vrijdag 1 april 2016

Henry Matthews -- 1 april 1819

Henry Matthews (1789-1828) was een Britse rechter. Van 1817-1819 maakte hij een reis door Zuid-Europa, waarvan hij een dagboek bijhield. Dit is ook in het Nederlands vertaald.

Den 1sten April. De Garonne afgezakt naar Bourdeaux. De lengte van deze reis hangt geheel van de hoogte der rivier af. Somwijlen wordt zij in tweemaal vier en twintig uren gedaan; maar doorgaans duurt zij vier volle dagen. Men ontmoet onder weg weinig bijzonders. Er zijn zeker hier en daar eenige schilderachtige plekjes, maar zij zijn niet talrijk. Het is over het geheel eene onaangename reis: — men weet hier niets van geregeld varende beurtschepen, en de eenige vaartuigen, waarvan men zich bedient, zijn kleine, platgeboomde schuiten, zonder dek, of eenige andere beschutting tegen de afwisselingen van het weder, dan eene tent, welke de reiziger, wanneer hij er behoefte aan voelt, zich zelf moet weten aanteschaffen. Is het water laag, dan ziet men zich gedurig in gevaar, om aan den grond te raken; en men is nooit zeker, of men ter plaatse, waar men gedurende den nacht stil blijft liggen, eene goede herberg vinden zal. By aangenaam weder evenwel heeft men geen reden om zich ergens over te beklagen. Men gebruikt op de Garonne eene soort van koornmolens, die misschien met voordeel op onze rivieren zou kunnen worden ingevoerd. Het is een eenvoudig zamenstel van hout, dat te gelijk ook de woning van den Molenaar bevat, en gebouwd is op eene stevige platgeboomde boot, welke men op stroom weet vast te leggen door middel van zware ijzeren kettingen. De stroomingen zijn zeer snel, en de Garonne is aan plotselijke en sterke vloeden onderhevig; de molens echter zijn tegen dit alles bestand, en men vindt tusschen Toulouse en Bourdeaux bijkans geene strooming in de rivier zonder dezelve.

Er zijn enkele bijzonder fraaije gezigten; vooral bij den mond van de Lot, waar men de stad en het kasteel van Aiguillon voor zich ziet; en te La Réole, waar onlangs een oud Benediktijner klooster in een Hotel voor den Prefect veranderd is, hetwelk met de omliggende landstreek een zeer schoon geheel oplevert. Eerst in den avond van den vijfden dag kregen wij Bourdeaux in het gezigt. Het landschap wordt fraaijer naar gelange men de rivier verder afzakt, en de omstreken der stad zijn allerheerlijkst. Zij zelve doet zich zeer schoon voor; ik zou bijkans zeggen, niet minder schoon dan Lissabon, De rivier, die veeleer een arm van de zee schijnt te zijn, neemt hier een draai, en de stad vormt met hare kaaijen op den linker oever eene prachtige halve maan, waarvan men den ganschen omtrek met een enkelen oogopslag overziet. De regter oever is rijk bebouwd; vol wouden, wijngaarden en landhoeven. De bogen van eene steenen brug zijn voltooid, en het bovenwerk zal binnen kort gereed zijn. Het geheel zal eene overheerlijke werking doen. De uitvoering van dit plan, aan welker mogelijkheid men lang getwijfeld heeft, is eene schitterende proef van het vernuft en van de bekwaamheid van den Bouwmeester.

Zoodanig is het gezigt op Bourdeaux. De stad zal verreweg de fraaiste van gansch Frankrijk zijn, wanneer men de nieuwe gebouwen in de voorstad van Chartron zal voltooid hebben, volgens het bestek, 't welk men van dit werk in den beginne gemaakt heeft. De Chapeau-Rouge is reeds, — en nog bestaat zij slechts voor een gedeelte , — eene der schoonste straten van Europa. Hier vindt men den Schouwburg, waarvan de voorgevel een model van schoonheid is; en de straat loopt uit op de Beurs, de kaai, en de rivier, met hare menigte van schepen. Vaartuigen van allerlei grootte kunnen tot voor Bourdeaux toe opzeilen. Onlangs heeft men voor Ferdinand van Spanje een Fregat en twee Brikken gebouwd, die tegenwoordig uitgerust worden voor de groote expeditie naar Zuid-Amerika.


Den 10den. Alles is te Bourdeaux op eene, ruime schaal aangelegd; de wandelingen zijn zeer fraai, en de openbare gebouwen talrijk en prachtig. De Hoofdkerk, gelijk met vele van de schoonste Gothische gebouwen in Frankrijk het geval is, werd door de Engelschen gebouwd, terwijl zij dit gedeelte des lands als meesters bewoonden. Men betaalt hier voor kost en inwoning iets meer dan te Toulouse. De gewone prijs van eene pension is te Bourdeaux, de kamerhuur er onder begrepen, acht francs daags.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen