zondag 30 juli 2017

Hector Berlioz -- 31 juli 1830

Hector Berlioz (1803-1869) was een Franse componist. Als 27-jarieg maakte hij de Parijse opstand mee. Zie ook Mijn leven (vertaald door W. Scheltens).

31 juli 1830
Het palais de l’Institut, dat door talrijke families bewoond werd, bood toen een merkwaardige aanblik; geweerkogels gingen dwars door de gebarricadeerde deuren heen, kanonskogels deden de voorgevel op zijn grondvesten schudden, vrouwen slaakten kreten, en op de momenten van stilte tussen de schoten door hervatten de zwaluwen hun vrolijk lied dat talloze malen onderbroken was. En ik schreef, ik schreef ijlings de laatste bladzijden van mijn orkestpartituur, onder het droge en doffe geluid van de verdwaalde kogels, die na een parabool beschreven te hebben boven de daken, vlak naast mijn ramen platsloegen tegen de muur van mijn kamer. De negenentwintigste was ik eindelijk vrij, en kon ik uitgaan en tot de volgende dag, met het pistool in de vuist, Parijs afschuimen samen met het heilig Gepeupel.
Ik zal nooit vergeten hoe Parijs eruitzag tijdens die beroemde dagen; de dolle moed van de straatjongens, het enthousiasme van de mannen, de razende woede van de hoeren, de sombere berusting van de Zwitsers en de koninklijke garde, de eigenaardige trots van de arbeiders omdat zij, zeiden zij, meester over de stad waren en niets stalen; en de verbluffende opschepperij van enkele jongelui die, na van echte onverschrokkenheid blijk te hebben gegeven, kans zagen die belachelijk te maken door de manier waarop zij hun heldendaden vertelden en de groteske manier waarop zij de waarheid opsmukten. Zo geloofden zij dat ze verplicht waren, omdat ze niet zonder grote verliezen de cavaleriekazerne in de rue de Babylone hadden ingenomen, te zeggen met een ernst, de soldaten van Alexander de Grote waardig: Wij waren bij de inname van Babylon. De zin die ze eigenlijk moesten zeggen was te lang; die werd trouwens zo vaak herhaald dat men niet meer buiten de kortere versie kon. Hoe ronkend en met wat een lang aangehouden o werd dat woord Babylon uitgesproken! O Parijzenaars!... grootse zotten, zo men wil, maar ook zotten in het groot!... En dan de muziek, de liederen en de hese stemgeluiden waarvan de straten weergalmden, men moet ze gehoord hebben om er zich een voorstelling van te maken!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen