zaterdag 4 maart 2017

Maarten 't Hart -- 4 maart 1999

Maarten 't Hart (1944) is een Nederlandse schrijver. In de Privé Domein-reeks publiceerde hij Een deerne in lokkend postuur. Persoonlijke kroniek 1999.

4 maart. Uitnodigingen – Vanmorgen bij de post vier uitnodigingen. Een brief van de vereniging Santpoorts Belang. Of ik op een donderdagavond in november een lezing wil geven in het Brederode Huys. Een brief van professor Koerselman, verbonden aan het Academisch Ziekenhuis te Utrecht, divisie Psychiatrie. Of ik op 25 juni bij het Artis-symposium het thema ‘Haat’ wil belichten vanuit mijn ‘eigen optiek’. ‘Daarbij,’ schrijft professor Koerselman, ‘hebben we natuurlijk uw achtergrond als bioloog in gedachten, maar ook uw persoonlijke visie en ervaring.’ Een brief van boekhandel De Kler in Leiden. Of ik op 10 maart, samen met Martin Ros en Rudy van der Paardt, mee wil doen aan een avond over ‘tien favoriete boeken’. ‘U zou als derde gast,’ schrijft bedrijfsleider Kees Schafrat, ‘wat meer “low profile” kunnen participeren.’ Een brief van de 37ste-lustrumcommissie van sociëteit Minerva. Ze willen een tentoonstelling inrichten over het onderwerp Maskerades. ‘Bij een tentoonstelling hoort uiteraard een catalogus,’ schrijft de commissie. Of ik daaraan een literair gedeelte wil bijdragen. ‘Gezien uw talent als schrijver en uw kennis van geschiedenis en Leiden dachten wij direct aan u. U heeft alle vrijheid de inhoud van het verhaal naar eigen inzicht in te vullen. De enige beperking is dat uw bijdrage niet meer dan 20 pagina’s (A4) mag beslaan.’ Verderop zegt de commissie nog: ‘Zoals u zult begrijpen hebben wij weinig geld te bieden. Wij zijn dan ook niet in staat u een hoge vergoeding te geven.’ Tot slot de mededeling: ‘het is van belang dat medio april uw verhaal bij ons binnen is’.
Ach, het gaat hier slechts om 20 pagina’s a4. Wie ben ik om voor zo’n futiele bijdrage enig geld te verwachten. Twintig pagina’s, dat schud ik toch zo uit mijn mouw?
Amper heb ik deze brieven bestudeerd, of de faxen komen zachtjes zoemend uit mijn Brother 570. Een fax van TV Rijnmond. Willen een special maken over het Bibliotheektheater te Rotterdam. Of ze mij zaterdagmorgen 6 maart een ontbijtinterview mogen afnemen in Hotel New York. Een fax van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Of ik in mei een college wil verzorgen over het schrijven van essays. Een fax van het programma Het Lagerhuis. Of ik a.s zaterdag daarbij juryvoorzitter wil zijn.
Terwijl ik de faxen nog bestudeer wordt er gebeld. Aan de deur een medewerkster van het psychogeriatrisch centrum Mariënhaven. Uit een koffertje haalt ze de Mariënbode. Of ik daarin een column wil schrijven. Slechts één A4-tje. Aangezien die medewerkster niet alleen Janny heet, maar mij ook sterk aan Janny Dienske doet denken, zeg ik dadelijk toe. (Onder haar eigen voornaam komt Janny Dienske voor in Het woeden der gehele wereld.)
Telefoon. Een redacteur van de NRC. Of ik, in verband met het feit dat binnenkort de film Een vlucht regenwulpen zal worden uitgezonden, op de televisiepagina een stukje wil schrijven over mijn visie op de verfilming van mijn boek.
Nog een telefoon. Een dame die mij een stukje wil ontfutselen voor een tuinblad. Hoe heviger ik tegenstribbel, hoe vasthoudender ze wordt. De enige manier om van haar af te komen is zeggen: belt u volgende maand nog maar eens.
Nog een telefoon. Een redacteur van de Havenkoerier die een interview wil maken over De vlieger.
Ondertussen staan de bok Jozef en het geitje Anna buiten hevig te mekkeren omdat het geleidelijk aan steeds harder begint te regenen. Ze willen dat ik ze naar hun doorzonstalletje terugbreng. Kon ik ze maar opleiden om adequaat op al deze uitnodigingen te reageren. Natuurlijk, het is vererend dat je voor al deze dingen gevraagd wordt, maar toch heeft dit bombardement iets beklemmends. Vooral ook omdat het maar doorgaat, dag in, dag uit. Nu is dit wel uitzonderlijk, maar op twee à drie van dit soort uitnodigingen moet je elke dag wel reageren. Overigens zijn er meestal ook brieven bij van scholieren die een scriptie schrijven en mij twintig vragen voorleggen. ‘Wat was uw bedoeling toen u uw roman Het woeden der gehele aarde schreef.’ Toen ik zulke brieven nog beantwoordde, schreef ik terug: ‘Mijn bedoeling was een roman te schrijven.’
In zulke scholierenbrieven staat ook altijd de mededeling: ‘Graag de antwoorden voor volgende week maandag, want woensdag moet ik m’n scriptie inleveren.’
Overigens ligt er ook nog een brief van de VARA waarop ik nog niet gereageerd heb. Of ik hoofdpersoon wil zijn in een aflevering van De show van je leven. Ik met Astrid Joosten? Ik word bijna onpasselijk bij de gedachte daaraan.

Vanavond een man en een vrouw aan de deur. Broer en zus. Hun vader was overleden. Het laatste boek dat hij op zijn sterfbed had gelezen was Het woeden der gehele wereld. Dat had hem nog opgemonterd. Daarom vonden broer en zus dat ze mij namens hem alle orgelplaten uit zijn lp-verzameling moesten aanbieden. Een reusachtige stapel platen werd vervolgens het huis ingedragen, waaronder J. S. Bach, L’Oeuvre pour Orgue, Marie Claire Alain. Vijfentwintig langspeelplaten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen