zondag 21 september 2014

Cor Inja -- 22 september 1925

Cor Inja (1903-1989) weigerde dienst op principiële gronden, en moest daarvoor de gevangenis in. Tijdens zijn opsluiting hield hij een dagboek bij, dat is gepubliceerd als Geen cel ketent deze dromen.

20 sept.
Waar ik al bang voor was: het dagboek leeft niet meer bij me. Te veel moet ik nog denken aan de manier waarom ik van de cel ging. Waarom kon ik er niet tegen? De jongens zeggen dat ik daar geen probleem van moet maken en vinden het logisch. Ik begrijp echter niet, waarom ik in [het] geloof geen kracht kreeg? Was dat toch te klein? Maar de jongens zeggen: 'Je bent geen Übermensch.' Dat is natuurlijk zo, maar 't verband zie ik niet. Hoewel, die brigadier had het ook al over sterke benen. Vanmorgen was ik onder het gehoor van een predikant die over ons persoonlijk geloof sprak. Dit bracht me weer aan het denken. Hij had het over personen die denken dat zij een overtuiging hebben, maar in werkelijkheid aan de leiband lopen van een of ander woord van iemand, die zegt: 'Zo is het en [dan] nemen de mensen dit klakkeloos over. Dit komt voor onder Roomsen, Protestanten, Socialisten en Vrijdenkers.'
Je vraagt je na zo'n preek: aan welke leiband loop je nu zelf? Ja, ik geloof nog steeds aan de leiband van Christus; daarom ben ik doopsgezind geworden. Of is het andersom? Ik ben doopsgezind en probeer Christus na te leven. Het is dus toch aan zijn leiband, maar waarom miste ik die, toen die man zo schreeuwde, of behoort dit tot één van die dingen die voor ons onbegrijpelijk zijn? In ieder geval is die man de oorzaak dat ik nu contact heb met deze kameraden. Een contact wat tot nu toe bijzonder fijn is.
De middag waren we de hele middag aan 't sporten, atletiek, balgooien, korfballen, goal gooien.

22 sept.
Heel even een paar woorden. Er zijn [een] paar dingen aan 't groeien, waar ik nog geen weg mee weet. De eenheid lijkt weg. Ondanks dat wij met zijn vieren zijn, vormen we nog 2 groepen. Ik trek erg veel met Evert Sanders op. Hij is AJC-er. Jo Meisner en Freek Zwennes zoeken elkander ook. Zij zijn anarchisten, zeggen ze, en willen dat beginsel ook uitdragen. Hoewel we samen wel goed opschieten, vind ik de jongens op verschillende punten bijzonder onverdraagzaam, b.v. tegenover de bewaarders. Daar krijgen we dan woorden over. Ik probeer hen te overtuigen dat deze mensen gewoon hun plicht moeten doen. Dat slaat niet aan en ze vinden dat Evert en ik niet revolutionair genoeg zijn. Evert en ik verdedigen de democratie. Beiden zijn we lid van het NW en beiden zijn ook Sociaal Democraat. Zo ziet Evert mij. De jongens komen praten. Ik ga dus stoppen, zelfs dit zinnetje mag ik niet afmaken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen