maandag 29 september 2014

Matthieu Galey -- 30 september 1979

Matthieu Galey (1934-1986) was een Franse schrijver. Zijn na zijn dood (hij overleed aan ALS) verschenen Dagboek wordt als een literair meesterwerk beschouwd.

30 september. Moskou
Volledig ontheemd. Het hotel Metropole, modern, stijl 1911, met reusachtige kroonluchters, een glas-in-loodraam een kathedraal waardig, vergulde zuilen, immens onderkomen, overblijfsel van voor '17, vandaag de dag bevolkt door proletarische zwarthandelaren — hoe zouden ze anders met buitenlandse deviezen hier een etentje kunnen bekostigen? - die dansen, of eigenlijk bewegen op de kakofonie van bizarre disco-csardas of de Mondscheinsonate van Beethoven.
Een mooie Rus kijkt me lang aan, de chaperon van zijn zuster - afzichtelijk - en haar verloofde. In andere contreien...
Diner met Martine Boivin-Champeaux en de charmante Fernand Lumbroso, op leeftijd, goed van de tongriem gesneden, hoffelijk, soms een heel klein beetje kinds en een goedmoedige oplichter. Iedere dag brengt een portie ongerijmdheid. Met Intoerist schijnt alles nog steeds onmogelijk te zijn zodra je afwijkt van het Bolsjoi en de touringcar-route. Zelfs een plaats in de schouwburg betekent uren praten, zonder resultaat. Maar met Martine hebben we kennelijk geluk gehad. Het Kremlin bleek open te zijn, hoewel ons was gezegd dat het dicht was. Schitterend kerkje met vergulde koepels als tollen en een rijzige minibasiliek met verbijsterende fresco's. De middeleeuwen midden in de xvii eeuw, wat zeer onthullend is voor het land. Wat de iconen betreft, die zijn gerepareerd met plakband en alabastine.
Het Kremlin, een geheel dat al oosters aandoet, een imponerend fort - vooral aan de kant van het koningsplein — maar van een onverwacht dooiergeel. Alles is trouwens fel van kleur en de heilige Basilius, die voor de Olympische Spelen wordt gerestaureerd, lijkt op een gigantische, veelkeurige worst beschilderd door een kind.
Vergezeld door de extravagante Catherine Lachens lopen we door de Goem - zonder onopgemerkt te blijven — waarna ze ons in een wonderlijk, onmogelijk gesprek wikkelt met een Bulgaars-Sovjetrussisch echtpaar, dat erin resulteert dat ik met de dame naar de plee ga, zonder te begrijpen waarvoor. Pijpen of wisselen?

Lunch op de ambassade, een verbijsterend rococo-Moskovitisch paleis, waar we worst en rillettes eten onder de met wapens beschilderde plafonds. De zeer hoffelijke [Marcel] Maréchal speelt voor het echtpaar Froment-Meurice de afroeper. Nogal saaie voorstelling van Cripure [van Louis Guilloux] door Sovremenik - daarna souper aangeboden door Lumbroso aan het hele gezelschap, dat is uitgebreid met de reuzin Jeanne Lafitte.
Vanochtend hebben we na zinloos geklets uren gezocht naar het theater waar Efros speelt. Uiteindelijk vinden we het en daar verkoopt een caissière die Frans spreekt ons twee kaartjes voor vanavond! Mirakel. Waarna we zonder problemen binnen kunnen in het Poesjkin-museum, zonder zelfs de rij van vijfhonderd meter te hebben gezien die achter het hek staat te wachten. Schitterend museum. De meest zuivere verzameling impressionisten, fauvistische doeken en pré-kubisten die je je maar wensen kunt. Je verlaat het museum verpletterd door de schoonheid van het geheel, de kracht. De blauwe Picasso's drukken Derain weg. Cézanne slaat Matisse dood, maar Bonnard (schitterend, immense landschappen) maakt Renoir zwaar en melig, terwijl Van Goghs waar je van achteroverslaat - een roestbruin wijnveld — en adembenemende Gauguins helaas volledig de Corbets, Boudins en meer van het Th. Rousseau-slag dat in hun buurt is verdwaald wegvagen.

's Avonds in het theater van Efros een uitstekende voorstelling van Hymenaeus, een sarcastische klucht van Gogol, opgevoerd met een soms wat aangedikte afstandelijkheid, maar steeds intelligent, met veel ideeën, goede vondsten aan het slot en een voortdurende verstandhouding met het publiek.

De problemen met de taal brengen een wonderlijke warmte in de omgang, de intensiteit van de afasie. Er bestaat zo'n grote bereidwilligheid tot communicatie. Waarom zijn we bang van dit volk, dat zo betrouwbaar lijkt, zo opgesloten in zichzelf, maar allerminst bedreigend? En dat in een haast onvoorstelbare chaos leeft, waarin gefoefel en ruilhandel hoogtij vieren, zo erg zelfs dat 40 % van de produktie aan alle controle ontsnapt.


Vertaling: Joop van Helmond

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen