zondag 8 november 2015

Marten Kregier -- 8 november 1663

Marten Kregier (1617-na 1681) was een van de eerste kolonisten in Nieuw Amsterdam, en was daar drie keer burgemeester. Hij schreef een journaal over het verloop van de tweede oorlog met de Esopus-indianen. Hieronder een fragment daaruit.

[november] 7 ditto
op Woensdach is Pieter Wolfertsen tegen den avont met Rut Jacobsen jacht hij het reduijt aengecoomen, brenget mede twee Christenkinderen,die hij vande Esopuse* Wilden hadde uijtgereijlt, gevende daervoor eene Wildinne met een groot meijsje, brachte mede de andere resterende Wilde gevangene, brachte oock mede den Wappingsen* Sakima, die ditto Couwcnhoven aen het jacht hadde vast gehouden, seijde dat eene Christen gevangene vrouw onder haer Wappingse was, ende dat hij den Oversten daervoor inde plaets hadde gehouden tot tijt ende wijle sij de gevangene Christen vrouw souden opgelevert hebben, is anders niet voor gevallen; Hebben eene convoij op strant gedaen om de twee gevangene kinderen op te haelen. ditto Couwenhoven seijt, met den Esopusen Sakima thien dagen stillestant van wapenen gemaeckt te hebben ben ick [8 ditto] selver met eene convoij op strant geweest om de de gevangene Esopuse Wildinnen ende kinderen met den Wappingsen gevangen Wild, sijnde int getal negen stucks in Wildwijck opte haelen, coomende aen strant, vont den Oversten vande Wappings met noch eenen van sijne Wilden aen het jacht van Rut Jacobs, vraeghde den Luijtenant Couwenhoven wat dat voor twee Wilden waren, seijde dat het de Sakima was vande Wappingse met eene vande sijne wilden, die hij hadde mede opgebracht, doch niet gevanckelijck, maer was goetwillich aen boort gecoomen als vrient, hebben hem gevraeght, of hij wel weder naer huijs wilde gaen, ende maeken, dat wij [?] de Christen gevangenen vrouw crijgen, waerop hij antwoorde van Jae, seijde, dat hij deselve over ses a seven daegen wilde brengen, waerop bij den Crijgsraed is verstaen, datmen hem met de wild, die bij hem was, soude laeten gaen, oock om reden, dat sij voor die tijt noch onse vrunden waren, ende de vrede weder vernieuwt hadden, beloofden hem, als hij de Christen vrouw brachte, dan souden wij sijne broeder los laten, met noch een ander gevangen, waerop hij seijde, t is goet; gaven hem eenen baste canoa, lieten hem vaeren, is anders niet voorgevallen dien dach, alsoo het den geheelen dach regenden.


* Wappinger-indianen - stam van de Delaware-indianen
* Esopus-indianen - stam van de Delaware-indianen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen