zondag 17 januari 2016

Robert Craft -- 18 januari 1962

Robert Craft (1923) is een Amerikaans dirigent, muziekwetenschapper en schrijver. Hij is vooral bekend geworden door zijn langdurige vriendschap met de componist Igor Stravinsky, die resulteerde in onder meer Igor Strawinsky. De kroniek van een vriendschap.

18 januari 1962
Diner op het "Witte Huis. De presidentiële limousine haalt ons om acht uur af bij het Jefferson-hotel, maar hoewel onze aankomst precies op tijd wordt aangekondigd via de radio van de chauffeur worden we nog met uiterste voorzorg het hek doorgelaten. Op het grasveld voor het "Witte Huis ligt wat sneeuw, en de met ijzel bedekte bomen lijken op kristallen kroonluchters. Het portiek is hel verlicht door TV-lampen, en een troep cameralieden staat klaar voor de aanval. De Kennedy's - beiden langer dan wij dachten, zij bovendien slanker, hij zongebruind - komen naar buiten vlak voordat we uit onze limousine stappen. Hij begroet ons met een redenaarsgeluid, zij hijgerig gelijk Marilyn Monroe, en intussen duwen de fotografen elkaar weg, ze schreeuwen - 'Hé, Jackïe, kijk even deze kant uit' - en rollen zelfs over de grond à la Dolce Vita. Ons begeleidend naar de lift,, en vandaar naar een ontvangstzaal vraagt de president naar Rusk en zijn medaille-uitreiking, en naar de stand van zaken bij de repetities voor Strawinsky's uitvoering van Oedipus Rex.
De andere gasten zijn de Schlesingers en de Salingers, Lee Radziwill en Helen Chavchavadze (een schoonheid in wie Kennedy kennelijk geïnteresseerd is), Felicia Bernstein (idem, in wie ik geïnteresseerd ben), haar man Leonard, Nicolas Nabokov, Marshall Field, Max Freedman, en Goddard Lieberson en echtgenote. Het is een diner met vrienden van de Kennedy's, d.w.z. zonder politieke bijsmaak, maar het zijn niet de vrienden van I.S. (Balanchine, Aldous, Eliot, Auden, St.-John Perse, Isaiah Berlin, Lincoln Kirstein, Berman).
De dames zitten op divans bij de haard, de heren staan om de president heen. Ik zelf drink te snel twee grote glazen whisky, en kan niet genoeg kaviaar te pakken krijgen - toch al een slechte combinatie - om de vloeistof te absorberen. Ik merk dat ik gedwongen ben steeds maar naar de jeugdige president van de Verenigde Staten te kijken, en nog meer naar 'Jackie'. Haar lichtgrijze ogen zijn mooier dan op de foto's, waar ze altijd donkerbruin lijken. Bovendien heeft ze helemaal -niet het magere, hologige uiterlijk, dat door heel vrouwelijk Amerika wordt nageaapt. Achteraf herinner ik me niets van de zaal, maar aan de muur van de gang tegenover de deur hangt een schilderij van een Indiaan van de prairies in het Westen, en dat geeft me onverwacht een patriottische huivering.
Naar het diner daalt V. de trap af met de president, terwijl I.S. en 'Jackie' de lift nemen, en ik begeleid N.N., die nu ontspannen is, en dus komische en onherhaalbare opmerkingen maakt over de portretten van Taft en Harding aan de wanden. We worden naar onze plaatsen geleid in de State Dining Room, de president in het midden met V. aan zijn rechterhand, en 'Jackie' daartegenover met I.S. aan haar rechterzijde; ik fungeer als buffer tussen mevrouw Schlesinger en de heer Salinger, en mevrouw praat over boeken, tot mijn grote opluchting, aangezien ik wat de actuele politiek betreft alleen op de hoogte ben van de verkiezingen in Australië. Bij het derde glas champagne, tegen het eind van de maaltijd - sole mousse, gigot (V., later: 'Een volmaakte galamaaltijd voor conciërges') - brengt de president een dronk uit op I.S.; als haar echtgenoot tweemaal in zijn speech dreigt uit te glijden glinstert bezorgdheid in 'Jackies' ogen. 'Wij zijn in de laatste maanden twee maal geëerd door de aanwezigheid van een grote kunstenaar,' begint bij, en ik vraag me af of I.S. weet dat Casals bedoeld wordt met die ander. 'Toen mijn vrouw in Parijs studeerde heeft ze een scriptie gemaakt over Baudelaire, Oscar Wilde en Diaghilew.' (I.S., later: 'Ik was even bang dat hij ging zeggen dat zijn vrouw een studie had gemaakt van de homoseksualiteit.') 'Nu heb ik gehoord, meneer Strawinsky, dat u bevriend bent geweest met Diaghilew. En ik heb zo juist vernomen dat u in uw jeugd bekogeld bent met stenen en tomaten.' Dat heeft V. hem tijdens het diner verteld; het verhaal van de première van de Sacre heeft de president versteld doen staan en hem zelfs hardop doen lachen. Stenen en tomaten, moet ik later uitleggen, zijn een Amerikaanse weergave - die gooit men namelijk naar honkbalscheidsrechters - want I.S. heeft deze projectielen letterlijk opgevat. De toespraak is echter kort, en omdat een Amerikaanse president een groot scheppend kunstenaar eert - dit is nog nooit gebeurd in de Amerikaanse geschiedenis - is het ook een ontroerende gebeurtenis. Terwijl I.S. een dankwoord spreekt verhuist de bezorgdheid van 'Jackies' ogen naar die van V.
Daarna gaan de mannen bijeen zitten aan een der uiteinden van de tafel, terwijl de dames zich terugtrekken naar de Rode Zaal. I.S., die deze barbaarse Britse gewoonte vergeet, en er trouwens een enorme hekel aan heeft, wil V. volgen, zowel omdat hij afhankelijk is van gefluisterde hints als hij iets niet kan verstaan, alsook omdat hij eigenlijk alleen maar bij haar wil zijn. N.N. weet hem terug te houden en plaatst hem ter rechterhand van de president. Cognac en sigaren worden gepresenteerd, en daardoor wordt de conversatie van de president duidelijk mannelijker; er duiken zelfs enkele algemeen-Engelse vierletterwoorden in op. 'Hoe voelt u zich nu, meneer Strawinsky?' vraagt hij, en meneer Strawinsky antwoordt: 'Dank u, heel dronken, meneer de president.' Marshall Field stelt I.S. een vraag over Prokofjew en de USSR, die I.S. niet begrijpt, maar Lenny Bernstein ziet dat, schiet te hulp en beschrijft bovendien hoe Strawinsky's eigen muziek wordt ontvangen in het nieuwe Rusland. 'Ik heb tranen gezien in de ogen van de mensen, en niet alleen bij de Sacre, maar ook bij het pianoconcert, dat toch eigenlijk een zuur stuk is.' (Dat begrijpt I.S. heel goed, en later zegt hij tegen mij dat hij sceptisch staat tegenover het vergieten van veel tranen bij het pianoconcert).
Na dit verplichte nummer komt het gesprek op politiek. Hier toont de president zijn handigheid in het debat en in het op de spits drijven van een betoog. Hij geeft zelfs blijk van belezenheid als hij een artikel uit Encounter over de Berlijnse crisis 'effectbejag' noemt. Zijn aandacht dwaalt nooit af als een ander het woord voert, maar dat is misschien zelfverdediging, omdat hij weet dat ieders oog in de zaal op hem gevestigd is. En verder lijkt hij te zeggen wat hij denkt. Bij voorbeeld: 'Wij zijn in wezen een conservatief land, het liberale element is altijd een kleine minderheid geweest, en met liberaal bedoel ik alleen maar: open voor nieuwe gedachten.' Als het gesprek op een bepaald moment komt op commentatoren die in een aantal bladen tegelijk publiceren, spreekt hij zijn mening uit in eerlijke, met-voorzichtige bewoordingen, en neemt geen blad voor de mond. Zelfs over Cuba spreekt hij zonder zich zelf goed te praten.
De Kennedy's begeleiden ons tot aan de deur en wachten een kwartier met ons tot de chauffeur, die niet verwacht had dat we zo vroeg zouden terugkeren, is opgediept. Daar, alleen met ons, zijn ze hoffelijk, hartelijk en volstrekt ontwapenend.
I.S., in de auto: 'Aardige kinderen.'
Terug in de lobby van het Jefferson-hotel echter wacht een menigte nieuwsgaarders I.S. op. Na ook dat overleefd te hebben zegt I.S. boven tot V.: 'Le président me rappelle d'un jeune hotnme de football qui ne peut pas jouer a cause de son mauvais dos' V. luistert echter niet, alleen maar omdat ze ontzaglijk opgelucht is dat I.S. niet geprobeerd heeft, de president tot een persoonlijk gesprek over te halen over verlaging van zijn belasting.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen