dinsdag 14 mei 2013

Helmert Woudenberg -- 15 mei 1980

Donderdag 15 mei
Onze kinderoppas in vaste dienst heeft zelf net een baby gekregen. Ik sta bij het Werkteater even op non-actief om thuis de kinderen op te vangen, zodat Marja volledig mee kan blijven werken aan de zomerproduktie. Daarnaast geef ik nog een paar lessen en speel een rolletje in een film van Dick Maas. Alles was zo overzichtelijk, maar vandaag breekt de paniek uit. Altijd gedacht dat Hans (Man in 't Veidt) en Erik (van Zuylen) en ik zondag naar Cannes zouden gaan, maar het blijkt nu plotseling zaterdag te zijn. Telefoneren om de op die dag geplande filmopnamen naar voren te schuiven. Dat wordt nu donderdagmiddag en vrijdagavond, maar Marja werkt 's avonds, dus er moet een oppas worden gevonden. Dat lukt.
Ik maak ontbijt voor de kinderen en als Marja een uurtje later uit bed komt hebben die al een heel programma afgewerkt: platen draaien, boven spookhuis maken en dooie muizen begraven in de tuin.
Om twaalf uur op het Centraal. Op het perron spreekt iemand me aan over 'Opname'. De televisie-uitzending is echt ingeslagen; het is nu een maand daarna, maar ik word er nog elke dag door iemand op straat over aangesproken.
Dan ben ik in Schagen en word naar de locatie gereden. 'De rustende Jager', een klein café midden in de polder. Dick Maas is gespecialiseerd in 'zwarte komedie'. Ik speel een rijkspolitieman, wiens maat tijdens een actie is neergeschoten, en daardoor volledig is geflipt. Drinken, wild op de motor rijden en bij elk onverwacht geluid de revolver trekken. Voor de anderen is het zwaar vandaag. Olga (Zuiderhoek) moet in variété-costuum een lied zingen op de cafétafel, met pasjes en veren. Af en toe moet mijn rug in beeld, maar ik zit bijna de hele middag in een caravan achter op het erf met Cees (Linnebank) en Rijk (de Gooijer). Rijk is een anecdoteverteller met een enorme energie. Full-speed, achter elkaar krijgen we personen en gebeurtenissen voorgespeeld uit dertig jaar variété, toneel en filmverleden. Rijk heeft zich de vorige nacht in het Hotel misdragen. Iemand heeft een biljartkeu op hem stukgeslagen, er is een barkruk onder hem weggetrokken, en zelf heeft hij twee barlampen laten vallen. Hij herinnert zichzelf weinig (jenever). Alles loopt uit, kwart voor vijf 's ochtends thuis.


Helmert Woudenberg (1945) is een Nederlandse acteur. In 1980 hield hij voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

maandag 13 mei 2013

George Hart -- 14 mei 1940

Tegen elf uur reden wij weg in twee Redtaxes, voorafgegaan en gevolgd door militaire politie op motorfietsen, IJmuidenwaarts. De tocht was niet zonder hindernissen: tweemaal werden wij beschoten en moesten we terug of een omweg maken: de militaire politie waren geweldig flinke kerels.
Overal schildwachten, overal barricades van zandzakken, van beton, van Friesche ruiters. Weinig teekenen van den strijd overigens: in een weide langs de weg lag het cadaver van een neergeschoten vliegtuig, zóó levenloos, zóó ontzield, alsof werkelijk het leven daaruit gevloden was. Verderop werd de voortreffelijke discipline, de nauwgezette controle, de flinke houding van de schildwachten opeens minder: de posten waren nu gedrukt, onverschillig, verstrooid.
Spoedig vernamen wij de oorzaak: het ontzettende, misschien onvermijdelijke, maar niettemin ontzettende bericht van het vertrek der Koningin was bekend geworden en kort daarop het bevel om de wapenen neer te leggen. De voortreffelijke geest van onze troepen zakte in elkaar: 't was diep droevig om aan te zien; men zag 't goede vaderland ineenstorten in zijn dappere, flinke, opgewekte, jonge leger. De beestachtig laffe bedreiging van onze groote steden met een vernietigende bomaanval, die in de tienduizenden dooden van Rotterdam zijn voorlooper vond tezamen met verraad en inefficiency, die den vijand achter en in onze linies brachten; te kort aan vliegtuigen en aan hulp van onze bondgenooten waren de oorzaken, die ons dappere leger ontijdig en ongewild tot de capitulatie brachten.
Dat alles hoorden wij later en wij konden die overwegingen tenslotte begrijpen en misschien billijken, maar op den weg naar IJmuiden, bij het passeeren van diep-terneergeslagen, diep-teleurgestelde posten voelden wij slechts schaamte, wrok en verbijstering: ons prachtig leger, dat in vijf dagen ongelooflijke heldendaden had verricht, door défaitisme en ongeschiktheid van enkelen in onze gelederen en door mechanische overmacht aan de andere zijde verslagen.
In den namiddag kwamen wij in IJmuiden aan: de Britse destroyer Havock bleek bereid ons mee te nemen, maar we moesten binnen 5 minuten aan boord zijn, want in de haven blijven liggen was levensgevaarlijk met het oog op voortdurende luchtaanvallen.


George Henry Charles Hart (1893-1943) was een hoge bestuursambtenaar. Tijdens het eerste oorlogsjaar hield hij een dagboek bij.

zondag 12 mei 2013

J. Tyrwhitt Brooks -- 13 mei 1848

Mei. 13. — Het is nu vast bepaald, dat wij woensdag naar het Sacramento-dal vertrekken. Heden heb ik, met hulp van Bradley, een goed paard gekocht, waarvoor ik slechts vijftien dollars heb betaald. Het is niet veel meer dan wanneer ik er een van den logementhouder had gehuurd, en daarenboven is het veel aangenamer, een eigen paard te bezitten, want iedereen, zelfs de gemeene handwerksman, rijdt hier te lande. Dagelijks neemt de goudbeweging toe, en er zijn weder nieuwe delvers uit de mijnstreken aangekomen. De handelaars koopen het goud, dat aangebragt wordt, grif op, en zeker in de meeste gevallen tot verre beneden de waarde. Ik heb echter gehoord, dat er in sommige gevallen zestien dollars voor het ons is betaald, hetgeen ik dacht, dat eer boven dan beneden de volle waarde van het goud in de Vereenigde Staten was. Ik beken dat ik zeer ingenomen ben met de heerschende beweeging, en dat ik verlang naar woensdag.


Uit: Vier maanden onder de goudzoekers in Opper-Californië, of Dagboek eener expeditie van San Francisco naar de gouddistricten, door J. Tyrwhitt Brooks.

zaterdag 11 mei 2013

Pieter Gabriël van Ghert -- 12 mei 1810

9, 10, 11, 12, 13, 14, 15 en 16 Mei. De zieke heeft alle deze dagen de maandstonden vrij sterk gehad; doch onder elke crisis verhaalde zij, dat het bloed zich in alle aderen zoo sterk in beweging had gezet, dat zij over dag verpligt was zich naar bed te begeven, en zij dan door alle hare leden eene verschrikkelijke pijn voelde. Onder elke crisis plaatste ik de toppen mijner vingeren op hare knieën, hetgeen zoo sterk werkte, dat ik wederom verzocht werd haar op den stoel te binden, vermits zij anders op denzelven niet kon blijven zitten, en zij van tijd tot tijd flaauw werd.
Zij ontwaakte telkens na 3 uren te hebben geslapen; zijnde zij elke reis vermoeiden zeer afgemat.


Uit: Dagboek eener magnetische behandeling, door Mr P.G. van Ghert

Alexander Fisher -- 11 mei 1819

Donderdag den 11den - Het droevig oogenblik, waarop onze reis wezenlijk een aanvang nemen zoude, was eindelijk daar; want dezen morgen om tien uur ligtten wij het anker, en gingen onder zeil met eene goede koelte uit het Westen, die ons in staat stelde, voor het donker werd, klaar te raken van dien moeijelijken doortogt de Swir, en de onderscheidene droogtens, die men op dit gedeelte der kust in menigte vindt.
Wij maakten heden op den middag een begin met de weerkundige tafel, (meteorological register ): de luchtsgesteldheid (temperature of the air ) in de schaduw was op dit oogenblik 62°; die van het zeewater, op de oppervlakte, 57°, en de hoogte van den barometer, 30, 19 duim. - Ons voornemen is, om ook de bijzondere zwaarte van het zeewater) alle middagen, waar te nemen; doch het van daag te doen zoude nutteloos zijn, daar het zonder twijfel vermengd zoude wezen met het zoet water van de Theems, en de tallooze kleine beken, die hun water omtrent deze plaats, in zee uitstorten. De gesteldheid van lucht en water, zoo als boven aangeteekend is, zal alle twee uren, zoowel bij nacht als bij dag, waargenomen worden, en de hoogte van den barometer viermaal daags, namelijk om zes uur des morgens, op den middag, om zes uur des avonds, en te middernacht. De strekking van den wind en de gesteldheid van het weder zullen te gelijk met de bovengenoemde waarnemingen worden aangeteekend, als ook ieder ander luchtverschijnsel, dat met de weerkunde in verband staat.


Uit: Dagboek eener ontdekkingsreis naar de Noorderpoolstreken, met de schepen zijner Grootbrittanische majesteit Hecla en Griper; in de jaren 1819 en 1820, door Alexander Fisher, heelmeester.

donderdag 9 mei 2013

Willem Breuker -- 10 mei 1975

In alle paniek dan toch nog maar. Vanwege het grote schuldgevoel: ik heb nog maar 45 minuten.
Het is natuurlijk uitermate lullig om afspraken te maken en die niet na te komen. Dat is mij afgelopen week overkomen. Marc Chavannes belde om het Hollands Dagboek te schrijven, een rubriek waarin iedereen leutert over zijn dagelijkse beslommeringen. Veel wijzer word je niet van deze informatie want het gebruikelijke dagelijks patroon is doorgaans vervelend en weinig opwindend. Alleen de toevalligheden bijv. van de trap vallen, een aanrijding hebben, verliefd worden en niet verwachte Buma-uitkering krijgen, een concert waar je met tegenzin naar toe gaat maar dat na afloop een enorme kick blijkt te zijn, een groot misverstand enz. dat zijn zaken om eventueel bij stil te blijven staan. Ik ging er op in om reden dat het misschien aardig is om een paniekerige week van totaal dag en nacht bezig zijn te beschrijven en onze situatie voor de zoveelste keer nog eens te verklaren.
De redenen om mij te vragen het dagboek te vullen waren waarschijnlijk het niet accepteren van de Matthijs Vermeulen-prijs en de nogal korte voorbereidingstijd en zich voordoende toestanden betreffende La Plagiata, een operette van Leonard Frank en mijzelf, bedacht en gemaakt voor het hele gezin. Tot 7 juni a.s. in het Shaffytheater te Amsterdam onder het motto: als je er niks van meeneemt, ben je in ieder geval twee uur onder de pannen. Ik moet voortmaken, ik heb nog maar dertig minuten. Ik ga verder. De positie waarin wij ons als improviserende musici bevinden is als volgt: zijn bezigheden worden over het algemeen door de overheden als vullus beschouwd en aan zijn bestaansrecht heeft niemand een boodschap. Dit geldt ook voor o.a. de radio en de televisie. Vandaar de vreemde situatie als je opeens van elf uur 's morgens tot vier uur 's middags moet repeteren en de laatste week voor de première ook 's avonds de klos bent. Uitstekend maar praktisch onmogelijk, omdat je het niet gewend bent en niet meer toekomt aan je normale dagelijkse bezigheden. Het lijkt bijna wel een betaalde vakantie. Maar je hebt eindelijk wel eens het idee dal je met je werk bezig bent en niet voor joker op een instrument speelt. Het is natuurlijk aardig dat deze incidentele produkties mogelijk zijn, maar na een maand spelen sta je weer op de keien... dank u. [...]


Willem Breuker (1944-2010) was een Nederlandse componist en muzikant. In 1975 beloofde hij NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij te houden, maar kwam niet verder dan één dag.

woensdag 8 mei 2013

Bob den Uyl -- 9 mei 1963




De toestand in Rijnmond
9 mei 1963 22.00

even een kleine opsomming wat ik vandaag zoal heb gedaan
niemand zal mij dat kwalijk nemen
vanochtend kwam hugo huisje bouwen
daarna uit bed en suf in stoel
gekalmeerd door 2 tranquillizers naar ons huis waar modeshow
dacht volkomen onschuldig dat het leuk zou zijn
maar verdomd, er was niets aan
op toilet 2 tranquillizers genomen en naar huis
suf in stoel met essays van snuiter Orwell
gegeten bami met soep voor en vla na
daarna suf in stoel met koffie
daarna tekst gaan schrijven voor film van snuiter Cor
enige bladen met onzin gevuld waarvoor ik hoop 25 gulden te krijgen
ondertussen gekalmeerd door wederom 2 tranquillizers
om 21.45 zakelijk telefoongesprek gevoerd gevolgd door depressie
daarna suf in bed met invitation for a beheading
daarna suf in slaap gevallen door de werking van 2½ slaaptabletten
al met al een goed gevulde dag

zwijnen paren in de parels
voor hen neergeworpen door iemand
daarover verwondert zich niemand
knorrend maken zij hun kleinen

walglijk kieskeurig die beesten
nog weinig verkiezen de modder
toch is dit eigenlijk wel jammer
een fout begaan door de meesten
en nou kan je wel gaan staan lachen
en zeggen van: het is allemaal onzin
maar toch, er schuilt waarheid in
niet overal, maar soms hier en daar
een klein stukje
alleen, het is zo'n enorm klein stukje

kom jongelui, schrijf eens een tevespel
een echt toneelstuk, de acteurs maken er wel wat van
toe maar
en dan kan je wel weer gaan lachen
en zeggen: hallo wat een onzin
en dan moet ik zeggen: akkoord
want dat zeg ik gauw
maar het vervelende is, ik meen dat helemaal niet
dus zijn we geen stap verder gekomen
maar jij weet dat niet
jij hebt breeduit staan lachen
en gezegd van: allemaal rotzooi
maar waar blijf ik dan?

kom jongelui, schrijf eens een aardig stukje
over wat je meemaakt
dat kan soms heel leuk uitvallen
stuur het op naar een tijdschrift
misschien wordt het wel geplaatst
(wel ja)
en nou kan de kritiek wel gaan zeggen: wat een onzin allemaal
en het valt moeilijk dat te ontkennen
maar toch ben je dan de sigaar


Bob den Uyl (1930-1992) was een Nederlandse schrijver en dichter.