donderdag 16 april 2015

Edmond de Goncourt -- 17 april 1886

Edmond de Goncourt (1822-1896), Franse schrijver, criticus en uitgever, hield samen met zijn broer Jules (1830-1870) (en na diens dood alleen) een beroemd geworden dagboek bij.

Zaterdag 17 april Vanmiddag heeft Bracquemond me meegenomen naar de beeldhouwer Rodin. Het is een man met een volks uiterlijk, een vlezige neus, heldere ogen met voortdurend knipperende, ziekelijk roodgekleurde oogleden, een grote blonde baard, kort geknipt en opgeborsteld haar, en een rond hoofd, een hoofd waaruit een vriendelijke, onverzettelijke vasthoudendheid spreekt – een man zoals ik me voorstel dat Jezus’ leerlingen eruit hebben gezien.

Ik trof hem in zijn atelier aan de boulevard de Vaugirard, het gewone atelier van een beeldhouwer, met pleistervlekken op de muren, een armoedig gietijzeren kacheltje, de kille vochtigheid die veroorzaakt werd door grote, in lappen gewikkelde stukken natte klei, en met al die afgietsels van hoofden, armen en benen, waartussen twee uitgemergelde katten rondliepen die deden denken aan uit de fabelwereld afkomstige griffioenen. En te midden van dat alles bevond zich een model met ontbloot bovenlijf, een man die eruitzag als een havenarbeider. Rodin liet de kleimodellen – op ware grootte – van zijn zes Burgers van Calais op de draaischijf ronddraaien. Ze waren sterk realistisch gemodelleerd, met van die fraaie holten in het huidoppervlak zoals Barye ze heeft in de flanken van zijn wilde dieren. Hij liet ons ook een robuuste schets zien van een naakte vrouw, een Italiaanse, een klein, soepel schepsel, een panter zoals hij zei, maar waarvan hij met spijt in zijn stem verklaarde dat hij het niet kon afmaken, omdat een van zijn leerlingen, een Rus, verliefd op haar was geworden en met haar was getrouwd. Hij is een echte meester van het naakt, die in de meest fraaie en de meest perfecte anatomie een detail aanbrengt dat sterk buiten proportie is, en dat zijn bij de vrouwen dan meestal de voeten.

Een heel bijzonder werk van Rodin is een borstbeeld van Dalou, dat in was is uitgevoerd, een doorschijnende, groene was, die op jade lijkt. Men kan zich geen voorstelling maken van de fijnheid waarmee hij de oogleden en de subtiele nervatuur van de neus he gemodelleerd... De arme kerel, hij heeft werkelijk geen geluk met zijn Burgers van Calais! De bankier die het geld beheerde, is ervandoor gegaan, en Rodin weet niet of men hem nog zal kunnen betalen; maar het werk is al zo ver gevorderd dat het zeker voltooid wordt, en het kost hem 4.500 frank om zijn modellen, atelierkosten, enzovoorts, te betalen.

Van zijn atelier aan de boulevard de Vaugirard bracht Rodin ons naar zijn atelier bij de Ecole Militaire om zijn beroemde deur te zien, die voor het toekomstige palais des Arts Décoratifs is bestemd. Het zijn twee enorme panelen, die een wirwar, een chaos, een verstrengeling te zien geven, iets als een rif waarop zich kalkkoralen hebben afgezet. Na enkele ogenblikken ontdekt de blik in wat op het eerste gezicht een koraalafzetting leek, de oneffenheden en de inspringende gedeelten, de uitsteeksels en de holle vormen van een hele wereld van prachtige, kleine figuurtjes die om zo te zeggen door elkaar lopen in een drukte en in een beweging waarbij de beeldhouwer Rodin heeft geprobeerd het Laatste Oordeel van Michelangelo na te bootsen en sommige scènes van aanstormende menigten op schilderijen van Delacroix –, en dat alles in een reliëf dat nog niet eerder is vertoond, een reliëf dat alleen Dalou en hij hebben aangedurfd.

Het atelier aan de boulevard de Vaugirard bevat een mensheid die geheel aan de werkelijkheid is ontleend, het atelier van het Ile des Cygnes is de verblijfplaats van een poëtische mensheid. En door op goed geluk iets te pakken uit een hoop afgietsels die op de grond lagen, kon Rodin ons van nabij een detail van zijn deur laten zien. Het waren prachtige kleine vrouwentorso’s waarvan de ruglijn en om zo te zeggen de vleugelslagen van de schouders op een volmaakte wijze waren uitgebeeld. Hij bezit ook tot in de perfectie het voorstellingsvermogen om twee elkaar beminnende lichamen onderling te verbinden en met elkaar te verstrengelen, zoals bloedzuigers die men om elkaar heen gerold kan zien in een bokaal. Een buitengewoon originele groep geeft zijn visie op de lichamelijke liefde, maar zonder dat de vertaling van die visie obsceen genoemd kan worden. Het is een man die hoog tegen zijn borst het samengetrokken lichaam gedrukt houdt van een vrouwelijke faun. De laatste heeft haar benen opgetrokken als een kikker die zich gereedmaakt voor de sprong.

Het lijkt me dat de man een geniale hand heeft, maar niet beschikt over een persoonlijke visie. Het lijkt me dat het in zijn hoofd een mengelmoes is van Dante, Michel­angelo, Hugo en Delacroix. Hij lijkt mij ook een man van plannen en schetsen, die zich met ontelbare invallen, ontelbare scheppingen en ontelbare dromen bezighoudt, maar die niets tot zijn uiteindelijke voltooiing brengt

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen