zondag 31 maart 2013

Elisabeth von Heyking -- 1 april 1894

1. April. Morgens Kirche, dann Besuch im Hospital bei den netten, friedlichen Schwestern. Nachmittags mit Lady Beresford nach ihrerDahabeah gefahren. Sehr nette Leute, mit denen man sich gleich behaglich fühlt, und dabei sehr empfunden, daß es kaum eine Nation gibt, in der der Unterschied zwischen ganz first rate und ein bissel second so sehr zu merken ist wie bei Engländern. Hier in Kairo ist alles, was an Beamten hergeschickt wird, zweiter Güte. Lady Charles soll vor ein paar Jahren durch einen Brief entdeckt haben, daß Lady Brook, die bekannte Freundin des Prinzen von Wales, in gleichen Beziehungen zu Lord Charles stand. Sie beging die Unbesonnenheit, diesen Brief zu zeigen, und als der Prinz von Wales es erfuhr, verbannte er sie aus seinem set, »on account of indiscretion«. Heute erfahren, daß Herr von Gaertner nach Kalkutta kommt. Daß dieser Posten jetzt von Botschaftsräten besetzt wird, hat doch rein Edmunds Arbeit und seine Art, die Stellung dort aufzufassen, bewirkt – ein sehr erfreulicher nachträglicher Erfolg.


Elisabeth von Heyking (1861-1925) was een Duitse schrijfster, en getrouwd met een diplomaat. Haar dagboeken werden na haar dood uitgegeven als Tagebücher aus vier Weltteilen.

Hildegard von Spitzemberg -- 31 maart 1885

Als eerste kwam er een knapenkoor, dat met vlaggen en fakkels de voorplaats opmarcheerde en de Bismarck-hymne zong. Daarop volgden de in vierspannen gezeten studenten, gevolgd door allerhande verenigingen, vakbonden en gilden, temidden van de enorme, door acht schimmels getrokken praalwagen, die met talrijke emblemen was versierd en werd bevolkt door een een groot aantal fantastisch uitgedoste lieden, die met hun zwaarden en doeken naar de kanselier zwaaiden en juichende vreugdekreten slaakten.
Achter de wagen reed King Bell op een kameel (die een kennis van me 's avonds vermoeid terug naar de dierentuin zag sjokken), omringd door dansende zwarten in saffraangele rokjassen, met lansen en vederbossen.
Zo ging het door tot negen uur: er hing een dichte walm, nu eens lichtte een wagen hel op in het schijnsel van fel brandende fakkels of verblindend magnesiumlicht, dan weer verzonk alles in het duister, en als dwaallichten verdwenen de fakkeldragers in de richting van de Leipzigerstrasse. Steeds opnieuw echter klonken uit jonge kelen de vreugdekreten op, wanneer zij langs de jarige trokken [de 70-jarige kanselier Bismarck], en wij droegen flink ons steentje bij, trots en gelukkig, ten diepste ontroerd en aangedaan.
Toen ten slotte de laatste fakkel was gepasseerd (de stoet telde tienduizend deelnemers), trad het knapenkoor nog één keer aan om onder het raam het 'Lang zal hij leven...' te zingen. Daarop sprak de prins zijn dank uit en riep leve de Keizer, en met een laatste trompetgeschal werden de feestelijkheden beëindigd.
We repten ons naar binnen en troffen de prins in een vertrek naast de vergaderzaal, opgetogen en verheugd over de huldeblijken, omringd door zijn familie en de officiers van de cavalerie. Ik omhelsde hem en gaf hem de schriftelijke felicitatie van de leerlingen van het Askanische gymnasium, die Lothar had opgesteld en door een ander prachtig was gekalligrafeerd. De prins lachte, las de tekst snel door en zei: 'Brengt u mijn dank over en zeg dat ze een stel vervloekte jongens zijn!'
In de eetzaal was de middelste tafel bedolven onder de huldeblijken en overal stonden geschenken. Van de kostbaarste noem ik een zilveren votieftafel van de stad München en de sabel van Ali Pasja van Janina, geschonken door de Duitsers in Constantinopel, verder nestkastjes voor spreeuwen, een spin¬newiel, een fraai model van een oceaanstomer en een paar kurassierslaarzen uit Backnang, de ene van Westafrikaans en de ander van Oostafrikaans runderleer.


Hildegard Freifrau Hugo von Spitzemberg (1843-1914) was een bekende Duitse salonière. Gedeelten uit haar dagboeken zijn te vinden bij Google Books.

zaterdag 30 maart 2013

Jacob Keller -- 30 maart 1918

Omtrent den honger ‘t volgende. Vanaf 1 April moeten we 14 dagen van/voor? onze broodkaart doen. Een broodkaart is 2800 Gram. Dus voortaan 2 ons brood per dag en per hoofd. Het is treurig. Varkensvleesch zoo goed als niet meer te verkrijgen. Er is in de afgeloopen week niet ééne koe noch te Dordt noch te ‘s Gravendeel geslacht. Alleen wat vette kalvers. Het vleesch zelfs het gehakt daar van kost f 2,00 per 5 ons. Vele menschen moeten beslist honger lijden, dat is vast. Wij nog niet. We hebben verleden week, ondanks het strenge slachtverbod, een schram geslacht die op de mestput liep. Dus we hebben spek. We hebben ook tarwemeel en daar laten we brood van bakken ter aanvulling op onze broodkaarten. We hebben volop aardappelen, boter en vet. Ook hebben we nog rijst, tabak en cigaren. En ook we hebben volop eieren. Mijn liefste wat wil je nog meer? Er is een bezwaar tegen n.l. dat we een gedeelte niet eerlijk hebben. Zoo als b.v. tarwemeel en rijst dat is contrabande. Maar dat verbodene maakt het juist pikant.

En van den oorlog. De Duitschers hebben reuzen (?) overwinning gemaakt hier op het Westfront. De slag die geleverd is, en die al zoo lang werd verwacht, noemen de Duitscher de keizerslag. Misschien, vooral als deze slag door verdere overwinningen wordt gevolgd zal hij in de geschiedenis bekend blijven. Wie het wint die winne het, maar het is te hopen van spoedig opdat er een einde aan het moorden en hongerlijden kan komen.


Dagboekfragmenten van Jacob Keller (1872-1956)

vrijdag 29 maart 2013

Ralph Waldo Emerson -- 29 maart 1832

March 29.
I visited Ellen's tomb and opened the coffin.


Ralph Waldo Emerson (1803-1882) was een Amerikaans essayist en dichter en een van de invloedrijkste denkers van zijn tijd. Hij hield vrijwel zijn gehele leven een dagboek bij.


Emerson was not afraid to seek revelatory experiences. Two of his most compelling experiences must have been opening the coffins of his wife and son long after they died. "Be it life or death, he had to see it for himself," his biographer writes. He entered the family vault and opened his wife Ellen's coffin fourteen months after she died. Though he simply noted in his journal "I visited Ellen's tomb and opened her coffin," it must have been an extraordinarily powerful experience. Obsessed with death in the aftermath of his wife's tragic death, his sermons suddenly started focusing on life after he opened her coffin. As his biographer writes, "He would no longer live with the dead...Before the year was out, Emerson had resigned his pulpit, moved his mother, sold his household furniture, and taken ship for Europe." He opened the coffin of his son Waldo, who died at the age of five, sixteen years after Waldo's death. Emerson wasn't morbid; rather, these experiences helped him understand in his heart and mind death--not just abstractly, but the death of people he loved. And opening those coffins undoubtedly gave him perspective on the precious fragility and brevity of life.
EMERSON'S LEGACY

woensdag 27 maart 2013

Lord Byron -- 28 maart 1814

March 28th

Albany

This night got into my new apartments, rented of Lord Althorpe, on a lease of seven years. Spacious, and room for my books and sabres. In the house, too, another advantage. The last few days, or whole week, have been very abstemious, regular in exercise, and yet very unwell.

Yesterday, dined tête-à-tête at the Cocoa with Scrope Davies—sat from six till midnight—drank between us one bottle of champagne and six of claret, neither of which wines ever affect me. Offered to take Scrope home in my carriage; but he was tipsy and pious, and I was obliged to leave him on his knees praying to I know not what purpose or pagod. No headach, nor sickness, that night nor to-day. Got up, if any thing, earlier than usual—sparred with Jackson ad sudorem, and have been much better in health than for many days. I have heard nothing more from Scrope. Yesterday paid him four thousand eight hundred pounds, a debt of some standing, and which I wished to have paid before. My mind is much relieved by the removal of that debit.

Augusta wants me to make it up with Carlisle. I have refused every body else, but I can't deny her any thing;—so I must e'en do it, though I had as lief "drink up Eisel—eat a crocodile." Let me see—Ward, the Hollands, the Lambs, Rogers, etc., etc.,—every body, more or less, have been trying for the last two years to accommodate this coupletquarrel, to no purpose. I shall laugh if Augusta succeeds.

Redde a little of many things—shall get in all my books to-morrow. Luckily this room will hold them— with "ample room and verge, etc., the characters of hell to trace." I must set about some employment soon; my heart begins to eat itself again.


George Gordon Byron (1788–1824), beter bekend als Lord Byron, was een Engels schrijver en dichter. Byrons reputatie berust niet alleen op zijn geschriften, maar ook op zijn leven vol aristocratische excessen, enorme schulden en talrijke liefdesaffaires. Lady Caroline Lamb noemde hem "gek, slecht en gevaarlijk om te kennen." Zijn brieven en dagboeken zijn integraal gepubliceerd.

dinsdag 26 maart 2013

Willem Janssen Steenberg -- 27 maart 2001

Dinsdag 27 maart 2001. Vandaag met Karel op pad. Is het koud? Ja, het is koud: 5˚C. Waait het? Ja, het waait: windkracht 38. Schijnt de zon? Nee, de zon schijnt niet. Is fietsen leuk? Mwoah.
Ik kan goed merken dat ik er gisteren flink aan heb getrokken. Ik heb moeite het tempo vast te houden en sprinten gaat evenmin van een leien dakje; ik slaag er nauwelijks in de pols boven de 160 te krijgen.
Een kilometer of dertig voor de thuisbasis schakelen we de zware versnelling om zo tegen de felle wind in de bovenbenen te stalen. Dat is behoorlijk zwaar. Pas de laatste tien kilometer gaan we lichter trappen om behoorlijk uit te rijden.


Willem Janssen Steenberg (1947) doet in De kale berg. Op en over de Mont Ventoux verslag van de voorbereiding op zijn fietsbeklimming van deze berg.

zondag 24 maart 2013

Robert Fripp -- 25 maart 2004

12.55

World HQ.

Insight from this morning's sitting: this is a transition year. Although all the necessary information on this is filed under ongoing, the data hadn't quite moved out to inform the rest of my parts & bind them together. Ah! that's why it's like this - it's a transition year!

Just about everything is getting into place: World HQ is beginning to function, the DGM website-of-nuovo-formation moves incrementally forward, although currently without any public presence; the geographical location of DGM HQ for the next period is open; King Crimson VII is underway, with outline repertoire & several new ideas in wernacious mode, although it has yet to play live; and new distribution for the KC record catalogue is also under construction. That's not all that's transiting, but it's a representative overview of my professional life.

DGM HQ 23.13

A very useful hour of catching-up with David. This included a discussion of his correspondence with E-Bay. E-Bay put the onus for the sale of bootleg (i.e. stolen) goods on the party whose goods have been snaffled; ie E-Bay is not concerned, to any practical extent concerned, that they sell illegitimate items. It seems they affect concern, and take their commission.

Finally, David played a demo of a Punk Bedroom-Song, arranged by The Vicar for Argentinian accordian band. This is the first song of The Vicar's Songbook No.1. Wonderfully playful.


Robert Fripp (1946) is een Britse gitarist. Hij houdt een online dagboek met foto's bij.