dinsdag 7 mei 2013

Thomas Mann -- 8 mei 1945

Pacif. Palis., dinsdag 8 mei 1945
Buitengewone en vermoeiende dag. Nuchter met K. naar het röntgen-laboratorium in Beverly Hills: talrijke doorlichtingen en foto's na innemen van wat bismut-drank. Duur: een uur. Thuis weer naar bed gegaan, gesluimerd en krant gelezen. Geen voedsel. Half 3 opnieuw naar het laboratorium gereden met Erika. Controle-opname, weer in wit hemd met rugsluiting. Omslachtig. Voedsel toegestaan. In de auto wat vermout en cigaret. Thuis soep, koteletten en koffie. Tijdschriften gelezen. [...] 's Avonds Franse champagne ter viering van de VE-day (Vïctory in Europe-day]. Hoorden de redes van Truman en Churchill. De Russen nemen Breslau, Dresden, Olmütz. Beschrijving van de ondertekenings-ceremonie in Reims. Jodls toespraak en beroep op de 'generositeit'. Radio-toespraak van Dönitz aan het volk: Het fundamentvan de nationaal-socialistische staat was verwoest, de partij van het toneel verdwenen. Hij wilde proberen in de komende zware tijden behulpzaam te zijn. Goering en Himmler zouden bij hem in Flensburg zijn. Zegt dat het recht in Duitsland moet heersen en het doel moet zijn tot de Europese volkerenfamilie te behoren na overwinning van de haat die Duitsland nu omringt. Verder gaat de verloochening van het nazi-dom niet en kan van die kant ook niet verder gaan. -De Russen zoeken tevergeefs verder naar Hitlers lijk.


Thomas Mann (1875-1955) was een Duitse schrijver. Hij hield zijn leven lang een dagboek bij. Gedeeltes daaruit zijn in het Nederlands vertaald (door Paul Beers) in Duitsland heeft me nooit met rust gelaten. Amerikaans dagboek 1940-1948.

Marga Minco -- 7 mei 1983

Zaterdag
Ik lees dat de Portugese Synagoge moet worden gesloten omdat de beveiliging niet optimaal is. Misschien behoorden wij, toen we er twee weken geleden met de Israëlische schrijver Aharon Appelfeld waren, wel tot de laatste bezoekers. We werden rondgeleid door meneer Emanuels, een voortdurend glimlachende wijze, geen ogenblik uit zijn doen gebracht door de tegelijk met ons aanwezige, rumoerende groep scholieren. Aharon liep zacht neuriënd rond, onder de indruk van 'de prachtlievendheïd der Portugiezen' en met verbazing kijkend naar de van zwart crêpe-papieren keppeltjes voorziene jongetjes, die overal aanzaten, op het Almemmor klommen en elkaar al stoeiend over de banken duwden. In de kleine wintersynagoge ontdekte hij dat op de langs de wanden hangende lijsten met namen van gemeenteleden als eerste de naam van Spinoza's vader voorkomt. Het maakte hem lichtelijk euforisch, zei hij.
Vrienden bellen om te zeggen dat ze De val hebben gelezen. Hun complimenten geven me een kick. Ik ga nu eindelijk in de tuin werken, wroet met plezier in de natte aarde, plant een- en tweejarigen en een kruisbessestruik, gekocht bij een kwekerij in de buurt, die tegenwoordig 'intratuin' heet: net zo ridicuul als 'brood-o-theek', 'coiffurants' en 'shampoobar'. Wat doet de commercie toch met de taal? En bleef het maar bij de commercie.
Jongste dochter J. komt eten. Ik maak, voor het eerst dit seizoen, asperges als voorgerecht. Voor we aan tafel gaan speel ik als vanouds een partij Chinees schaak met haar. Ze wint bijna altijd. Dit keer heb ik veine. De afgelopen jaren heeft ze me geregeld aangespoord mijn boek af te maken. Het is er nu, maar het is een ander geworden dan ik onder handen had. De roman die ik voor deze novelle heb laten liggen, komt er ook wel. Daar ben ik ineens zeker van.


Marga Minco (1920) is een Nederlandse schrijfster. In 1983 hield ze voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

zondag 5 mei 2013

Jan Wolkers -- 6 mei 1970

WOENSDAG 6 MEI 1970
Tweemaal pootpil.
We gaan eerst boodschappen doen in De Koog. Dikke postelein met van die waterige stelen. Om twee uur gaan we bij de Muy langs de polder wandelen. Bruine kiekendief wordt waargenomen. Veel grutto's. Ineens komt er een lepelaar aangevlogen. Gaat in een slootje staan slobberen. Overal eromheen staan mensen met kijkers hem waar te nemen. Later ontmoeten we ook de NjN'ers die we toen mee hebben laten liften. Terwijl we met ze staan te praten blijkt er aan de overkant van het slootje, op nog geen twee meter afstand, een eend met jongen tegen zich aan gedrukt te zitten. Even later zien we ook een klein rugstreeppadje, terwijl ik net gezegd heb dat ik er nooit een heb gezien, ze alleen maar gehoord heb. Het is prachtig weer. De wind is niet gering maar de zon is erg goed. Steeds oudere echtparen met kijkers gewapend.
Om zeven uur gaan we met een fles Tequila naar Friso Kramer, die een huisje tegen de dennen heeft, om zijn televisietoestel te testen met het oog op de wedstrijd. Of het scherm niet te klein is. Fantastische wedstrijd. We spatten bijna uit elkaar van spanning. Wat niemand gedacht had: Feyenoord is de betere ploeg. Israël is fantastisch. Het wordt 2-1 voor Feyenoord maar het had eigenlijk 4-1 moeten worden. Twee schoten tegen de paal. Bij de verlenging.


Jan Wolkers (1925-2007) was een Nederlandse schrijver en kunstenaar. Zijn dagboek van 1970 is verschenen bij de Bezige Bij.

zaterdag 4 mei 2013

Kenneth Tynan -- 5 mei 1974

In My Own Way, de autobiografie van Alan Watts, lees ik dat je alcohol veel beter rectaal dan oraal kunt innemen. Omdat ik weet dat dat in elk geval voor slaappillen geldt (zetpillen zijn gezonder dan gewone tabletten), ben ik zo gek de proef op de som te nemen. Zo komt het dat Nicole en ik na een gekruide Indiase maaltijd thuiskomen in Emma Gordons flat, met een halve fles wodka om het experiment te beginnen. Nicole giet een groot wijnglas vol wodka via een klysma in mijn anus. Binnen tien minuten is de pijn niet meer te harden. Ik lig te kreunen en te kronkelen alsof blauwzuur in mijn darmen wordt gepompt. De wodka trekt het rectum samen en irriteert het slijmvlies; ik breng een slapeloze nacht door, gevolgd door een dag vol kwellingen, waarbij ik om de tien minuten naar de wc moet - meestal zonder gevolg omdat de diarree door de krachtig samengeknepen anus geen kant op kan. Afgezien van de pijn bloed ik overvloedig uit mijn rectum. Zo word ik beloond voor mijn anale fixatie, die wordt verheven tot een farce. Het duurt achtenveertig uur voor de zaak tot bedaren komt (nota bene: drie dagen later verlies ik nog steeds bloed).


Kenneth Tynan (1927-1980) was een Britse theatercriticus en schrijver. Zijn dagboeken zijn gepubliceerd als The Diaries of Kenneth Tynan.

Carel Alphenaar -- 4 mei 1984

Vrijdag
Het Christendom op de radiowekker. Fens in de Volkskrant. 10 uur. Toneelgroep Centrum wordt ondervraagd door de Commissie Toneel van de Amsterdamse Kunstraad. Een uitputtend gesprek over de criteria die Centrum aanlegt bij de repertoirekeuze. 'Wat is jullie analyse van de maatschappij?' Wij analyseren niet, wij werken met antennes. Wij scharen ons achter schrijvers die we goed vinden en soms laten die alleen maar de gekte van deze tijd zien. Schrijvers als Haenen en Schippers verlustigen zich in die gekte. Schrijvers als Vleugel en Vorstenbosch geven ook nog tijdscommentaar. In ieder geval nemen wij geen genoegen met een schijnanalyse en daarom komen auteurs als Edward Bond en Peter Shaffer er bij ons niet meer in.
We vertellen gedetailleerd hoe wij auteurs begeleiden en hoe wij, in een nieuw toneelbestel, de kans willen krijgen om meer projecten te starten, meer waagstukken uit te halen met de mogelijkheid om mislukkingen snel af te voeren. De commissie luistert goed en dat inspireert.
Ik fiets slalommend naar Bellevue, en werk daar twee uur met een Nederlandse toneelschrijver, samen met mijn uitdagende collegadramaturg Helen de Zwart. We geven per zin commentaar. De schrijver verlaat opgeruimd het pand en zal over veertien dagen terugkomen met een nieuwe versie.
Vlak voor zessen koop ik grammofoonplaten, de strijkkwartetten van Bartók en een handschoffeltje. Thuis vind ik niemand, dus eet ik er niet. Wel wied ik woedend wat van dat verdomde zevenblad in mijn tuin.
Dan weer met gelijkmatig humeur naar Bellevue. Ik heb dienst. Ik moet de kaartjes scheuren.
Het herdenkingssignaal van 4 mei overvalt me als ik met een blad vol lege glazen het café inloop. Iedereen staat al doodstil. Het is even belachelijk en hachelijk om het blad op de grond te zetten, als om het vast te houden. Ik sta als een roerdomp, maar herdenken ho maar.
Als ik de zaaldeuren ga openen sta ik recht tegenover het opgehoopte publiek. Na honderd minuten klinkt het applaus — hard en mooi van lengte. De mensen komen geëmotioneerd naar buiten. Ik krijg bemoedigende knikjes.
Na een verjaardagsbezoek bij een engel in Duivendrecht, rijd ik in mijn oude Peugeot naar Heerewaarden. Stuitend dichte mist. Zal ik de Betuwe halen en zo ja, staat hij in bloei? Zo nee, de dood is vast ook iets heerlijks.


Carel Alphenaar (1940) is regisseur, schrijver, theatermaker en cellist. In 1984 hield hij op verzoek van de NRC een 'Hollands Dagboek' bij toen toneelgroep Centrum, waar hij aan verbonden was, met stopzetting van subsidie bedreigd werd.

vrijdag 3 mei 2013

Jacob Segersz van der Brugge -- 3 mei 1634

[3 Mey 1634]
Den 3 dito, variabile wind met jacht-sneeu ende Vorst. Ooster-Sonne vernamen wy een oude Beer met een kleen Iongh by sich; maer den Hond siende ende horende ons gereet maecken, sprong de deur op, ende verjoeg de selve. Voor ons Tent tot de Houcker-bahy leyt ’t ijs noch t’ eenemael vast. In de Wacken houden sich ontelbare meenigte van berch-Eynden, doch seer schu ende swaerlijck om te bekomen.

[4 Mey 1634]
den 4 dito, continueerde den Vorst ende het weer als voren. De Bahy hielt sig als noch seer vast met ijs beset, so dat wy nerghens met de Chaloup konden roeyen.

[5 Mey 1634]
Den 5 dito, de wint ende het weer als voren, met jagt-sneeu ende Vorst. In den avont de wint N.O. met stijve koelte ende strenge Vorst.

[6 Mey 1634]
Den 6 dito, de windt N.O. met ghestadighe jacht-sneeu, so dat wy niet van ons konde sien; over sulcx in de Tent bleven: wy vreesden dat met de Noorde wint veel ijs tegen ’t Land soude aen perssen, so de selve continueerde; ’t konde wel gheschieden dat de Schepen laet op de Neeringh soude komen: doch de windt kan sulcx met Gods hulp haest doen veranderen.

[7 Mey 1634]
Den 7 dito, de wind N.O. met gestadige jachtsneeu. Ontrent z. o. Sonne vernamen wy een Beer aen de Walrus staen te eten, die wy met dubbelt scharp in ’t lijf schoten, en Bahywaert op liep, welcke naderhandt van ons Timmerman is gheschoten, waer door hem doen veel bloeds de muyl als anders uyt-liep, klimmende op eenige groote ijsbrocken, daer de selve, na dat wy konden bemercken, gestorven is. In den avont klaerdent wat op.


Jacob Segersz van der Brugge (????-16??) was bevelhebber eener expeditie van 7 matrozen, die door de Noorsche compagnie naar Groenland gezonden, daar van 30 Aug. 1633 tot 27 Mei 1634, gedurende 9 maanden min 5 dagen, overwinterde om na te gaan, of in die streken eenig voordeel voor de Compagnie te behalen viel. De bevelhebber gaf van deze overwintering een eenvoudig en trouw verhaal, aan de bewindhebbers zijner Compagnie opgedragen, en getiteld: Journael of dagh-register gehouden by Seven Matroosen in haer overwinteren op Spitsbergen in Maurits-Bay (Amst. c. 1660).

woensdag 1 mei 2013

Maartje Wortel -- 2 mei 2012

Woensdag
Gisteravond kon ik niet slapen. Plotseling overviel me een beklemmend gevoel. Ik dacht: ‘Wat ben ik hier eigenlijk aan het doen?’ Alle gesprekken die we voor de radio gemaakt hadden, waren interessant maar vooral ook heel algemeen en abstract. Ik miste plotseling het contact, gewoon. Een concreet gesprek, van mens tot mens. Over wie de ander is, bijvoorbeeld. Ik merkte dat ik, om mee te doen met de groep, ook in algemeenheden begon te praten en een blokkade voelde om binnen die groep mezelf te zijn. Terwijl je moet beginnen van binnenuit. Als je geen reflectie kent, dan kan je ook niet naar buiten kijken. Alles blijft op die manier een vage vlek. Sowieso stellen mensen elkaar weinig vragen, terwijl begrip daarmee begint. Ik twijfelde of ik er iets over moest zeggen tegen de anderen. Wanneer je je eigen (individuele) vrijheid neemt om zoiets te zeggen, ontneem je iemand anders de individuele vrijheid en dat is riskant binnen een groep, mede omdat we bang zijn om buitengesloten te worden. Uiteindelijk hebben we gepraat, dat gaf lucht, ruimte, nieuwe vrijheid. Als je opgesloten zit, gebeurt er in het klein wat in de wereld in het groot gebeurt: je moet elkaar steeds opnieuw proberen te begrijpen.


Maartje Wortel (1982) is een Nederlandse schrijfster. In 2012 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands dagboek' bij.