donderdag 10 augustus 2017

David Koker -- 11 augustus 1943

• Tijdens zijn gevangenschap en tewerkstelling in Judendurchgangslager Vught hield David Koker gedurende een jaar een dagboek bij, dat gepubliceerd is als Dagboek geschreven in Vught. Hij werkte in Vught voor Philips, wat hem later in Auschwitz een beschermde positie opleverde. Hij overleed aan de gevolgen van een ziekte.

Woensdag 11 Augustus [1943].
Gisteravond lang gesprek met Alfred. Hij leeft geheel in de vormen van dit kamp, eet alles, uit een soort kwaadaardige ironie. Ik sprak hem over mijzelf, over mijn bewuste geindisponeerdheid tot geluk. Merkwaardig hier een gesprek te voeren, dat op het diepste gaat. Ook over het kamp, waarvan het ellendige is, dat het zo bedriegelijk het werkelijke leven en geluk nabootst.
Max had vandaag brief van Dannie [Andriesse] en was daar een beetje ongelukkig om. Onlangs is hier een politieagent betrapt, die dertig brieven het kamp uitsmokkelde. Vele maatregelen tegen het klandestien schrijven. Gisteravond op appèl drie civiele arbeiders onder toepasselijke toespraak kaalgeschoren en uitgekleed. Voor hetzelfde. Men zegt, dat de brieven van de agent even na de inbeslagname alweer verdwenen zijn.
Op de Moerdijk schijnen twee Häftlinge [niet-Joodse gevangenen?] met twee SS-ers er van door te zijn. 16 uur appèl en 24 uur geen eten.
Een kapo had iets verkeerd gedaan en moest van de Kommandant hippen naar het kamp. Dacht dat niemand keek en hipte het FKL [Frauen-Konzentrationslager] binnen. Kreeg 150 auf 'm Arsch en ligt nu in het ziekenhuis. Op zijn buik waarschijnlijk. Vanmiddag aanname van tien meisjes, waarbij Smit [functionaris van Philips] geen familie aan één band wilde hebben. In tegenstelling tot lijn van dusver. Op grond van het geklets in het vrouwenkamp: Spits en Sanders brengen vriendjes binnen. De Philipsheren hebben derhalve de charitatieve houding tegenover ons, ook de aanmatiging die daarbij hoort. Wij zijn maar joden. En leven maar bij gratie van onze vijanden en onze weldoeners. Ook aanmerking dat vrouwen met hun mannen staan te praten. Philips is van een ongelofelijke fitterigheid. De konfektiebedrijven bemoeien zich veel minder met het personeel zuiver ten goede en ten kwade. Trouwens, de Haftlinge worden veel menselijker en waardiger behandeld. Wij hebben elk recht op een volwaardige behandeling verloren. Alles wat men aan ons doet en wat niet van de Duitsers komt, dunkt ze meegenomen.
Vader vroeg vanmorgen een Unterscharführer, die hij bediend had: 'Wünschen Sie noch etwas?' 'Ja, den Frieden' was het antwoord.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen