donderdag 5 november 2015

J.J. Slauerhoff -- 6 november 1926

Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936) was een Nederlandse dichter en schrijver (en scheepsarts). Summiere dagboekaantekeningen van hem zijn gepubliceerd in Dagboek.

5-8 Nov. Koude.
Ch.[anghai] Plein d'espoir. Mme B. au désespoir le matin. Je trouve un ménage calme. P. F. [Paul Fouletier] en fut l'après-midi un moment. 2 t., demain une par jour. Le soir une calme volupté plus pittoresque qu'intéressante. Cl.[aire Fouletier] est gentille, exotique et répugnante dans son costume chinois, elle s'endort après une *. Je vois la vie en bleu. Pas de visions. Conversation vaine sur la théosophie et pis etc. Je paye d'asthme d'une visite a Mme Bume. Porto ennuyeux. Au Palace la Cie: tendance pleine d'espoir aux miracles de Gh. après la déception paisible avec R. l'autre soir après le pacte.
Je file. Le soir le lieutenant avec ses favoris. Il mange et parle d'un air distrait. Formidable. Ses yeux sonts petits, vagues, aqueux, mais pas sans expression.
Calme volupté d'innombrables pipes, l'asthme, je maudis, je veux me sauver, la brume est dehors.
Na een uur is de weldadige werking voorbij. Ik ontwaak stikkend, hurk ineen, de uren der nacht gaan langzaam voorbij, buiten is de nevel dik en de stilte ondoordringbaar en toch heb ik een groot verlangen de nacht in te gaan, uit dit kleine hok, met deze zoete lucht die ik altijd met chineezen associeer, met dit doffe roode licht, de slapende zwaarlijvige figuur in kimono naast mij, de karakters die voor ons niets beteekenen. Ik hurk ineen en vloek en denk: waarom zit ik hier, waarom geeft dit mij nu weer geen genot, alleen last en stikkingskramp. Wat is deze calme volupté vergeleken met de intense. Waarom heeft die juist maatschappelijke consequenties en deze niet, integendeel! Misschien is 't waar, leef ik te laag en moet de wellust voor mij nog belichaamd zijn. Waarom is de vorm van het wezen de schoonste welks ziel soms beminnelijk, soms verachtelijk, maar nooit superieur en olympisch isj die altijd spint om de man in 't web te vangen, listig liefelijk vleiend, klevend. Bij 't losrukken worden altijd groote stukken opperhuid uitgerukt. Hoevele litteekens draagt de vrije niet in zich.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen