zondag 15 januari 2017

A. Moonen -- 16 januari 1974

• Schrijver A. Moonen (1937-2007) publiceerde in zijn debuut Stadsgerechten (1977) dagboeknotities over vooral zijn seksleven.

ZWEETSOKKENSOEP
Woensdagmorgen elf uur (16-1-74). Mijn adressenlijst heb ik teruggebracht tot gironummer van de vriend, buitenlands sauna, gemeentelijke sociale dienst, huisarts en bekende. Moeilijk nou om mijn 12jarige neefje te bereiken dat vorig jaar is verhuisd. Op twee verzonden brieven ter nadere kennismaking met jonge moeder en gehuwde een vriend zoekende heer, onder nummer en naar postbus, kreeg ik geen antwoord. Wel diende zich zaterdagmiddag jongstleden een jongeheer aan die mijn adres had doorgekregen van welwillende bemiddelaar. Hij leek begonnen als jong maatje in meelfabriek en weldra, door hardnekkige zelfstudie, opgeklommen tot assistent-bedrijfsleider. Terwijl het bovenjongetje gitaarspeelde, probeerde ik er met de bezoeker alles uit te halen wat erinzat. Hij hield de sokken aan. Maakte zichzelf kennelijk wijs dat deze minder ijverig geurden dan zijn voeten. Wit uitgezakt lijf. Onbetamelijk dikke lul. Gekreun, geblaas, gezuig. Van voren was hij beter gebaad dan achterwaarts. Nadat hij zich had gekleed en verwijderd, inspekteerde ik de deken op eventuele schijt-klontjes. Slechts een geilspat nam ik waar en met zakdoek af. Ditmaal had ik mijn bril niet verstopt maar argeloos als leesbril op tafel gelegd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen