donderdag 8 januari 2015

Mensje van Keulen -- 9 januari 1976

Mensje van Keulen (1946) is schrijver. In 1976 hield ze een dagboek bij dat is gepubliceerd als Alle dagen laat (2006).

9 januari
De storm is eindelijk gaan liggen. De omgewaaide bomen die er aan de onderkant uitzien als gekookte kippenpoten waar de rafels aanhangen, zijn in stukken gezaagd en afgevoerd. Wat iemands uitzicht bepaalde, waar een ander tegen plaste, zijn fiets tegenaan zette of een blaadje op prikte over een zoekgeraakte kat, wordt straks gebruikt als stoel, tafel, trap, lucifer, kast, blokje voor onder die kast, etc. Er zijn voldoende van dit soort schrijvers.
Dat ik in Van lieverlede bomen als korenaren liet knakken, komt me nu als een ongepast beeld voor. Korenaren buigen en bomen knakken niet. Het moet door het personage van de zieke mevrouw Beijer en haar vrome inslag zijn dat ik hierop kwam. Het boek doet het goed, maar ik wil het zelf niet meer lezen. Als mevrouw B. het benauwd kreeg, had ik daar ook last van, kreeg ik zelfs met haar mee koorts.
Klein Letterland. Gisteren belde Henk zenuwachtig op om te zeggen dat hij over een halfuur op de radio moest praten met een debutante die mijn boek in Vrij Nederland het slechtste van het jaar had genoemd. Het was zo'n lijst waarin uiteenlopende kunstenaars hun voor- en afkeur voor boeken, films, en tv-programma's van het afgelopen jaar noemen. Zo koos Johnny van Doorn een programma van een regisseur die hij minacht, noemde Lidy van Marissing Hermans' Onder professoren en zei Mulisch dat hij iets wat slecht is niet leest, niet naar films gaat en niet naar slechte tv-programma's kijkt. Anaïs Nin zal er niet van wakker liggen dat ik haar werk heb genoemd. Ik heb vaker Amerikaanse blabla's a la Nin aangehoord die zichzelf erg bijzonder vinden en de mond vol hebben van 'art and the artist' en 'psychological' zus en zo. Ze hebben altijd 'interesting' gesprekken en zijn dan krampachtig bezig vooral niet 'bourgeois' te wezen. Zelfs een recept voor pancakes kan dan beter niet uit een kookboek komen, veel te burgerlijk.
Tegen de tijd dat de woordenwisseling zou worden uitgezonden, kon ik het hele programma op de radio niet vinden. Henk zei dat hij bijna meelij met de debutante had gekregen, omdat ze uiteindelijk had moeten toegeven dat ze het boek niet gelezen had. Ze grijpt alles aan om in het nieuws te komen en belt mensen die iets denigrerends over haar boek geschreven hebben op om te zeggen dat ze dat niet gebruiken kan.

Ik staar op het papier als iemand die vindt dat er wat op moet. Er moet niks op.

Salingers Catcher in the Rye. Sinds Winnetou en Oblomov kan ik me niet herinneren dat ik een zucht slaakte toen ik een boek uithad. Vandaag dan Franny and Zooey. Mooie dialogen, afgewisseld door precies die kleine handelingen die de personages doen leven. Wel irriteerde het me dat beiden zich door religieuze gevoelens laten meeslepen, al herinnerde ik me onderwijl hoe geruststellend het was toen ik als kind in God en de hemel geloofde en hoe erg ik het vond voor al die stumpers die deze zekerheid niet kenden. De angst voor de dood, iedere dag weer, voor mijzelf, voor de anderen, werd toch altijd verzacht door de gedachte aan een hiernamaals. Ik weet niet precies waardoor ik een afvallige werd. Ik herinner me zoveel van voor mijn twintigste niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen