woensdag 27 februari 2013

Ingenieur, 30 jaar -- 28 februari 1945

Tuchthuis Siegburg - 28 Februari 1945
- Het is een schandaal.
Vroeger heb ik al eens over het revier en lazaret geschreven, over het absoluut onvoldoende zijn. Nu blijkt het. Men is doodsbang in het revier te komen. Revier wil zeggen met 3, 4 man (drie of vier zieken) op een cel, stroozakken waar weet-ik-wie, die weet-ik-wat heeft gehad, opgeslapen heeft, luizen, wandluizen, weinig eten (geen Arbeitstoelage) een waterkruik van 3 liter voor 4 man! Een oude vieze kubel, geen papier. Revier wil zeggen een vuile stinkende cel. Hoe kan men hem schoonmaken, als men alle vier ziek is, als iedereen den heelen dag op z'n stroozak ligt.
Het stinkt want een, of twee man willen 't raam dicht hebben ... ventilatie is er nauwelijks ... en de kubel... Als er geen luizen zijn, komen ze er wel, één man zal toch wel een luisje ergens in een vergeten naadje van z'n hemd hebben ... 1 luis in 'n hemdenaadje, tegen een koortsig lichaam, op een broeierige stroomatras gedurende een paar dagen - een week - is eitjes ... kleine luisjes ... wandelingen ... ander hemd ... ander lichaam.
Als je niet erg ziek bent, word je het wel.
Je celgenooten zijn het. De een heeft griep. De ander, tja? Koorts, misschien is het griep, maar misschien is het ook iets heel anders ... de derde ijlt...
De deur gaat open. Eten! Wie moet het aannemen, de een is te zwak, de ander heeft te veel koorts, de derde hoest zoo... Wie zal de boel afwasschen, opruimen...
Nu heeft men het vraagstuk opgelost. De heele B vleugel revier gemaakt. Prachtig. De vleugel wordt absoluut geisoleerd, dichtgemetseld ... Tadellos!
Maar achter die muur liggen de doodzieken onverzorgd in de kleine cellen, dat blijft precies eender! ... Grossartig! De beambten zijn doodsbang voor de griep. Bij Joop kwam een hoofdwachtmeester ter celinspectie binnen. Wat hij in bed deed, vroeg hij barsch. Griep - Foets, weg was de hoofdwachtmeester...
Voor de 400 of nog meer zieken zijn hoogstens 10 man saniteits-personeel, doch daaronder zijn Dr. Hohn, die slechts 4 × per week komt kijken, knikt, 2 tabletten mompelt en z'n aanteekening in de acten maakt Die nog nooit een cel betreden heeft. Als hij een zieke, een doodzieke wil zien, haalt men de zieke naar hem toe. Hijzelf zit slechts op z'n stoel en kijkt in z'n papieren... Daarbij zijn de lazaretbeambten, die met verbinden, tabletten uitgeven en het regelen van de zaken hun handen vol hebben. Kort en goed, er is geen man teveel, er wordt geen pfennig teveel uitgegeven.
Want daar wringt de schoen.
Waarom is de directeur ‘Ober’Regierungsrat en de Arbeitsinspektor ‘Ober’arbeitsinspector geworden? Omdat ons tuchthuis het rendabelste van heel Duitschland is. Het verdient jaarlijks een paar millioen mark. En daarom krijgen wij kappers en steckruben te eten in plaats van wortels, aardappels, boonen of erwten. Daarom krijgen wij afgekeurd vleesch muffe erwten, jam uit afgebrande lagers, en ander ‘goedkoop’ minderwaardig voedsel. Daarom is Perquin's (de vroegere Hollandse architect) plan om een verdieping op het lazaret te bouwen, en zoo een nieuwe ziekenzaal te scheppen niet uitgevoerd. Daarom is het plan om twee barakken achter het revier te bouwen, een voor zieken, een voor gewonden, opzij gelegd (Booze tongen beweeren, dat het feit, dat de broeikas met 's directeurs planten dan afgebroken of verplaatst zou moeten worden, hier ook een rol bij gespeeld heeft!) Nee, dat ging niet, maar wel bouwde men nieuwe barakken voor de autohalle, men zegt een garage voor een der heeren, een nieuwe muur die Anstalt I en II verbond, maar tja, dat bracht allemaal zijn geld op.
Een zieke man is een schadepost.
Een doode, is een man minder eten, en ... men kan hem afvoeren uit de boeken. Z'n begrafenis betaalt hij zelf...
Toen het aantal dooden zoo aanmerkelijk begon te stijgen en er zoo ontzettend veel zieken waren, en waarschijnlijk wel hoofdzakelijk om deze laatste reden, deze akelige verliespost, werd het eten iets beter, of beter gezegd, iets minder slecht (Overigens zijn deze ‘gulden’ tijden alweer voorbij. Het eten is weer even beroerd als vroeger) Net of dat iets zou helpen!
En nu dit...
Ik ben geen Duitschhater, ik ben er sterk tegen om het Duitsche volk als geheel te ‘straffen’ na dezen oorlog, ik hoop in een rechtvaardige vrede. Maar onder een rechtvaardige vrede versta ik een vrede, waarbij de menschen, die verantwoordelijk zijn voor zulke schandalige nalatigheden, zulke verschrikkelijke toestanden, welke de dood van ettelijke gevangenen tengevolge hebben gehad, zich voor een rechtbank te verantwoorden zullen hebben.

La Cloche [bijnaam dikke bewaker] (over de griepepidemie):
‘Aber jetzt ist es Schluss.’ Afdeeling B wordt heelemaal afgesloten en geisoleerd, alle zieken worden erheen gebracht. Alles wordt daar ‘frisch angestrichen und gekalkt’ (dat zal wel).
Zou je niet lachen, brullen...
Hij zegt het met een gezicht of zoo juist het bericht binnen gekomen is, dat Duitschland een geweldig militair succes heeft behaald.
Ik word woest. Ik zeg hem de waarheid:
‘Tja, nu het te laat is, nu alles geinfecteerd is, nu smijten ze de menschen met 4 man op cellen, isoleeren ze en wachten af hoeveel er van doodgaan. Er hadden vroeger hygienische maatregelen moeten worden genomen, men probeert de put te dempen, nu 't kalf verdronken is.’
‘Maar wie had kunnen weten, dat er griep zou komen?’ probeert hij nog. ‘Ach wat, daarop moet men altijd verdacht zijn bij groote opeenhoopingen van menschen. De eerste besmettelijke zieke moet direct geisoleerd worden, maar wat gebeurde hier: 2 Tabletten, abtreten!’
De stommeling.
Hij springt van de hak op de tak en zegt: ‘Jamaar in 1918 zijn er in Zwitserland meer menschen aan de griep gestorven dan in Duitschland, hoewel Zwitserland niet aan den oorlog deelgenomen had, weldoorvoed was en hier de grootste ellende heerschte, dat geloof je niet, hè?’
‘'t Heeft er niets mee te maken.’
Ik ben woest en ik zal hem krijgen. Ik zeg:
‘Jawel, daar zie je weer aan, dat gezonde, corpulente menschen er het eerst aan gaan!’
Hij verschiet van kleur. Aan deze uitspraak gelooft hij namelijk ook. En hij is corpulent ... ziet er gezond uit. En hij is als de dood voor de griep. Hij zuigt den heelen dag tabletjes. Begint er altijd over te praten. ‘Tja, ik heb er ook geen Ahnung van, ik ben geen dokter’, zegt hij en druipt af.
De lafaard.

Hoe is de epidemie ontstaan?
In de ‘Zellwolle’ heerschte griep, men sloeg er geen acht op tot er zich een sterfgeval voordeed. Toen stuurde men 15 zwaar zieken naar het revier van het tuchthuis! Geen isolatie, nee, eenige dagen later werd de Zellwolle wegens gebrek aan kolen stilgelegd. De mannen van het met griep besmette commando werden over allerlei andere commando's verdeeld...
Een wachtmeester vertelt zoojuist, dat de Kreisartzt zich voor ‘het geval’ is gaan interesseeren. Dat hij gisteren hier geweest is en vanochtend hier weer was. Hij gelooft niet, dat het griep is! Hij wil het onderzoeken, maar men zegt, dat hij vreest voor vlektyphus. In dat geval zouden alle beambten de gevangenis niet meer mogen verlaten, dan zou de heele gevangenis geisoleerd worden!
Vlektyphus, welja, als dat zoo is, zijn we aan de bacillen overgeleverd. Hier zoo'n ziekte, die door de kleerenluis wordt overgebracht, ... hier met die millioenen luizen ... typhus, die geloof ik ook door de ontlasting overgebracht wordt, hier, met die smerige kubels, die spoelcel, de stort, het ontbreken van water op de verdiepingen wegens gebrek aan druk...
Het kan haast niet.
Het is ook waarschijnlijk weer een combinatie van een bericht en een gerucht. (zal ik zoo iets niet een ‘berucht’ noemen?) Al weken geleden liep het gerucht, dat er in Keulen en Bonn vlektyphus was uitgebroken en het komen van den dokter is waar, waarschijnlijk ook, dat hij een onderzoek instellen wil naar den aard van de ziekte, maar de ‘u’ komt in het woord bericht, als men er bij weet te vertellen, dat de Kreisarzt vermoed, dat het vlektyphus is.
Gisteravond sprak ik met Pierre over Joop en hij vond, dat Joop wel nonchalant was geweest t.o.v. z'n celgenooten. Hij had Pierre's deken gebruikt, op z'n bed gelegen, kortom hij was niet zorgvuldig geweest.
Inderdaad is dit zoo.
Toen hij betrekkelijk nog weinig ziek was, deed en liet hij wat hij wilde, zonder erbij na te denken, ging op Pierre's lekker bed z'n middagdutje doen enz.
Later toen hij goed ziek werd, heb ik alles zoveel mogelijk gescheiden gehouden, maar probeer dat eens in een 1-pers. cel met 3 man!
Als ik z'n bed opmaakte, lag hij zoolang op het mijne in z'n deken gewikkeld, anders ging het niet. Overdag had hij mijn deken als extra dekking over zich. Als hij opzat, stopte ik mijn kussen onder het zijne en - hoewel ik hem gevraagd had mijn kussen, dat zachter was dan het zijne niet te willen gebruiken - trof ik er hem op een dag slapende op aan. Ik heb het hem toen laten houden en slaap nu op wat kleeren. Ik weet niet, hoe griep overgebracht wordt, maar een kussen, waarop en waarin men zweet en kwijlt en dat paardenhaar en bergen stof bevat, lijkt mij toch wel een geschikte brandhaard voor bacterien en een mogelijkheid tot het overbrengen der ziekte.
Nu hangt het buiten te wachten op de zon, ik zal het dag of wat luchten en zonnen, dan doe ik er een uitgewassen sloop om en ik ga er maar weer op slapen. Want 't is eigenlijk gekheid. Als Joop een besmettelijke ziekte had, die een ander makkelijk kan krijgen, dan ben ik zeker, dat ik die ook moet krijgen. Ik heb hem gewasschen, geholpen, gesteund, hij heeft als hij opstond of overeind wilde komen z'n armen om m'n hals geslagen, ik heb z'n bed opgemaakt, z'n kleeren uit en aan helpen trekken en op de verwarming gedroogd, kortom ik ben deze dagen wel op duizend manieren met hem in contact geweest. Een keer - toen er sprake van was, dat Hans niet meer zou komen, omdat zijn celgenooten bang waren, dat Hans hen de griep zou overbrengen - vroeg Joop Pierre en mij, of we niet bang waren. Nee, dat niet, maar wel voorzichtig. Dat was eigenlijk, de eenige keer, dat ik over het besmettingsgevaar nagedacht heb. Toen Joop erger werd, heb ik hem zooveel mogelijk geholpen en verder niets.
Ik ben benieuwd hoe hij het in het revier heeft. Kan hij zich behelpen? Ik had den indruk, dat hij 't ergste achter den rug had, maar als hij nu met 3 zwaarzieken tesamen komt liggen en zich zelf moet behelpen...

Ik heb vandaag veel geschreven en heb weinig zin meer in kleine notities. Aan m'n schrift is wel te zien, dat het er hier en daar uitgespoten kwam, 't zat en zit me ook hoog.
Maar goed, hier volgen dan nog wat korte berichten:
Geallieerde opmarsch hier in den omtrek doet de geruchten weer opbloeien als paddestoelen. De hoop op een spoedige bevrijding weer levendig worden. Niemand denkt echter bij een eventueele bevrijding aan carantaine-maatregelen, dat men wel eens voorloopig in kampen geisoleerd kon worden.
De ruiten dreunen af en toe van een ver gedreun, men zegt, dat Keulen beschoten wordt.
Floor is nog steeds Kübler, en heeft een nieuwe theorie bedacht om zijn luizen te verklaren. Z'n pullovertje is O.K. verklaard, en nu verdenkt hij z'n bed.
Alle cellen op onze afdeeling moeten, naar men zegt, met 4 man belegd worden. Zullen we Joop's plaats vrij kunnen houden, of zullen we een nieuwe celgenoot krijgen?
Van Joop geen nieuws, vleugel B hoewel nog niet ‘abgesperrt’, wordt streng geisoleerd gehouden.

De ‘maatregelen’ zullen tot gevolg hebben, dat grieppatienten, uit vrees voor het revier niet meer op de cel zullen blijven liggen, zich ook niet voor den dokter op zullen geven, maar er mee rond blijven loopen tot ze doodziek zijn en ik-weet-niet-hoeveel menschen aangestoken zullen hebben...


* Dagboekfragmenten 1940-1945

dinsdag 26 februari 2013

Frederik van Eeden -- 27 februari 1913

donderdag 27 februari
Bijna een week sints de gruwelnacht [waarin Van Eedens zoon Paul overleed]. Van morgen kwam de eerste uitwendige teegenslag. De tweede opvoering van Lioba was een groot verlies, een leege zaal. Men was dus om de muziek gekoomen. Ik verdroeg deeze deceptie met groot gemak. Om Paul was ik thuis gebleeven en had ik geen repetities meegemaakt. Zoo ontstond de fout om zonder muziek te speelen. Ik kan het dus dragen alsof het om zijnentwille was. En dat is eer verligting dan druk. Ik vond dadelijk energie om er aan te doen wat ik kon, en ik telegrafeerde om een bijeenkomst. Ik herinner me dat Paul in zijn laatste oogenblikken telkens knikte, als hoorde hij iets, wat hij toestemde. Eeven als hij te vooren teegen ons geknikt had, - blijde toestemmend.
Ik las gister in Franciscus, maar was niet rustig - en de ooverdrijving en de dwalingen hinderden me. Die gehoorzaamheid als een cadaver!! Het hinderde me pijnlijk, omdat het de echte, kinderlijke, zuivere vroomheid van Paul schijnt verdacht te maken. ▫ En toch is er in de deemoed van Franciscus iets waars en echts - hetzelfde wat Lao Tsz' bezielde. Het Wu-Wei.
Wonder dat ik van Borel niets hoor. Niemand heeft meer behoefte aan Paul's leering dan hij.


Frederik van Eeden (1860-1932) was schrijver en psychiater. Hij hield een groot deel van zijn leven een dagboek bij.

maandag 25 februari 2013

Edward Robb Ellis -- 26 februari 1993

Ik zat aan mijn bureau in de voorkamer de krant te lezen en naar de radio te luisteren, toen ik plotseling het bericht hoorde dat in een van de torens van het World Trade Center een explosie had plaatsgevonden. Ik deed de radio uit en zette de tv in de slaapkamer aan. Het werd al snel duidelijk dat er sprake was van een serieuze ramp. De explosie deed zich voor om 12.18 uur 's middags in een ondergrondse garage, en de klap was zo zwaar dat het 110 verdiepingen tellende gebouw ervan schudde. Op een doorsnee werkdag zijn er in elke toren zo'n 50 duizend mensen aan het werk, plus hun bezoekers natuurlijk.
Vandaag waren er kinderen van een kleuterschool in het gebouw, en sommigen van hen hebben uren in donkere liften vastgezeten. Op tv zag je mannen en vrouwen die hoestend en naar adem happend uit de nooduitgangen kwamen. Het sneeuwde licht, hun gezichten zaten onder het roet. De meesten hadden rook binnengekregen. Ik kan me voorstellen hoe ze zich voelden; ik heb zelf longemfyseem.
Politieagenten en brandweerlieden zetten de slachtoffers zuurstofmaskers op. Bij enkelen liep het bloed over hun wangen. Sommigen waren uitgeput; ze hadden zich in totale duisternis van de bovenste etage een weg naar beneden gezocht, en nu ze op de gladbevroren grond stonden, zakten ze inelkaar.
De twee torens zijn de hoogste gebouwen van New York. Ze schijnen 250 liften te hebben. Zeker weten doe ik het niet want ik ben er nog nooit binnen geweest. In mijn ogen zijn het de lelijkste gebouwen van de stad. Twee reusachtige rechtopstaande dominostenen. Vandaag krioelde de omgeving van brandweerauto's, ambulances, eerstehulpwagens etc. Ik heb nog nooit van m'n leven zoveel van dat soort auto's bij elkaar gezien. Alle getallen zijn voorlopig, maar er schijnen vijf of zeven doden te zijn en duizend gewonden - de meeste door ingeademde rook. Na de explo¬sie werd de politie negentien keer gebeld door mensen die zeiden dat zij de bom hadden geplaatst.
Eerst werd gedacht dat er een transformator was ontploft, maar gaandeweg nam de overtuiging toe dat alleen een bom zoveel schade kon aanrichten. Terroristen? Hebben ze het nu op New York gemunt? Ik geloof dat deze stad nooit meer dezelfde zal zijn.


Edward Robb Ellis (1911-1998) was een Amerikaanse journalist en dagboekschrijver.

zondag 24 februari 2013

Anneliese Stöbis -- 25 februari 1945

25. Febr. (Sonntag) Als wir noch im Bett lagen kamen schon die Tiefflieger an. In der Ferne schossen sie fürchterlich. Das war immer eins hin und her, eine tolle Kreiserei. Zwei sind abgeschossen worden.

1. März 45 Tag und Nacht sind Tiefflieger hier. Gestern Abend und auch in der Nacht flog der „eiserne Heinrich“ herum, warf ab und zu eine Bombe ab und schoss mit M.G. und Bord Kanonen.

2. und 3. März
War es wie am 1. März. Spät Abends zum 4. März wurde wieder der Kanal angegriffen mit Zeitzündern: „Alles rennet, rettet, flüchtet, taghell ist die Nacht gelichtet“. Es war schaurig, unheimlich, denn alles stand voll Leuchtkugeln, auch in Richtung Rheine. Es war ein wildes Getöse in der Luft, vor lauter Flieger, Flak usw. Auch kam die VI über uns weg mit Ostkurs. Es hat einige Stunden gedauert, dann war alles still. Sogar die Zeitzünder hatten sich „beruhigt“. – Mutti hatte gerade die Grippe und musste krank und schwach in den Bunker. Als wir in den Bunker rannten war schon alles taghell erleuchtet. Ein Kind rannte barfuss im Nachthemdchen in den Bunker. Als es gerade still draußen war kam der „eiserne Heinrich“ tief übers Haus geflogen und schoss ein Stück weiter mit M.G. und Bordkanonen.


Anneliese Stöbis (1915-1966) was een Duitse huisvrouw die tijdens de oorlog een dagboek bijhield.

Friedrich Helms -- 24 februari 1946

So[nntag] 24/2 [1946] Ein eisiger Wind bei Tauwetter verlegt die um 11 Uhr auf dem Kirchplatz angesetzte Versammlung zur Rechenschaftsdarlegung des Bürgermeisters in das Hammer’sche Lokal. »So und so war es – so ist es – und trübe sind die Aussichten hinsichtlich der nächsten Verpflegungswochen«. Und ein allgemeiner Arbeitszwang muß auch Platz greifen!! Nach dem üblichen Warten gibt es Kartoffelbrei mit Möhren, dann Kaffee mit »Plinzen (?)« Jeder Einwohner erhält Bezugscheine für 2 Schnäpschen (Kosten M[ark] 3.- pro Stück) der Andrang der Bezieher ist vormittags schon groß, man holt die paar Tropfen in Tassen, Flaschen, Vasen, kl[einen] Karaffen. Ich spare mir meinen Schein für späteren Genuß noch auf. Der Tauschbauer hat nun auch noch das Chaiselongue geholt: Die Diele birgt einen schönen Haufen Kartoffeln, über dem Abendtisch liegt ein wohltuender Schatten eines schöngestaltenen Butterklumpens.


Friedrich Helms (1883-1955) was "Bankdirektor bei der Deutschen Bank, Freimaurer, Sozialdemokrat". Aan het eind van de oorlog en de jaren daarna houdt hij een dagboek bij.

zaterdag 23 februari 2013

A. Bennett -- 23 februari 1964

Llanberis 22/23/2/64
The weather cold and clear. Walking parties out in all directions on Snowdon and Glyders in search of reasonable snow conditions which could be used for Sundays training programe. Unfortunately the snow where deep enough proved to be too dry and powdery.

* Sat evening (Incident)
Called out by Air Traffic control to proceed to Pentrefoelas on the A 5 to meet the Army who had lost (once again) some of their cadets. Having arrived there at 22.10 hrs we learned that 5 cadets where lost on the Denbigh moors but had tents and food. The weather being foul with visibility down to zero we snatched a few hours sleep in the waggons and started the search at first light: We found the cadets at approx 11.20 hrs, And returned to base at Llanberis.

A. Bennett NCO i/c VMRT


Uit logboek Royal Air Force - Mountain Rescue Association.

vrijdag 22 februari 2013

Leo Vroman -- 22 februari 2005

Tuesday, february 22
9:39 a.m. T went to Summit Bank downstairs with Ruby to help her start a checking account, and at 1:15 she is going with the Tom Thumb run to buy things, while I should go to a reception for someone turning 92 to see how the one for me should be fed, but on March 4, T's birthday, there is one for somebody turning 100. Still active, only started walking with a cane recently, still dances a little but probably does not sing. Hannie R had sent an e-mail directing me to the website dewindroos, for poets in Holland, so I wrote on the site that I had nothing to say and got an answer and then wrote back that there was 1 thing about their selection of the Dichter des Vaderlands, won by a joker who writes somewhat tolerable rhymes and ran unto all bars in Groningen to collect votes. I said a committee would be better, though his method does resemble our democratic way of electing officials, but I assume no Dutch poet bought tv time to air a masterpiece.


Leo Vroman (1915) is bioloog, dichter en schrijver. In 2006 verscheen zijn Misschien tot morgen. Dagboek 2003-2006.