zondag 30 juni 2024

Cesare Pavese • 1 juli 1942

Cesare Pavese (1908-1950) was een Italiaanse schrijver. In 2003 verscheen Leven als ambacht, met daarin dagboeken en brieven. Vertaling: Anton Haakman.








(1 juli)
bij afnemende maan                                             bij wassende maan
als men bloemen zaait
worden ze
mooi en met dikke stengel                                                ziekelijk en dun
                                                                                               en lang
als men bomen kapt
worden ze
gezond                                                                                 vermolmd
behalve de den, die wordt
vermolmd                                                                            gezond
als men de was doet met loogas
op het laken wordt deze
goed en schoon                                                                      vuil - de as
                                                                                                  zal er intrekken
als men wijnstokken en jonge 
scheuten snoeit is dat
schadelijk                                                                                vruchtbaar

Franz Kafka • 30 juni 1914

Franz Kafka (1883-1924) was een Tsjechische schrijver. Zijn dagboeken 1910-1923 zijn te lezen bij Gutenberg.

30. Juni. Hellerau. Leipzig mit Pick. Ich habe mich schrecklich aufgeführt. Konnte nicht fragen, nicht antworten, nicht mich bewegen, knapp noch in die Augen sehn. Mann, der für den Flottenverein wirbt, das dicke wurstessende Paar Thomas, bei dem wir wohnen, Prescher, der uns hinführt, Frau Thomas, Hegner, Fantl und Frau, Adler, Frau und Kind Anneliese, Frau Dr. K., Fräulein P., die Schwester der Frau Fand, K., Mendelssohn (Kind des Bruders, Alpinum, Engerlinge, Fichtennadelbad), Waldschenke, ›Natura‹, Wolff, Haas, Vorlesung von ›Narciß‹ im Garten von Adler, Besichtigung des Dalcrozehauses, Abend in der Waldschenke, Bugra – Schrecken über Schrecken.

Mißlungenes: Nichtfinden der ›Natura‹, Ablaufen der Struvestraße; falsche Elektrische nach Hellerau, kein Zimmer in der Waldschenke; vergessen, daß ich mich von E. dort antelephonieren lassen will, daher Umkehr; Fantl nicht mehr getroffen; Dalcroze in Genf; nächsten Morgen zu spät in die Waldschenke gekommen (F. hat nutzlos telephoniert); Entschluß, nicht nach Berlin, sondern nach Leipzig zu fahren; sinnlose Fahrt; irrtümlicherweise Personenzug; Wolff fährt gerade nach Berlin; Lasker-Schüler belegt Werfel; sinnloser Besuch der Ausstellung; schließlich zum Abschluß im ›Arco‹ ganz sinnlos Pick um eine alte Schuld gemahnt.

1.Juli. Zu müde.

5. Juli. Solche Leiden tragen müssen und verursachen!

Victor Segalen • 29 juni 1909

• De Franse schrijver Victor Segalen (1878-1919) bracht verscheidene jaren in China door. Voordat zij zich daar bij hem voegde, schreef hij zijn vrouw Yvonne 65 brieven die zijn gebundeld in het door Maarten Elzinga en Mark Leenhouts vertaalde Brieven uit China – brieven die het oude, voor-communistische China tot leven brengen.

Peking, 29 juni 1909
Ik heb een heerlijke avond gehad, alleen, dus met jou, liefste Mavone. ‘s Avonds eet ik voor de poort van mijn binnenplaats – als het mooi weer is, en dat was het vandaag. De maan kwam op van achter de boom die je op de foto met de vier karakters ziet. Dat is het uitzicht vanuit mijn poort.
Gisteravond met Yang echt Chinees gegeten; je hebt lekkere en minder lekkere dingen. Een groot aantal kleine gerechten, waaronder – moet ik bekennen – bedorven eieren. Maar laten we wel wezen, het zijn eerder adellijke eieren, als volgt klaargemaakt: de eendeneieren worden enkele maanden ingelegd in kalk: het wit wordt geleiachtig, bruin en lillend, het geel zwartgroen. Het ruikt sterk naar urine. Maar ik kan me voorstellen dat onze kaas ook een zekere tolerantie vereist... Ik heb er een paar plakjes van gegeten, zonder vervelende gevolgen. Beter zijn de kleine garnalen, de gerookte kip, de visragout en het gepocheerde ei in een heldere groentebouillon tot besluit van de maaltijd. Als drank heb je Huangjiu, gele wijn, eigenlijk meer een soort gierstbrandewijn, die lauw wordt gedronken, of Meiguijiu, een soort brandspiritus, naar het schijnt met rozen gestookt.
Yang, die weet hoe Europese magen kunnen reageren, kwam vanochtend informeren naar de mijne: er scheelde niets aan.

donderdag 27 juni 2024

Helena Morley • 28 juni 1894

• Helena Morley (pseudoniem van Alice Dayrell Caldeira Brant, 1880-1970) woonde als jong meisje in Brazilië en hield gedurende haar middelbareschooljaren een dagboek bij.

Monday, June 25th
I can't go to bed without writing about the scare we had today.
Everybody says it was a miracle, and it was.
Yesterday we went to celebrate S. João's and Uncle Joãozinho's day, in Boa Vista. There was a bonfire and fireworks, but very few people because the new cabin isn't finished yet, and there wasn't much excitement. Today we were sitting in front of the house, the whole family, on some boards that Uncle Joãozinho had put there for benches. We were praying. As there isn't any oratório here, Dindiriha said that we could pray just sitting by the door. She told her rosary and when she'd finished she wound it around her arm. Then she took out the litany and we all gave the responses. We continued to talk and enjoy the moonlight. Dindinha, thinking that the rosary felt very cold, looked to see what it was. She gave a scream and shook her arm, throwing something off, saying, "It's a snake!" The moonlight was like day. We went to look; it really was a snake and Seu Manuel Camilo killed it.
How can you explain that the snake didn't bite Dindinha? It really was a miracle.

Thursday, June 28th
Never have we found so many snakes at Boa Vista as we're finding now.
This is already the second one. My uncle says it's because he didn't cut the grass around the house. We came here before the big cabin was finished, because it was my uncle's birthday which falls on St. João's day. He had two bedrooms covered over in a hurry, with thatch, to put us up. I like everything all mixed up the way it is very much, and think it's very funny.
The old cabin is very small. It only has one bedroom for my uncle and papa and a smaller one for Siá Etelvina, the cook. She does the cooking and we go there for breakfast, lunch, and dinner.
Siá Etelvina is a fury. She's furious when we're here because she has twice as much work. This time, besides the aunts, five cousins came, and Zulmira. She can never make enough food for us. Today even Zulmira stole a can of sardines that my uncle keeps on the beams in his room. The new house is all open and hasn't any doors. My uncle put some boards in the living room for the boys, and we sleep with the aunts, all together in the bedroom. It's awfully funny. The only thing that bothers us is Siá Etelvina who, if Uncle Joãozinho didn't go into the kitchen to look into the pans, would starve us to death.
The new house is in the loveliest spot and near some gabiroba bushes; you step out of the door and there are the gabirobas. Today we were all in front of the house, sitting on the boards, with Ester sitting on an ant-hill. My father, who always has a stick in his hand, was sitting in front of Ester. Without calling any attention to himself, he got up silently and suddenly hit the head of a jararaca that was getting ready to strike at Ester's foot. If anyone else had seen it, he would have screamed, and Ester would have stepped on the jararaca. But because it was papa, who is the calmest man in the world, he struck it right on the head and killed it.

woensdag 26 juni 2024

Martha Feitsma • 27 juni 1923

Martha Feitsma (1907-1944) was een Leeuwardens meisje van joodse komaf. Ze overleed in Auschwitz. In 1922/'23 hield ze een dagboek ("Uit mijn bakvischtijd") bij.

Woensd. 27. Juni. Uit de datum blijkt wel dat ik een heelen tijd m’n dagboeken gestaakt heb. Dat kwam omdat Grieteke er mee opgehouden is en toen was bij mij de animo ook weg. Maar toen ik dit dierbaar document weer in handen kreeg, bekroop mij de lust om er maar weer mee door te gaan. Ik ben in de winter naar 5 bals geweest en op elk bal waar Appie de Vries was, heeft hij mij gevraagd voor de polonaise.
 30 Mei waren we met Juffrouw Kreuiter en de heele klas naar Giethoorn en Vollenhove. Eerst met den trein tot Steenwijk en toen verder den heelen dag gefietst. ’t Was jammer dat het om 12 uur begon te regenen want toen hebben we niet kunnen punteren in Giethoorn.
Nu is er groot nieuws: Ik tennis ( geen tannis uitspreken! ) Dat komt zoo : Er is hier een Joodsche tennisclub opgericht voor personen boven de 18 jaar en nu werd besloten er een adspirantclub aan toe te voegen voor personen ( wèl kinderen ) benèden de 18 jaar, waaronder ook mijn persoontje behoort. Onze club is niet zòo leuk. Maar affijn er behoren toe: Juut en Becca van der Kaars, Emiel van de Heyden, Betty en Leo van der Heyden, Jo Dwinger, Jules Cohen, Louis Cohen, Meyer Velleman en lest best: Ik. Nu is het gekke dat wij alleen mogen spelen onder toezicht van één van de grooten n.l. Mevrouw Leefsma, Meneer Dito, Mr. van Kollem, Mevr Dito, Hanie Klein, Jaap Cohen en { Louis Sanders en Erie Pinto } die ik een paar leuke jongens vind. Donderdag ’s Avonds heerlijk getennisd alleen jammer van een kleine kijfpartij. Er stond namelijk op een lijst die daar hangt dat we tot 9 uur onder toezicht stonden, maar wij dachten dat we nog wel even mochten doorspelen. hoor. Maar nee. Klokslag 9 uur moesten de kleintjes ophouden! en de 4 grooten! die er waren begonnen te spelen. Om razend te worden. Maar Daniël!!!!

Vrijdag 29 Juni. Na 4 uur weer gespield en we hebben  reuze gelachen want er was geen verkeersagent! Ik heb niets heel gewichtigs vergeten. Ik heb een mantelpak. Van Saarke heb ik „aan de Zonzijde gelezen.” Heel mooi.

Woensdag 11 Juli 1923  Dit was een heel gewichtige dag  voor mij, want er hing een groot deel van m’n verder leven !!!! vanaf. Want als ik zou zakken, dan moest ik in de huishouding en dus al die werkjes als kousen stoppen, kopjes wasschen enz doen en ik kan gerust zeggen dat ik alle die dingen vreeselijk vind Maar gelukkig ben ik overgekomen en wel naar de 4e Klasse MHBS. Tante Jette is ook hier gekomen met haar 3-tallig kroost. De oudste is bij ons en ik heb er heel wat mee te doen want hij is al om 6 uur wakker en dus ik idem dito.


dinsdag 25 juni 2024

Louis-Ferdinand Céline • 26 juni 1936

• Ook in 1936 sloeg de ontlezing al toe, zoals blijkt uit deze brief van schrijver Louis-Ferdinand Céline (1894-1961), geschreven aan zijn ‘Lieve vriendin’ Erika Irrgang,  opgenomen in Brieven aan vriendinnen (vertaald door Jan Versteeg).

Eind juni 1936
Ik heb eindelijk je roman gelezen. Wat moet ik erover schrijven ? Je weet hoe moeilijk ik over anderen kan oordelen. Ik heb alleen gevoel voor het subjectieve. Volgens mij zit hij goed in elkaar, met een duidelijke lijn, die je goed vasthoudt. Maar... Ik voel me volstrekt niet in staat er een intelligenter, duidelijker mening over te geven. Ik voel me letterlijk heel belazerd bij zo’n dooddoener, ik kan er alleen maar het zwijgen toe doen. Het is mijn genre niet. Wat zeggen de deskundigen? Wat kunnen ze zeggen? Die weten in feite ook niets. Het is een zaak die alleen het publiek en jou aangaat. Ik weet niet hoe het er met die dingen in België voor staat, maar in Frankrijk heel slecht. Er wordt niet meer gelezen, het is de bittere waarheid. De radio, de bioscoop, de politiek, de tijdschriften trekken alles naar zich toe! Dus waarom zou je risico gaan lopen. Wil je boeken verkopen, dan moet de maatschappij een beetje stabiel zijn. Geen vrolijke boel, dit alles. Waar zit je nu, en waar in augustus en september? Misschien kom ik nog langs in Antwerpen.

maandag 24 juni 2024

August Willemsen • 25 juni 1961

August Willemsen (1936-2007) was een Nederlandse vertaler en schrijver. Dagboeknotities van hem zijn verschenen in Vrienden, vreemden, vrouwen.

25 juni
Vanmiddag op het terras van Hoppe zag ik Dini en John zitten, die ik kende van de vorige keer dat Johannes in Amsterdam was. We hadden ze toen ontmoet in Hoppe, waar ik met stijgende verbazing naar de verhalen van Johannes had staan luisteren. Dini had ongelooflijk veel schik in zijn gescharrel met de verpleegsters. Ik moest zelf ook steeds meer lachen, vooral om die krankzinnige herhalingen van hem, heel indringend en doodernstig: "Was het een mooi meisje? Was het een mooi meisje?" of: "Heb je met hem geneukt? Heb je met hem geneukt?" - om daarna uit te barsten in een hinnikende en snuivende, natte lach. Niet echt smakelijk, maar wel persoonlijk.
Enfin, Dini vroeg die keer of we 's avonds langs wilden komen; ze hadden "heel vervelende visite". Johannes en ik ontmoetten elkaar in Hoppe, dronken een paar pilsjes en gingen naar Dini. Nogal luidruchtig vielen we de kamer binnen, waar de visite (meneer en mevrouw Jansen) in volle gang was. Bij het voorstellen was het al meteen raak.
"Jansen."
"Willemsen."
Als je wat op hebt, is zoiets oergeestig. Johannes en ik namen met achteloze onbescheidenheid het gesprek over. De Jansens, aanvankelijk wat verbouwereerd, begonnen Johannes algauw gewoon als gek te beschouwen en kregen er ook plezier in. Op een gegeven moment wendde hij zich in paniek tot Dini.
"O God, ik had vanavond een afspraak, ik zou nog neuken, maar ik heb mijn condooms laten slingeren."
"O, neem mijn badmuts maar zolang."
Het werd een dolle avond.
Maar goed, vanmiddag. Geroddel van Dini over mevrouw Jansen (Beppie). Die is ook niet helemaal snik. Ze was ziek, moest het bed houden, lag met een catheter in een caravan ergens bij Weesp (Weesp, omdat haar man, Bram, daar zijn visstek heeft). Dini op bezoek, achter op de scooter bij Ronnie Duif, kortweg "Duif".
Zodra Beppie Dini zag: "Wat ont-zét-tend aardig om te komen. Echt heel lief. Vertel eens: wat wil je drinken?"
Zelf was ze al hartstikke lazarus. Duif werd naar de keuken gestuurd om cola en cognac te mixen. Op dat moment komt Bram binnen, met zijn hengel, en ziet een wildvreemde kerel in de keuken. Duif, ook met helemaal nuchter meer, zegt met olympische eenvoud: "Dag."
"Dag meneer, mijn naam is Jansen."
"Mijn naam is Duif."
"O, dan zal het wel goed zijn."
"Wilt u ook wat drinken?"
"Ja, een cola zónder cognac graag."
Duif geeft hem een glas, 1/2 cognac, 1/2 cola. De man slaat het in één teug achterover.
"Geef me nog maar zoiets, maar dan met cognac erin."
Zo ging het een halfuur door, totdat iemand in de gaten had dat Beppie met schuim op de mond in bed lag te schokken.
"Wat heb jij?"
"O niks, dat komt van het lachen."
"Waarom veeg je je mond niet af?"
"Bram heeft vergeten zakdoeken te halen."
De Jansens hebben een tweeling van 9, een jongetje (Brammetje) en een meisje (kleine Beppie). Brammetje bakt de hele dag koekjes voor zichzelf en voor zijn zusje, anders hebben ze niets te eten. Een keer zat hij in bad een plastic bootje met een slangetje voort te blazen; dat was het urineslangetje van Beppie. Dini vroeg: "Waarom geef je die jongen dát?"
"Och, hij vroeg een slangetje, en ik had zo gauw niks anders bij de hand."
Kleine Beppie komt klagen bij haar moeder: "Brammetje maakt elke nacht een nummertje met me."
"Ach, gekkigheid, ga jij maar weer op straat spelen."
Als Bram thuiskomt: "Wat doe jij 's nachts met je zusje?"
"Neuken."
"En wat doe je dan?"
"Nou, gewoon, dan steek ik mijn piemel in haar kut."
Brammetje, die nogal klein van stuk is, wordt op school veel door de meisjes geplaagd. Als dat gebeurt, zegt hij: "Pas op hoor, ik steek mijn vinger in je kut."
Beppie: "Waarom zeg je dat?"
"Dan worden ze allemaal bang."
Ik moet bekennen dat ik dit soort verhalen bij Hoppe niet eerder had gehoord.
Morgen naar Brussel voor Caltex-film.