dinsdag 14 januari 2014

Christoffel Columbus -- 15 januari 1493

Dinsdag 15 januari
Hij* vertelt dat hij graag zou willen vertrekken, want het kan nu alleen nog maar nadelig zijn om langer te blijven, gezien de moeilijkheden met, of beter zou hij kunnen zeggen: het beschamende gedrag tegenover de indianen. Hij zegt ook dat hij vandaag te weten is gekomen dat de voornaamste vindplaats van goud in dezelfde streek ligt als de aan Uwe Majesteiten toebehorende kolonie Navidad en dat er op de eilanden Carib en Matinino veel koper voorkomt. In Carib kunnen zich echter problemen voordoen, omdat ze daar mensenvlees eten. Hij vertelt verder dat hun eiland daarvandaan te zien is en dat hij heeft besloten erheen te gaan omdat het op zijn route ligt. Ook wil hij naar het eiland Matinino, dat uitsluitend bewoond wordt door vrouwen die er geen mannen op na houden, zoals hij zegt. Hij wil beide plaatsen zien en er een aantal gevangenen maken.
De Admiraal* zond de sloep naar de wal. De koning van dat land was echter niet gekomen, vertelt hij, want diens verblijf plaats lag op grote afstand. Hij had echter wel, zoals beloofd, zijn gouden kroon gestuurd. Er kwamen wel veel andere indianen met katoen en broden en broodplanten, allemaal gewapend met pijl en boog. Nadat alles verhandeld was kwamen er vier jongemannen naar het karveel en die hadden, naar het de Admiraal leek, zoveel gunstigs te vertellen over al die eilanden die naar het oosten lagen, langs dezelfde route die de Admiraal wilde gaan, dat hij besloot hen met zich mee te nemen naar Castilië.
Ze hebben in dat land, zo vertelt hij, geen ijzer of ander metaal, voor zover bekend dan altijd. In een paar dagen kan men immers niet veel te weten komen over een bepaalde plaats, dit vanwege de moeilijkheden met de taal, die door de Admiraal slechts op de gis begrepen werd, en door het onvermogen van de indianen om in een paar dagen te begrijpen waar het hem om te doen was. Hun bogen, zo vertelt hij, zijn even groot als die in Frankrijk en Engeland. De pijlen lijken sterk op de speren van de andere volken die hij tot dusverre ontmoette en zijn gemaakt van bamboe stengels die, nadat ze geplant zijn, kaarsrecht opgroeien tot een lengte van anderhalf tot twee varas. Later bevestigen ze aan de uiteinden scherpe stukjes hout van anderhalve palmos lengte. Bovenaan dit stokje schuiven ze dan een vistand en sommigen of de meesten smeren daar vergif aan. Ze schieten niet zoals elders, maar op een bepaalde manier die weinig letsel kan veroorzaken.
Er is daar veel katoen, heel fijn en lang, en er zijn veel gombomen. Het leek hem dat de bogen van de indianen gemaakt waren van taxushout en dat in hun land ook goud en koper wordt gevonden. Er groeit ook veel chili: hun soort peper, maar meer waard dan peper. Ze gebruiken het bij elke maaltijd, want ze menen dat het heel goed is voor hun gezondheid. Hispaniola kan daarvan jaarlijks vijftig scheepsladingen leveren.
Hij vertelt dat hij in die haven veel drijvend gewas zag, van dezelfde soort die hij, toen hij in het begin van zijn ontdekkingsreis was, midden op zee had waargenomen. Dit doet hem veronderstellen, gezien de plaats waar hij dit gewas voor het eerst zag, dat er recht naar het oosten eilanden zijn, want hij is er zeker van dat dit gewas in ondiep water dicht bij land groeit. Hij zegt dat, als dit zo is, bedoelde delen van Indie heel dicht bij de Canarische Eilanden moeten liggen. Dit doet hem geloven dat ze op minder dan 400 leguas afstand liggen.


Christoffel Columbus (1451-1506) ontdekte Amerika in 1492. Hij hield van die reis (1492-1493) een scheepsjournaal bij.

* Columbus schrijft over zichzelf in de hij-vorm. Ook duidt hij zichzelf aan met 'de Admiraal'.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen