dinsdag 9 oktober 2012

Magdalena van Schinne -- 9 oktober 1787

Veertien dagen na de pompeuze comedie waar ik over heb gesproken, is de Prins (Willem V, red.) in triomf teruggekeerd naar Den Haag, waar hij twee jaar eerder uit was verbannen. Men heeft zich gehaast hem alles terug te geven, wat men hem had betwist en nog meer. Hij is gedragen door het volk, dat zijn paarden had uitgespannen bij het hek van het Bos. Dat schouwspel, de toejuichingen van een ontelbare menigte, die zich op en om zijn rijtuig wierp om hem te omhelzen of in ieder geval een stukje van zijn kleren aan te raken, de ontroering van het volk dat naar hem keek en hem met grote kreten zijn bevrijder noemde, dat zei dat het bevrijd was van de ketenen, waar het zolang onder gebukt was gegaan, vertederde alle toeschouwers, de meest ongevoelige konden hun tranen niet inhouden.
De volgende dag was de vreugde of liever gezegd de uitzinnigheid, algemeen. Het is niet mogelijk er een beschrijving van te geven, je zou gezegd hebben dat het een troep gestoorden was die was ontsnapt uit het gekkenhuis. De vrouwen leken echte bacchanten, het oranje werd overal gedragen, iedereen was ermee getooid, 's Avonds was het nog veel erger, de ruiten werden kapot gegooid op de muziek van tamboer en fluit, verschillende huizen werden helemaal geplunderd, vier of vijf huizen bij ons in de buurt werden ook niet gespaard. Het waren geen kreten van vreugde meer, het waren kreten van bloeddorstigheid, die me ieder moment deden huiveren van, hoewel ik zeker was niets te vrezen te hebben. Het gepeupel had het vrijkorps ontwapend, de sabels schitterden in hun handen en met de geladen geweren werden soms twee of drie schoten gelost midden op straat. De veelheid van mensen die achtervolgd werden zorgde voor afleiding, wat verschillende het leven heeft gered; de volgende dagen waren iets rustiger. De schutterij, die zich voorbeeldig heeft gedragen, en het garnizoen waren dag en nacht onder de wapens. Wij kregen een hele sterke wacht voor de deur, wat me een paar uur rust bezorgde.
Op andere plaatsen zijn de wanordelijkheden nog groter geweest. Bijvoorbeeld in Rijnsburg, waar mijn broer, hoewel men wist dat hij van de goede partij was, meer dan eens de kans liep om vermoord te worden. Hij heeft nog heel wat moeite om de orde te handhaven.
In het algemeen zijn de gemoederen nog lang niet tot rust gebracht, de verschrikkelijke geruchten die men heeft verspreid, verbitteren aan beide kanten, daar komen moorden en wanordelijkheden van allerlei soort uit voort. Utrecht heeft zich bij de eerste sommatie overgegeven, de Rijngraaf met zijn troepen had ze in de steek gelaten, de anderen zijn er vandoor gegaan zoals het uitkwam, en de overwinnaars hoefden maar aan tafel te gaan zitten, die ze gedekt en opgediend hebben gevonden. Ik weet niet of ik het indertijd gehad heb over een brief van de Rijngraaf, weliswaar niet als de zijne erkend, maar waarin men zijn stijl herkende en die een plan bevatte dat te goed was overdacht om niet van hem te zijn. Daarin bood hij zich bescheiden aan om de funktie uit te oefenen van luitenant kapitein generaal in afwachting van een geschikter persoon. Van de 10.000 gulden die men hem per maand bood, accepteerde hij er maar 4000, de rest moest verdeeld worden tussen de vrijkorpsen, generaal Van Rijssel als generaal van de infanterie en ridder de Ternan als generaal van de cavalerie, en de bedenker van dit mooie plan heeft moeten vluchten, vermomd als vrouw en is, naar men zegt, overgestoken naar Engeland. Het is een vreselijke val, na zo mooie, hoopvolle uitzichten.
De verveling overviel me zo de laatste keer dat ik u schreef, dat de pen uit mijn handen viel. Het was dan ook heel slecht bedacht van mijn kant om te beginnen met een ordelijk en uitgebreid verhaal, ik die zo weinig orde en systeem in mijn hoofd heb. Dat heeft me ongeluk gebracht, want sindsdien, ondanks dat ik twintig keer het besluit heb genomen u de veelheid aan interessante gebeurtenissen die zich voordoen, te schrijven, heb ik daar niet in kunnen slagen. Vandaag moet ik u de complimenten voor het nieuwe jaar aanbieden en u zult me wel alle details over de afgelopen tijd willen kwijtschelden.Ik ben vanmorgen opgestaan met een droevig gevoel, waarvan ik de oorzaak niet ken, en dat niet redelijk is, immers het eind van het vorig jaar is heel wat gelukkiger geweest dan wc hadden kunnen hopen, ik ben de hemel heel wat dank verschuldigd.
Ik weet niet wat de toekomst zal brengen. Onze horizon is nooit helemaal helder, de zon komt wel eens door, een gunstige wind verjaagt de sombere wolken weleens die zich boven ons hoofd opstapelen, maar hij verspreidt ze alleen maar, ze dreigen altijd zich weer opnieuw te verzamelen, om op ons hoofd terecht te komen.


Magdalena van Schinne (1762-1840) stamde uit een adelijk geslacht, maar was ietwat aan lager wal geraakt. Van 1786-1795 hield zij een dagboek bij

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen