het’ opnieuw zou beginnen. Mijn tante breit weer sokken voor militairen; alleen de radio, waaruit alle nieuwsberichten worden getapt, is een novum.
Het krekelblaadje hier aangetroffen, n.b. naast Rauschning! Dit abstracte gezwam van een verbalist is alleen maar komisch, als men het met de ‘werkelijkheid’ vergelijkt. Maar zulke ‘beschouwingen’ maken indruk op dezelfde geesten, die zich geestelijk herbewapenden en Hitler door hun instinctloosheid groot lieten worden. Zij zullen ook door niets te genezen zijn en alleen ‘de prullemand der historie’ zal hier uitkomst brengen.
Het ‘verraad’ der Sowjets en de ‘heldenmoed’ der Polen. Men ‘tast nog in het duister’ over de bedoelingen der Russen, en dus zullen de gelovige heilstaatmarxisten nog wel weer op adem komen en ‘heilige’ bedoelingen veronderstellen bij Stalin c.s. Zij willen uiteraard niet zien, dat een ‘heilstaat’ niet als een hyena van het slagveld optreden kan, zelfs niet voor het ‘heil’. Alle verwachtingen t.o.v. Rusland waren gebaseerd op een verschil in middelen; theorie b.v., dat de Sowjet-Unie geen imperialistische roofstaat was etc. Deze legende zal in communistische kringen nu wel prompt vervangen worden door de legende van de ‘bevrijde volken’, die onder het Pools kapitalistisch juk zuchtten. Voor gelovigen zijn dergelijke overgangen niets bijzonders om te verteren.
Intussen zijn, zoals W. opmerkte, de gangbare begrippen zo zinneloos geworden en zo confuus, dat men een ineenstorting van de taal zou kunnen verwachten, of het optreden van een messias, die door een verlossend ‘woord’ de hele Hitler-Stalin-rommel van ‘onderdrukte minderheden’, ‘neutraliteit’ etc. zou wegvagen. Zulk een man zou van oude pacifistische en democratische gemeenplaatsen gebruik kunnen maken. De enige realiteit is de moed, waarmee Warschau zich verdedigt tegen een overmacht. Ik zou mij zoiets alleen kunnen voorstellen, wanneer ik i.p.v. Warschau zette: Amsterdam.


Menno ter Braak (1902-1940) was een Nederlandse schrijver. Na de Duitse inval in Polen (1 september 1939) hield hij een maand lang een journaal bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen