• Søren Kierkegaard (1813-1855) was een Deense filosoof. Dagboeken.
9 oktober 1836
Literaire geleerdheid lijkt vaak op een ondoordringbaar oerwoud, waar men op enkele plaatsen een plek vindt waar men kan rusten of een familie tegenkomt die beweert de weg te kennen in het dichtstbijzijnde district, maar die hun inlichtingen meer overgeleverd hebben gekregen dan dat zijzelf die weg gegaan zijn. In dit literaire oerwoud woont ook een troep wilde dieren (recensenten), die men met allerlei lawaaiige instrumenten op een afstand moet houden, bij voorbeeld door een pact te sluiten met andere recensenten. Het allerbeste zou misschien zijn met de recensenten te kunnen doen als met ratten: ze zo africhten dat ze elkaar bijten.
Er zijn schrijvers die, zoals bedelaars hun lichamelijke gebreken en misvormingen ten toon spreiden om medelijden te wekken, proberen aandacht te trekken door het blootleggen van hun uiteengereten hart.
• Vanaf zijn eenentwintigste heeft de Deense schrijver-filosoof Søren Kierkegaard (1813-1855) een dagboek bijgehouden. Deze notities zijn voor veel hedendaagse lezers toegankelijker dan zijn grote werken, en tonen vooral de oorspronkelijke denker en zonderling die hij was.
zondag 8 oktober 2017
vrijdag 6 oktober 2017
Mary Dresselhuys - 7 oktober 1979
• Mary Dresselhuys (1907-2004) was een Nederlandse actrice. In 1979 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad korte tijd een 'Hollands dagboek'bij.
Zondag [7 oktober]
Vandaag staat in mijn agenda met grote letters midden op de bladzijde NIETS. Al dagenlang lacht dat woord me toe. 's Morgens met Jons en met Johan Fabricius ontbijt in bed. Om elf uur met Jons en met Wim Sonneveld met stroopwafeltjes aan de koffie. Dat laatste viel niet mee. Nee, de koffie was goed. En Wim Sonneveld zijn liedjes waren natuurlijk ook weer goed, maar wat een boel dezelfde leuterkoek over hem door al zijn vrienden en vriendinnen, mezelf incluis. Hoe heeft Wim lbo die afgezaagde zinnen allemaal achter elkaar kunnen monteren? Alleen Connie en Annie M.G. deden een paar prima en zeer persoonlijke uitspraken, ze redden de situatie. Maar de serie wordt vast wel beter; de eerste uitzending is meestal de magerste. Wat een waanzinnige zachte maand oktober, om nu eens iets origineels te zeggen. Dit stel ik me nu voor bij 'Indian Summer'. We gaan om 12.00 uur naar buiten, naar de woonboot. ïk eigenlijk meer naar m'n tuin. Kijken hoe alles erbij staat. Ik hou het meest van dit zachte weer — desnoods geen zon — maar windloos. Dat werkt zo ontspannend. Er is geen verdediging nodig, 't Is overal even heerlijk in de tuin. Ik heb zitjes tegen noorden-, zuiden- en westenwind, maar vandaag kun je overal zitten. En er is weer een heleboel te doen. Dat houdt nooit op. Een tuin is drie keer zo druk als je denkt.
Toen Maurits van Hall z'n tweede kind kreeg, zei hij tegen me: 'Jij hebt nou Merel, dat is één. En je denkt natuurlijk één kind is druk, twee kinderen is twee keer zo druk. Mis!!! Twee kinderen is drie keer zo druk.'
Daar denk ik nu aan in die tuin. Over vijf jaar staat er misschien iedere dag 'NIETS' in mijn agenda. Hoe zou ik dat vinden?
Zondag [7 oktober]
Vandaag staat in mijn agenda met grote letters midden op de bladzijde NIETS. Al dagenlang lacht dat woord me toe. 's Morgens met Jons en met Johan Fabricius ontbijt in bed. Om elf uur met Jons en met Wim Sonneveld met stroopwafeltjes aan de koffie. Dat laatste viel niet mee. Nee, de koffie was goed. En Wim Sonneveld zijn liedjes waren natuurlijk ook weer goed, maar wat een boel dezelfde leuterkoek over hem door al zijn vrienden en vriendinnen, mezelf incluis. Hoe heeft Wim lbo die afgezaagde zinnen allemaal achter elkaar kunnen monteren? Alleen Connie en Annie M.G. deden een paar prima en zeer persoonlijke uitspraken, ze redden de situatie. Maar de serie wordt vast wel beter; de eerste uitzending is meestal de magerste. Wat een waanzinnige zachte maand oktober, om nu eens iets origineels te zeggen. Dit stel ik me nu voor bij 'Indian Summer'. We gaan om 12.00 uur naar buiten, naar de woonboot. ïk eigenlijk meer naar m'n tuin. Kijken hoe alles erbij staat. Ik hou het meest van dit zachte weer — desnoods geen zon — maar windloos. Dat werkt zo ontspannend. Er is geen verdediging nodig, 't Is overal even heerlijk in de tuin. Ik heb zitjes tegen noorden-, zuiden- en westenwind, maar vandaag kun je overal zitten. En er is weer een heleboel te doen. Dat houdt nooit op. Een tuin is drie keer zo druk als je denkt.
Toen Maurits van Hall z'n tweede kind kreeg, zei hij tegen me: 'Jij hebt nou Merel, dat is één. En je denkt natuurlijk één kind is druk, twee kinderen is twee keer zo druk. Mis!!! Twee kinderen is drie keer zo druk.'
Daar denk ik nu aan in die tuin. Over vijf jaar staat er misschien iedere dag 'NIETS' in mijn agenda. Hoe zou ik dat vinden?
Marjan Berk -- 6 oktober 1983
• Marjan Berk (1932) is een Nederlandse actrice en schrijfster. In 1983 hield ze voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.
Nacht van woensdag [5] op donderdag [6 oktober]
Ondanks de smartiekleurige pijnstillers, de verrukkelijke valium-tabletten die de zorgzame en bovenal begrijpende dokter V. heeft voorgeschreven, wil de slaap niet komen. We laten alles nog eens de revue passeren, de synopsis opdracht van de CPNB om iets aardigs te bedenken voor de opening van de kinderboekenweek, het enthousiasme hierover, de onvoorstelbare tilkracht van Marijke Gelderman, die uit budgettaire overwegingen ging lobbyen bij de omroepen en uiteindelijk de KRO bereid vond mee te doen, zodat het budget rond kwam. Toen het schrijven, een opwindend karwei, samen met mijn wettige echtgenoot dag en nacht kibbelen, zingen, stampvoetende dansjes uitvoeren, duizend keer roepen: 'Godverdomme, waarom begrijp je nou toch niet wat ik bedoel!', en af en toe de vonk voelen overslaan, zo ongeveer alsof er een nieuwe bougie in je auto wordt gezet! Dan het moment van voorlezen en voorzingen aan de opdrachtgevers, de muziek sloeg aan, men zong al mee, het kind was geboren, nu de nazorg! De muziek werd opgenomen, buitengewoon deskundig door Eddie Hilberts, een echte popspecialist, door de muzikanten van de Rob de Nijs-band. Jongens die fantastisch op elkaar zijn ingespeeld zodat de sound nèt even dat extra heeft watje met een dagje studiomuzikanten niet haalt, ook al zijn ze nog zo goed.
Op de twee heetste dagen van de eeuw zongen de zestien, op persoonlijkheid en stemkwaliteit geselecteerde kinderen met grote lust en energie de liedjes in. Je mag wel zeggen, dat ze zich uitleefden. Het was feest, weliswaar een beetje een slopend feest, maar aanstekelijk. De banden voor tv, grammofoonplaat en zaaluitvoering behoefden veel nazorg. Het was een klus, maar het resultaat stemde tot tevredenheid. De hemelbaby's, zoals de cast in de wandeling al werd genoemd, kregen de bandjes mee met vakantie. Begin september zouden de repetities beginnen.
Dan de regie-opdracht, door omstandigheden nogal onverwacht en hoewel een goede vriend mij juist had laten beloven om op alle aanvragen voor wat dan ook mij te laten antwoorden: 'Mag ik er even over denken?' Nu absoluut en direct 'JA' gezegd. De kans om een droom in vervulling te doen gaan.
Beetje zenuwachtig, beetje gespannen aan de slag. Gewoon maar eerlijk voor de draad gekomen, dat dit m'n eerste toneelregie was, wel het vak van de andere kant van haver tot gort kennend, maar slecht op de hoogte van techniek, lampen, etc. Droom uitgelegd aan team, Max de hoofdinspiciënt, Bert en Piet, de twee inspiciënten van de Krakeling, Antoinette de regieassistente, (wier kwaliteiten van dien aard zijn, dat ik hierna zowel een harde pornofilm als een documentaire over het dresseren van zeeleeuwen met haar aandurf!)
Medewerking Krakeling, die uit het oogpunt van theaterfaciliteiten best kritiek oproept, maar gezien het hier een musical betrof die in de ruimte speelde, over een balkon beschikte, plotseling het meest geschikte theater van het land bleek te zijn!
Produktieteam heel competent en inventief. In mijn nieuwbakken functie van regisseur allerlei bezuinigende beslissingen genomen, hele stukken decor overbodig verklaard, dure ruimtekijker geschrapt, de beeldige parachutezijden overalls voor de kinderen geschrapt tot groot verdriet van Van Hirtum, die ze snel verving door eenvoudige jogpakjes. Ingewikkelde ruimtehoofddeksels door Gert Duijker op ingenieuze wijze laten vervangen door appelmoeszeefjes zonder handvatten met daarop weer meesterlijke sterren en andere ruimteattributen, kortom, het was een veldslag, maar iedereen was buitengewoon solidair. Het enige waar niet op bezuinigd werd, was het z.g. 'black light', een speciaal soort belichting met ultraviolette lampen, waardoor alles, dat beschilderd en bestreken was met speciale verf en schmink, er fluorescerend uit komt te zien.
Dan de première! De kinderen waren fantastisch. Ze roken het publiek en gingen echt spelen, iets datje ook vaak bij beroepsacteurs ziet, ze geloofden erin. En een van de leukste ervaringen van het werken met de ruimtebaby's: er bestond geen animositeit, niks geen gezeur van 'jouw rol is groter', oi 'ik heb haast niks te doen!' Iedereen voelde zich even belangrijk en zo was het ook. Hannah de Leeuwe had precies aangevoeld hoe kinderen het dansen direct vanuit de muziek konden invullen, niks geen enge stapjes, standjes of oneigenlijke bewegingen. Alles zag er uit of het ter plekke spontaan werd geïmproviseerd, terwijl er toch vier weken behoorlijk hard aan is gewerkt. De geluidsjongens, de inspiciënten, iedereen functioneerde optimaal.
Alleen de raket vertrok een beetje traag, maar een kniesoor, die daar nog op lette.
Frank Rosen, de man die het meesterlijke decor ontwierp en die fanatiek gekleurde halve bolletjes over het interieur van de Krakeling verspreidde, zakken vol werkelijk, iedereen plakte mee, immers, straks beschenen door de U.V. lampen zou dat de illusie geven van het zitten in een reusachtig planetarium, antwoordde op de vraag, wanneer hij zou stoppen met plakken: Morgenmiddag om 2 uur! Het uur van aanvang!
Tevreden over onze gezamenlijke inspanningen en het resultaat ervan sliep ik, tegen het ochtendgloren, in.
Nacht van woensdag [5] op donderdag [6 oktober]
Ondanks de smartiekleurige pijnstillers, de verrukkelijke valium-tabletten die de zorgzame en bovenal begrijpende dokter V. heeft voorgeschreven, wil de slaap niet komen. We laten alles nog eens de revue passeren, de synopsis opdracht van de CPNB om iets aardigs te bedenken voor de opening van de kinderboekenweek, het enthousiasme hierover, de onvoorstelbare tilkracht van Marijke Gelderman, die uit budgettaire overwegingen ging lobbyen bij de omroepen en uiteindelijk de KRO bereid vond mee te doen, zodat het budget rond kwam. Toen het schrijven, een opwindend karwei, samen met mijn wettige echtgenoot dag en nacht kibbelen, zingen, stampvoetende dansjes uitvoeren, duizend keer roepen: 'Godverdomme, waarom begrijp je nou toch niet wat ik bedoel!', en af en toe de vonk voelen overslaan, zo ongeveer alsof er een nieuwe bougie in je auto wordt gezet! Dan het moment van voorlezen en voorzingen aan de opdrachtgevers, de muziek sloeg aan, men zong al mee, het kind was geboren, nu de nazorg! De muziek werd opgenomen, buitengewoon deskundig door Eddie Hilberts, een echte popspecialist, door de muzikanten van de Rob de Nijs-band. Jongens die fantastisch op elkaar zijn ingespeeld zodat de sound nèt even dat extra heeft watje met een dagje studiomuzikanten niet haalt, ook al zijn ze nog zo goed.
Op de twee heetste dagen van de eeuw zongen de zestien, op persoonlijkheid en stemkwaliteit geselecteerde kinderen met grote lust en energie de liedjes in. Je mag wel zeggen, dat ze zich uitleefden. Het was feest, weliswaar een beetje een slopend feest, maar aanstekelijk. De banden voor tv, grammofoonplaat en zaaluitvoering behoefden veel nazorg. Het was een klus, maar het resultaat stemde tot tevredenheid. De hemelbaby's, zoals de cast in de wandeling al werd genoemd, kregen de bandjes mee met vakantie. Begin september zouden de repetities beginnen.
Dan de regie-opdracht, door omstandigheden nogal onverwacht en hoewel een goede vriend mij juist had laten beloven om op alle aanvragen voor wat dan ook mij te laten antwoorden: 'Mag ik er even over denken?' Nu absoluut en direct 'JA' gezegd. De kans om een droom in vervulling te doen gaan.
Beetje zenuwachtig, beetje gespannen aan de slag. Gewoon maar eerlijk voor de draad gekomen, dat dit m'n eerste toneelregie was, wel het vak van de andere kant van haver tot gort kennend, maar slecht op de hoogte van techniek, lampen, etc. Droom uitgelegd aan team, Max de hoofdinspiciënt, Bert en Piet, de twee inspiciënten van de Krakeling, Antoinette de regieassistente, (wier kwaliteiten van dien aard zijn, dat ik hierna zowel een harde pornofilm als een documentaire over het dresseren van zeeleeuwen met haar aandurf!)
Medewerking Krakeling, die uit het oogpunt van theaterfaciliteiten best kritiek oproept, maar gezien het hier een musical betrof die in de ruimte speelde, over een balkon beschikte, plotseling het meest geschikte theater van het land bleek te zijn!
Produktieteam heel competent en inventief. In mijn nieuwbakken functie van regisseur allerlei bezuinigende beslissingen genomen, hele stukken decor overbodig verklaard, dure ruimtekijker geschrapt, de beeldige parachutezijden overalls voor de kinderen geschrapt tot groot verdriet van Van Hirtum, die ze snel verving door eenvoudige jogpakjes. Ingewikkelde ruimtehoofddeksels door Gert Duijker op ingenieuze wijze laten vervangen door appelmoeszeefjes zonder handvatten met daarop weer meesterlijke sterren en andere ruimteattributen, kortom, het was een veldslag, maar iedereen was buitengewoon solidair. Het enige waar niet op bezuinigd werd, was het z.g. 'black light', een speciaal soort belichting met ultraviolette lampen, waardoor alles, dat beschilderd en bestreken was met speciale verf en schmink, er fluorescerend uit komt te zien.
Dan de première! De kinderen waren fantastisch. Ze roken het publiek en gingen echt spelen, iets datje ook vaak bij beroepsacteurs ziet, ze geloofden erin. En een van de leukste ervaringen van het werken met de ruimtebaby's: er bestond geen animositeit, niks geen gezeur van 'jouw rol is groter', oi 'ik heb haast niks te doen!' Iedereen voelde zich even belangrijk en zo was het ook. Hannah de Leeuwe had precies aangevoeld hoe kinderen het dansen direct vanuit de muziek konden invullen, niks geen enge stapjes, standjes of oneigenlijke bewegingen. Alles zag er uit of het ter plekke spontaan werd geïmproviseerd, terwijl er toch vier weken behoorlijk hard aan is gewerkt. De geluidsjongens, de inspiciënten, iedereen functioneerde optimaal.
Alleen de raket vertrok een beetje traag, maar een kniesoor, die daar nog op lette.
Frank Rosen, de man die het meesterlijke decor ontwierp en die fanatiek gekleurde halve bolletjes over het interieur van de Krakeling verspreidde, zakken vol werkelijk, iedereen plakte mee, immers, straks beschenen door de U.V. lampen zou dat de illusie geven van het zitten in een reusachtig planetarium, antwoordde op de vraag, wanneer hij zou stoppen met plakken: Morgenmiddag om 2 uur! Het uur van aanvang!
Tevreden over onze gezamenlijke inspanningen en het resultaat ervan sliep ik, tegen het ochtendgloren, in.
woensdag 4 oktober 2017
Hans Fallada -- 5 oktober 1944
• De Duitse schrijver Hans Fallada (1893-1047) zat in 1944 enige tijd in de gevangenis wegens poging tot doodslag; in deze tijd schreef hij 'berichten uit de gevangenis, die zijn gepubliceerd in In meinem fremden Land (door Anne Folkertsma vertaald als In mijn vreemde land).
5.X.44 [...] Nog een extra vel. Ik ben behoorlijk opgewonden, de mogelijkheid bestaat misschien dat ik een paar uur naar huis mag om wat papieren op te halen, natuurlijk onder begeleiding van een wachtmeester. Toch zou dat me amper beletten dit ms. [manuscript] uit het dodenhuis te smokkelen en thuis te verstoppen. Misschien hoor ik het vanavond al. Ik geloof niet echt dat ze ja zullen zeggen, maar het zou zo'n verlossing zijn! De vrees waarmee ik onder zoveel spiedende ogen dag in, dag uit aan mijn schrijfsels werk, vermindert mijn arbeidsvreugde en verstoort mijn toch al zo oppervlakkige slaap. Ik maak me niet zozeer zorgen over mezelf, want ik leef toch al als een gevangene achter de tralies, en uiterlijk zou er tot in het laatste uur waarin ik mijn mannetje hoop te staan wel niet al te veel aan mijn leven veranderen. Ik zit juist in over al die andere mensen die erbij betrokken zouden worden! Het was ongelooflijk lichtzinnig van me dat ik dit hier ben gaan schrijven. En toch kon ik niet anders. En toch blijf ik maar schrijven!
Als ik echter een paar uur naar Mahlendorf zou mogen, zou ik dit ms. meenemen, ik zou meteen ophouden met schrijven, gewoon stoppen op het punt waar ik was gekomen, ook al heb ik het belangrijkste hoofdstuk over de oorlog nog niet geschreven. Ik zou het niet eens erg vinden om nu te moeten stoppen. Ik ben met hoge verwachtingen aan deze taak begonnen, maar ben op dit moment enigszins teleurgesteld. Het is net of al mijn belevenissen slechts bestaan uit kleinzielig gekibbel dat iedereen zal vervelen. Ik was woedend, verbitterd en soms bang toen ik ze doormaakte. Op het moment dat ik ze opschreef, voelde ik zelfs dat niet meer. Hoe moet ik die woede, verbittering en angst dan op de lezer overbrengen? Hij zal zich al lezende alleen maar vervelen! En toch denk ik bij mezelf: wat moet ik anders schrijven? Ik bevond me niet midden in de actualiteit, ben geen vertrouweling van ministers en generaals geweest en kan geen grote onthullingen doen. Ik heb een leven geleefd als ieder ander, het leven van de kleine man, van de massa. En ons leven heeft, voor zover we geen partijleden waren, in het Derde Rijk nu eenmaal uit geruzie bestaan, uit talloze kleine gevechten die we moesten uitvechten om in leven te blijven. Er gebeurden verder geen grote dingen. Zoals een uitgever geen boeken meer kon uitgeven maar een stupide correspondentie over futiliteiten moest voeren, zo kon ook een boekenschrijver zich niet ongestoord aan zijn werk wijden, er was steeds heibel, opschudding, gedoe. En ik was gedwongen heel anders te gaan schrijven! Het schrijven van boeken die me na aan het hart lagen kon ik wel vergeten. Ze hadden me streng verboden louche types te beschrijven. Ik moest optimistisch en positief zijn, en dat juist in een tijd die door vervolgingen, martelingen en executies de zin van het leven negeerde. Dus ik heb na de Wolf eigenlijk niets meer geschreven wat me na aan het hart lag. Ik ben afgezakt naar laag-bij-de-gronds amusement. Ja, mijn herinneringen - aan die boeken hebben de mensen veel plezier beleefd, maar meer dan uitvluchten waren dat toch ook niet. Ik voel me echt nog niet zo oud dat ik al van mijn memoires wil leven. Het zou heel wat mooier zijn geweest als ik dat over tien of twintig jaar had mogen doen. Maar dat was het nou juist, ze hielden ons systematisch van ons eigen werk, ze stonden niet toe dat we de roep van ons eigen hart volgden, voor hen was er alleen die ene roep die zij uitschreeuwden. Want ze zijn bang voor het individu, voor individualiteit, ze willen een vormeloze massa met hun slogans kunnen bombarderen. En daarmee hebben ze het, vooral nu in de oorlog, ongelofelijk ver geschopt. Ze hebben dwangarbeid ingevoerd, onder de ernstigste bedreigingen verbieden ze ieder mens het werk te doen dat hem lief is, waarvoor hij geboren is. Ze maken ieder mens kapot - en de poppen die zo overblijven staan hun niet in de weg.
Hoe zal Duitsland er na deze oorlog uitzien? Met wat voor Duitsers zullen we dan moeten samenleven? Een vreselijke gedachte! Slechts weinigen zullen resten van hun oorspronkelijke ik hebben bewaard! En ze zullen niet eens voelen hoezeer ze zijn veranderd! Ze zullen zeggen: 'Zo zijn we altijd al geweest!'
Ik ben dus niet tevreden met wat ik heb geschreven. Al weet ik niet hoe ik het anders had kunnen schrijven. Ik ga ermee door, koppiger dan een muilezel. Maar als ik voor een paar uur naar M. zou mogen gaan, dan stop ik ermee zonder er rouwig om te zijn, zonder er spijt van te hebben. Is mijn hart misschien toch al verbitterd door wat ik tot dusver heb geschreven? Ik weet het niet. Als ik vanavond 'ja' te horen krijg zou ik blij zijn. Ik zou het wel naar buiten weten te smokkelen - ondanks het toezicht van de beambte! En daarna het gevoel van opluchting: het merendeel van wat je had willen schrijven, ligt veilig en wel in M! Ik zou weer rustiger kunnen slapen. Opnieuw zou er een taak zijn volbracht.
5.X.44 [...] Nog een extra vel. Ik ben behoorlijk opgewonden, de mogelijkheid bestaat misschien dat ik een paar uur naar huis mag om wat papieren op te halen, natuurlijk onder begeleiding van een wachtmeester. Toch zou dat me amper beletten dit ms. [manuscript] uit het dodenhuis te smokkelen en thuis te verstoppen. Misschien hoor ik het vanavond al. Ik geloof niet echt dat ze ja zullen zeggen, maar het zou zo'n verlossing zijn! De vrees waarmee ik onder zoveel spiedende ogen dag in, dag uit aan mijn schrijfsels werk, vermindert mijn arbeidsvreugde en verstoort mijn toch al zo oppervlakkige slaap. Ik maak me niet zozeer zorgen over mezelf, want ik leef toch al als een gevangene achter de tralies, en uiterlijk zou er tot in het laatste uur waarin ik mijn mannetje hoop te staan wel niet al te veel aan mijn leven veranderen. Ik zit juist in over al die andere mensen die erbij betrokken zouden worden! Het was ongelooflijk lichtzinnig van me dat ik dit hier ben gaan schrijven. En toch kon ik niet anders. En toch blijf ik maar schrijven!
Als ik echter een paar uur naar Mahlendorf zou mogen, zou ik dit ms. meenemen, ik zou meteen ophouden met schrijven, gewoon stoppen op het punt waar ik was gekomen, ook al heb ik het belangrijkste hoofdstuk over de oorlog nog niet geschreven. Ik zou het niet eens erg vinden om nu te moeten stoppen. Ik ben met hoge verwachtingen aan deze taak begonnen, maar ben op dit moment enigszins teleurgesteld. Het is net of al mijn belevenissen slechts bestaan uit kleinzielig gekibbel dat iedereen zal vervelen. Ik was woedend, verbitterd en soms bang toen ik ze doormaakte. Op het moment dat ik ze opschreef, voelde ik zelfs dat niet meer. Hoe moet ik die woede, verbittering en angst dan op de lezer overbrengen? Hij zal zich al lezende alleen maar vervelen! En toch denk ik bij mezelf: wat moet ik anders schrijven? Ik bevond me niet midden in de actualiteit, ben geen vertrouweling van ministers en generaals geweest en kan geen grote onthullingen doen. Ik heb een leven geleefd als ieder ander, het leven van de kleine man, van de massa. En ons leven heeft, voor zover we geen partijleden waren, in het Derde Rijk nu eenmaal uit geruzie bestaan, uit talloze kleine gevechten die we moesten uitvechten om in leven te blijven. Er gebeurden verder geen grote dingen. Zoals een uitgever geen boeken meer kon uitgeven maar een stupide correspondentie over futiliteiten moest voeren, zo kon ook een boekenschrijver zich niet ongestoord aan zijn werk wijden, er was steeds heibel, opschudding, gedoe. En ik was gedwongen heel anders te gaan schrijven! Het schrijven van boeken die me na aan het hart lagen kon ik wel vergeten. Ze hadden me streng verboden louche types te beschrijven. Ik moest optimistisch en positief zijn, en dat juist in een tijd die door vervolgingen, martelingen en executies de zin van het leven negeerde. Dus ik heb na de Wolf eigenlijk niets meer geschreven wat me na aan het hart lag. Ik ben afgezakt naar laag-bij-de-gronds amusement. Ja, mijn herinneringen - aan die boeken hebben de mensen veel plezier beleefd, maar meer dan uitvluchten waren dat toch ook niet. Ik voel me echt nog niet zo oud dat ik al van mijn memoires wil leven. Het zou heel wat mooier zijn geweest als ik dat over tien of twintig jaar had mogen doen. Maar dat was het nou juist, ze hielden ons systematisch van ons eigen werk, ze stonden niet toe dat we de roep van ons eigen hart volgden, voor hen was er alleen die ene roep die zij uitschreeuwden. Want ze zijn bang voor het individu, voor individualiteit, ze willen een vormeloze massa met hun slogans kunnen bombarderen. En daarmee hebben ze het, vooral nu in de oorlog, ongelofelijk ver geschopt. Ze hebben dwangarbeid ingevoerd, onder de ernstigste bedreigingen verbieden ze ieder mens het werk te doen dat hem lief is, waarvoor hij geboren is. Ze maken ieder mens kapot - en de poppen die zo overblijven staan hun niet in de weg.
Hoe zal Duitsland er na deze oorlog uitzien? Met wat voor Duitsers zullen we dan moeten samenleven? Een vreselijke gedachte! Slechts weinigen zullen resten van hun oorspronkelijke ik hebben bewaard! En ze zullen niet eens voelen hoezeer ze zijn veranderd! Ze zullen zeggen: 'Zo zijn we altijd al geweest!'
Ik ben dus niet tevreden met wat ik heb geschreven. Al weet ik niet hoe ik het anders had kunnen schrijven. Ik ga ermee door, koppiger dan een muilezel. Maar als ik voor een paar uur naar M. zou mogen gaan, dan stop ik ermee zonder er rouwig om te zijn, zonder er spijt van te hebben. Is mijn hart misschien toch al verbitterd door wat ik tot dusver heb geschreven? Ik weet het niet. Als ik vanavond 'ja' te horen krijg zou ik blij zijn. Ik zou het wel naar buiten weten te smokkelen - ondanks het toezicht van de beambte! En daarna het gevoel van opluchting: het merendeel van wat je had willen schrijven, ligt veilig en wel in M! Ik zou weer rustiger kunnen slapen. Opnieuw zou er een taak zijn volbracht.
maandag 2 oktober 2017
Grete Lainer -- 3 oktober 19??
• Het onderstaande fragment is afkomstig uit het anonieme
Tagebuch eines halbwüchsigen Mädchens (Engelse vertaling: A Young Girl's Diary), dat in 1919 (met een voorwoord van Sigmund Freud) werd uitgegeven. Het dagboek wordt wel toegeschreven aan ene Grete Lainer. In het onderstaande fragment is ze een jaar of elf, twaalf.
Engelse vertaling onderaan.
3. Oktober: Heute war der Papa herrlich! Die Tante Dora muß ihm gesagt haben, daß ich sie neulich fragte, ob der Papa am Ende die Frau Rechnungsrat Riedl heiratet, weil ihr Mann fast zur selben Zeit gestorben ist wie unsere Mama, und weil der Papa der Vormund von den drei Kindern ist. Heute war sie mit dem Willi da, weil er jetzt in die Schule gekommen ist. Und da haben die Dora und ich darüber geredet und sie sagte, wenn der Papa das tut, geht sie aus dem Haus. Und am Abend, wie wir nach dem Nachtmahl sitzen, so sag ich: Wenn die Frau v. R. nur nicht so häßlich wäre. Findest du sie nicht auch schrecklich häßlich, Papa? Und der Papa lacht so lieb und sagt: »Du brauchst keine Angst haben, mein Hexerl, das tue ich Euch nicht an, daß ich euch eine Stiefmutter ins Haus setze.« Und da war ich so froh und die Dora auch, daß wir den Papa riesig abküßten, und die Dora sagte: »Ich wußte das ohnehin, daß du deinen Schwur an die Mama nicht brechen wirst«, und sie weinte furchtbar. Und der Papa sagte: »Nein Kinder, einen Schwur habe ich der Mama gar nicht geleistet, das hätte ihre vornehme Natur auch nie verlangt. Aber bei so großen Mädeln, wie Ihr seid, gehört keine Stiefmutter ins Haus.« Und dann sagte ich dem Papa, daß die Dora aus dem Haus ginge, obwohl ich mich eigentlich furchtbar geärgert habe darüber. Denn, wenn der Papa wirklich noch einmal heiraten würde, so müßte ich es ja auch ertragen; und daher die Dora ebenfalls. Aber der Papa sagte nochmals: »Habt keine Angst, ich heirate bestimmt kein zweitesmal.« Und ich sagte: »Auch die Tante Dora nicht?« Und er sagte: »Na, die schon–« und dann unterbrach er sich schnell und sagte: »Nein, nein, auch die Tante Dora nicht.« Und jetzt gerade sagt mir die Dora, ich sei urblöd gewesen, denn ich weiß doch, daß der Papa nicht entzückt ist von der Tante. Und dann machte sie mir Vorwürfe, weil ich dem Papa gesagt habe, sie würde aus dem Hause gehen, wenn er doch heiratet. Ich bin ein Kind, dem man seine geheimsten Gedanken nicht anvertrauen dürfe!! So, jetzt haben wir mindestens ¾ Stunden gestritten und es ist dabei ½12 Uhr geworden. Glücklicher Weise haben wir morgen frei, weil Kaisers Geburtstag ist. Aber ich bin doch sehr froh, daß wir es positiv wissen, daß der Papa die Frau v. R. nicht heiratet. Ich könnte mich mit keiner Stiefmama vertragen.
October 3rd. Father was so splendid to-day! Aunt Dora must have told him that I asked her not long ago whether Father was likely to marry Frau Riedl, whose husband died almost exactly the same time as Mother, for Father is guardian to her three children. She was here to-day with Willi, because he has just begun going to school. Dora and I talked it over, and she said that if Father married Frau R., she would leave home. In the evening when we were at supper, I said: “If only Frau v. R. was not so ugly. Father, don’t you think she’s perfectly hideous? And Father laughed so lovingly and said: You need not be anxious, little witch, I’m not going to inflict a stepmother on you.” I was so glad, and so was Dora and we kissed Father such a lot, and Dora said: “I felt sure that you would never break your oath to Mother,” and she burst out crying. And Father said: “No, girls, I did not give any promise to your Mother, she would never have asked anything of the kind. But with grown girls like you it would never do to bring a stepmother into the house.” And then I told Father that Dora would have gone away from home, and as for me, I should certainly have been frightfully upset. For if Father really wanted to marry again I should have to put up with it; and so would Dora. But Father said once more: “Don’t worry, I certainly shan’t marry again.” And I said: “Not even Aunt Dora?” And he said: “Oh, as for her — —” And then he pulled himself up and said: “No, no, not even Aunt Dora.” Dora has just told me that I am a perfect idiot, for surely I must know that Father is not particularly charmed by Aunt. And then she blamed me for having told Father that she would leave home if he were to marry again. I am a child to whom it is impossible to entrust any secrets!! Now we have been quarrelling for at least three quarters of an hour, so it is already half past 11. Luckily to-morrow is a holiday, because of the Emperor’s birthday. But I am so glad to know for certain that Father is not going to marry Frau v. R I could never get on with a stepmother.
Engelse vertaling onderaan.
3. Oktober: Heute war der Papa herrlich! Die Tante Dora muß ihm gesagt haben, daß ich sie neulich fragte, ob der Papa am Ende die Frau Rechnungsrat Riedl heiratet, weil ihr Mann fast zur selben Zeit gestorben ist wie unsere Mama, und weil der Papa der Vormund von den drei Kindern ist. Heute war sie mit dem Willi da, weil er jetzt in die Schule gekommen ist. Und da haben die Dora und ich darüber geredet und sie sagte, wenn der Papa das tut, geht sie aus dem Haus. Und am Abend, wie wir nach dem Nachtmahl sitzen, so sag ich: Wenn die Frau v. R. nur nicht so häßlich wäre. Findest du sie nicht auch schrecklich häßlich, Papa? Und der Papa lacht so lieb und sagt: »Du brauchst keine Angst haben, mein Hexerl, das tue ich Euch nicht an, daß ich euch eine Stiefmutter ins Haus setze.« Und da war ich so froh und die Dora auch, daß wir den Papa riesig abküßten, und die Dora sagte: »Ich wußte das ohnehin, daß du deinen Schwur an die Mama nicht brechen wirst«, und sie weinte furchtbar. Und der Papa sagte: »Nein Kinder, einen Schwur habe ich der Mama gar nicht geleistet, das hätte ihre vornehme Natur auch nie verlangt. Aber bei so großen Mädeln, wie Ihr seid, gehört keine Stiefmutter ins Haus.« Und dann sagte ich dem Papa, daß die Dora aus dem Haus ginge, obwohl ich mich eigentlich furchtbar geärgert habe darüber. Denn, wenn der Papa wirklich noch einmal heiraten würde, so müßte ich es ja auch ertragen; und daher die Dora ebenfalls. Aber der Papa sagte nochmals: »Habt keine Angst, ich heirate bestimmt kein zweitesmal.« Und ich sagte: »Auch die Tante Dora nicht?« Und er sagte: »Na, die schon–« und dann unterbrach er sich schnell und sagte: »Nein, nein, auch die Tante Dora nicht.« Und jetzt gerade sagt mir die Dora, ich sei urblöd gewesen, denn ich weiß doch, daß der Papa nicht entzückt ist von der Tante. Und dann machte sie mir Vorwürfe, weil ich dem Papa gesagt habe, sie würde aus dem Hause gehen, wenn er doch heiratet. Ich bin ein Kind, dem man seine geheimsten Gedanken nicht anvertrauen dürfe!! So, jetzt haben wir mindestens ¾ Stunden gestritten und es ist dabei ½12 Uhr geworden. Glücklicher Weise haben wir morgen frei, weil Kaisers Geburtstag ist. Aber ich bin doch sehr froh, daß wir es positiv wissen, daß der Papa die Frau v. R. nicht heiratet. Ich könnte mich mit keiner Stiefmama vertragen.
October 3rd. Father was so splendid to-day! Aunt Dora must have told him that I asked her not long ago whether Father was likely to marry Frau Riedl, whose husband died almost exactly the same time as Mother, for Father is guardian to her three children. She was here to-day with Willi, because he has just begun going to school. Dora and I talked it over, and she said that if Father married Frau R., she would leave home. In the evening when we were at supper, I said: “If only Frau v. R. was not so ugly. Father, don’t you think she’s perfectly hideous? And Father laughed so lovingly and said: You need not be anxious, little witch, I’m not going to inflict a stepmother on you.” I was so glad, and so was Dora and we kissed Father such a lot, and Dora said: “I felt sure that you would never break your oath to Mother,” and she burst out crying. And Father said: “No, girls, I did not give any promise to your Mother, she would never have asked anything of the kind. But with grown girls like you it would never do to bring a stepmother into the house.” And then I told Father that Dora would have gone away from home, and as for me, I should certainly have been frightfully upset. For if Father really wanted to marry again I should have to put up with it; and so would Dora. But Father said once more: “Don’t worry, I certainly shan’t marry again.” And I said: “Not even Aunt Dora?” And he said: “Oh, as for her — —” And then he pulled himself up and said: “No, no, not even Aunt Dora.” Dora has just told me that I am a perfect idiot, for surely I must know that Father is not particularly charmed by Aunt. And then she blamed me for having told Father that she would leave home if he were to marry again. I am a child to whom it is impossible to entrust any secrets!! Now we have been quarrelling for at least three quarters of an hour, so it is already half past 11. Luckily to-morrow is a holiday, because of the Emperor’s birthday. But I am so glad to know for certain that Father is not going to marry Frau v. R I could never get on with a stepmother.
zondag 1 oktober 2017
Piet van Els -- 1 oktober 1944
• Het dagboek van Piet van Els (1897-1958) beschrijft gebeurtenissen gedurende de laatste oorlogsjaren 1944-1945 in Wanssum, waar hij directeur van Landbouwbelang was. Het was een periode waarin Noord-Limburg te maken kreeg met evacuaties, oorlogsgeweld en deportatie van mannen naar Duitsland om daar tewerkgesteld te worden. Het dagboek is uitgegeven als Dorp aan de frontlinie.
1 oktober 1944
Des zondagsavond, toen wij ons reeds te ruste hadden begeven, werd door Jan Wijnhoven op de vensters geklopt. Hij deelde ons mede, dat uit Maashees (dit dorp moest evacueren) een groot aantal mensen naar Wanssum moest evacueren. In mijn pakhuis moest ik ± 300 mensen onderdak verschaffen. Direct werd dit pakhuis in orde gebracht, stro aangevoerd enz. Te één uur middernacht ging ik in de richting van Maashees en al spoedig ontmoette ik de eerste vluchtelingen. Het regende vrij sterk. Het was een treurige aanblik, deze uittocht van vluchtelingen. Allen hadden zoveel mogelijk bagage, geladen op kruiwagens, fietsen, melkwagens, karren enz. Allen werden liefderijk opgenomen. De grootste massa zou echter eerst de volgende dag arriveren. Zodoende kreeg ons pakhuis nog geen bezetting van evacuees.
Nadat ik omstreeks 3 uur ‘s nachts mij wederom te ruste had begeven, werden wij nogmaals gewekt door Duitse Feldwebels. Deze legden beslag op ons pakhuis, één kamer, de achterkamer en autogarage. In de vroege maandagochtend arriveerde de gehele compagnie. De soldaten namen hun intrek in het pakhuis, de ‘spies’ met zijn keukenstaf en inventaris nam de achterkeuken en garage in beslag. In de beste kamer vestigde zich het compagniesbureau, de ‘Schreibstube’.
1 oktober 1944
Des zondagsavond, toen wij ons reeds te ruste hadden begeven, werd door Jan Wijnhoven op de vensters geklopt. Hij deelde ons mede, dat uit Maashees (dit dorp moest evacueren) een groot aantal mensen naar Wanssum moest evacueren. In mijn pakhuis moest ik ± 300 mensen onderdak verschaffen. Direct werd dit pakhuis in orde gebracht, stro aangevoerd enz. Te één uur middernacht ging ik in de richting van Maashees en al spoedig ontmoette ik de eerste vluchtelingen. Het regende vrij sterk. Het was een treurige aanblik, deze uittocht van vluchtelingen. Allen hadden zoveel mogelijk bagage, geladen op kruiwagens, fietsen, melkwagens, karren enz. Allen werden liefderijk opgenomen. De grootste massa zou echter eerst de volgende dag arriveren. Zodoende kreeg ons pakhuis nog geen bezetting van evacuees.
Nadat ik omstreeks 3 uur ‘s nachts mij wederom te ruste had begeven, werden wij nogmaals gewekt door Duitse Feldwebels. Deze legden beslag op ons pakhuis, één kamer, de achterkamer en autogarage. In de vroege maandagochtend arriveerde de gehele compagnie. De soldaten namen hun intrek in het pakhuis, de ‘spies’ met zijn keukenstaf en inventaris nam de achterkeuken en garage in beslag. In de beste kamer vestigde zich het compagniesbureau, de ‘Schreibstube’.
Elisabeth von Heyking -- 30 september 1898
• Elisabeth von Heyking (1861-1925) was een Duitse schrijfster, en getrouwd met een diplomaat. Haar dagboeken werden na haar dood uitgegeven als Tagebücher aus vier Weltteilen. Het fragemnet hieronder stamt uit de tijd dat ze in het roerige en politiek instabiele Peking woonde.
30. September. Der Kaiser [Guangxu] sitzt gefangen auf einer Insel im Stadtpalais. Sechs seiner Beamten sind infolge seines Fluchtversuchs ohne Untersuchung sofort hingerichtet worden. Chang yin huan ist nach Turkestan verbannt. Als wir nachmittags ausreiten wollten, begegnete uns Sir Claude mit der Nachricht, zwischen der Station und der Stadt seien soeben Mrs. Beton im Karren und der Dolmetscher Mortimer zu Pferde vom Pöbel angegriffen und mit Steinen beworfen worden. Mrs. Beton sind auf dem Karren ihre Kleider auf dem Leibe zerrissen worden. Dem amerikanischen Bischof soll es ebenso ergangen sein, die Tragstühle voller Steine geworfen und dem Dolmetscher Dowrie durch einen Steinwurf eine Rippe zerbrochen. Sir Claude war entschieden nicht à la hauteur de circonstances, denn er konnte sich trotz allen Zuredens von Edmund nicht dazu entschließen, sofort ein Detachement Marinesoldaten heraufzubeordern. Den Russen ist der jetzige verworrene Zustand nur recht, denn sie denken dabei alles durchzusetzen, was sie noch wollen. Wären gestern Deutsche dabei gewesen, so hätte Edmund sofort ein Detachement requiriert. Gleich nach Tisch bekam Edmund einen Brief Salvagos, seine Frau sei nachmittags in der Nähe des Petang vom Pöbel angegriffen worden. Man habe sie hauen wollen und ihr die entsetzlichsten Schimpfnamen zugerufen. Nur mit Mühe und mit Fausthieben hatten ihr Mafu und ihre Träger ihre Sänfte durch die Menge durchgebracht. Edmund ging gleich auf die italienische Gesandtschaft, und indessen kam die Mitteilung, daß für morgen eine Versammlung des diplomatischen Korps einberufen sei. Das ist alles, was Sir Claude a trouvé! Es scheint, daß in der chinesischen Bevölkerung doch eine ziemliche Aufregung besteht und das Gerücht verbreitet worden ist, alle Europäer müßten fort!
30. September. Der Kaiser [Guangxu] sitzt gefangen auf einer Insel im Stadtpalais. Sechs seiner Beamten sind infolge seines Fluchtversuchs ohne Untersuchung sofort hingerichtet worden. Chang yin huan ist nach Turkestan verbannt. Als wir nachmittags ausreiten wollten, begegnete uns Sir Claude mit der Nachricht, zwischen der Station und der Stadt seien soeben Mrs. Beton im Karren und der Dolmetscher Mortimer zu Pferde vom Pöbel angegriffen und mit Steinen beworfen worden. Mrs. Beton sind auf dem Karren ihre Kleider auf dem Leibe zerrissen worden. Dem amerikanischen Bischof soll es ebenso ergangen sein, die Tragstühle voller Steine geworfen und dem Dolmetscher Dowrie durch einen Steinwurf eine Rippe zerbrochen. Sir Claude war entschieden nicht à la hauteur de circonstances, denn er konnte sich trotz allen Zuredens von Edmund nicht dazu entschließen, sofort ein Detachement Marinesoldaten heraufzubeordern. Den Russen ist der jetzige verworrene Zustand nur recht, denn sie denken dabei alles durchzusetzen, was sie noch wollen. Wären gestern Deutsche dabei gewesen, so hätte Edmund sofort ein Detachement requiriert. Gleich nach Tisch bekam Edmund einen Brief Salvagos, seine Frau sei nachmittags in der Nähe des Petang vom Pöbel angegriffen worden. Man habe sie hauen wollen und ihr die entsetzlichsten Schimpfnamen zugerufen. Nur mit Mühe und mit Fausthieben hatten ihr Mafu und ihre Träger ihre Sänfte durch die Menge durchgebracht. Edmund ging gleich auf die italienische Gesandtschaft, und indessen kam die Mitteilung, daß für morgen eine Versammlung des diplomatischen Korps einberufen sei. Das ist alles, was Sir Claude a trouvé! Es scheint, daß in der chinesischen Bevölkerung doch eine ziemliche Aufregung besteht und das Gerücht verbreitet worden ist, alle Europäer müßten fort!
Abonneren op:
Posts (Atom)







