woensdag 16 april 2014

Vilgot Sjöman -- 17 april 1961

Een week na de eclatante première van The rake's progress bekijk ik de etsen van Hogarth aan de muur van de eetkamer in het huis van Djursholm.
- Als je eens wist hoe vaak ik daarnaar gekeken heb, toen ik met The rake bezig was.
Alles is goed op elkaar afgestemd in het huis: kleuren, behang en stoffen. Wel hebben ze onenigheid gehad over de gebloemde kussens, toen ze hun huis inrichtten: Ingmar verdedigde zijn hartstocht voor soberheid, Käbi haar onverbeterlijke liefde voor dingen die de zinnen strelen; die strijd hoort nu tot hun anekdotenverzameling.
Vandaag zijn de eindexamens van de middelbare school in Djursholm afgelopen: zojuist passeerde een lawaaierige stoet van nieuwbakken studenten. Nu ligt de wijde vlakte stil in de nevel van de zonsondergang, en niemand heeft eigenlijk veel zin dit uitzicht op te geven. Käbi heeft vrijdag een concert voor de Concertvereniging, waar ze een pianoconcert van Gösta Nyström zal spelen; ze moest eigenlijk naar binnen gaan om te repeteren. 'Ik ga zo', zegt ze lachend, 'dadelijk, heus'; en het gesprek springt van de hak op de tak. Jaloezie. Personen tot wie je in een zekere relatie staat. (Ik noem de mensen op door wie ik het liefst geprezen zou willen worden). Wraakzucht. (Ingmar vertelt hoe bevrijdend het werkt je vijanden in je fantasie te vermoorden, door in een film hun karikatuur te tekenen). Kunstbeoefening. Käbi zegt dat er 'beslist grenzen zijn aan wat een kunstenaar kan presteren', maar dan schudt Ingmar zijn hoofd:
- Dat geloof ik niet. Ik geloof dat de capaciteit van de mens fantastisch groot is en geestelijk tot in het oneindige kan uitdijen.
Laat op de avond wordt er gebeld. Beiden schrikken. De bel nog zo laat? Hier in de stilte? Ingmar verdwijnt, mompelt iets vriendelijks bij de voordeur en komt weer binnen met een ouderwetse, met touwen dichtgebonden reistas in de hand. Een onbekende heeft hem die gegeven: een schizofreen of een manisch-depressieve?
- Je zult zien dat er een kinderlijkje in zit. Of een bom. Een tijdbom.
Ze worden er alle twee opgewonden van: een spel met de angst. Maar als Ingmar de touwen losmaakt rolt hem een heel levensverhaal van een mens tegemoet: stapels papieren die samen een manuscript vormen, foto's, authentieke brieven - iemand schenkt hem zijn leven.
Er ligt een koude mist over de weide als ze me uitgeleide doen. Kilte, vochtige avondlucht en rondom het verlaten station bomen met een broos netwerk van takken, zoals alleen de heel vroege lente te zien geeft. Ik vraag Ingmar hoe ver hij met zijn Sergei-film is.
- Die? O, die!? Nee, die is van de baan.
Pauze.
- Nu ben ik aan iets anders bezig.


Vilgot Sjöman (1924-2006) was een Zweedse schrijver en regisseur. In 1963 was hij assistent van Ingmar Bergman bij de opnames van diens film De avondmaalsgasten. Van die periode hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als L136. Dagboek met Ingmar Bergman.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen