zondag 29 juli 2012

Paul van Vliet -- 30 juli 1977

Vrijdag
Vandaag word ik getekend door Francien van Westering. Zij heeft in de herfst een tentoonstelling van portretten. Zij wil mij ook ophangen.
Toen ik klein was, ben ik vaak getekend door mijn vader. Ik vond dat vreselijk, maar als ik braaf stil zat, kreeg ik een reep. Ik had daar toen veel voor over. Van Francien krijg ik geen reep, maar ik moet wel stil zitten. En ik moet mijn best doen, zegt ze. Ik mag niet ongeïnteresseerd kijken. Ik moet mij openstellen. Een dicht gezicht levert niks op. Om de paar seconden kijkt ze mij onderzoekend aan en vertelt krassend wat ze ziet. Ik word nieuwsgierig. Maar ik mag het nog niet zien. Dat kan ik begrijpen. Als ik zit te schrijven mag ook niemand het lezen. Daarom schrijf ik in het begin klein en onleesbaar. Je mag er nog niks van zeggen.
Francien vertelt over haar vak. Een portret tekenen is een gok. De techniek laat haar nooit in de steek. Dat is een zeker gegeven. Maar de interpretatie is gevoelsmatig. Daar zit de onzekerheid. Of ze kan vangen wat ze los van de naakte lijnen ziet. Francien zegt dat ze pas goed gaat als ze zichzelf kan uitschakelen. Als iets onbewusts het van haar overneemt. Als ze het kan overlaten. Na afloop kijken we samen naar wat er die dag is ontstaan. Het lijkt. Zonder twijfel. Of ik het ook bén, weet ik niet. Dat doet er ook niet toe. Het is de visie van Francien van Westering. Zij zegt dat ik voor haar ben, wat er op het papier te zien is.
Na de voorstelling heb ik trek. Dat is een probleem tegenwoordig. Waar moet je naar toe? Het is de enige tijd van de dag dat ik echt honger heb. Maar de koks gaan om half tien naar huis. Allicht. Zij hebben ook recht op een vrije avond. Maar het is wel jammer. Daardoor ben je aangewezen op de automatiek. Of op de snacksalon met de kleine spijskaart. De saté met pindasaus uit vacuümpak. De vleeskroket, de bal gehakt. Of de ijskoude, zure melange, die onder de noemer 'huzarensalade' of 'russisch ei' steeds in het trouwe gezelschap van een schijf augurk en drie zilveruitjes wél nadrukkelijk de lege maag vol stampt, maar niet de behoefte bevredigt aan het smakelijk samenzijn waar je op dat moment zo naar verlangt.
Dit assortiment komt altijd uit de diepvries en zit verpakt in kar-tonnen dozen met etiketten, die de inhoud omschrijven in het groothandelsenkelvoud van: 100 Bitterbal, 200 Nassi-stick. Een enkele restaurateur wil na elven nog wel es zelf in de keuken gaan rommelen.
Maar dat zijn meestal eigenaren van oude familiebedrijven. En die gaan één voor één, maar onontkoombaar failliet. Charcoal op de Denneweg is tot één uur open, gelukkig.


Paul van Vliet (1935) is cabaretier. In 1977 hield hij voor NRC Handelsblad een 'Hollands dagboek' bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen