zondag 31 augustus 2014

Carel de Vos van Steenwijk -- 31 augustus 1783

Carel de Vos van Steenwijk (1759-1830) was een Nederlands staatsman. In 1783-1784 maakte hij een reis door Amerika. Het journaal daarvan is uitgegeven onder de titel Een grand tour naar de nieuwe republiek.

Zondag den 31 Aug[us]t[us] [1783]
Was de wind niet voordelig. De lugt was nog rondom met donderbuijen bezet, dog het weder kwam niet nabij en tegen den avond begon het te bedaren. Wij vingen dien dag een visch die men brader noemt. Deze visch is droog en niet zeer fijn van visch. Deze was niet zeer groot, zal ongeveer derdehalf voet lang geweest zijn. Wij zagen gedurig vliegende visschen, die zomtijds wel op 't schip nedervallen. Bij ons waren er tot nog toe geene geweest. De volgende dag

Maandag den 1 September [1783]
was de wind als de vorige dag. 's Morgens zagen wij een haaij swemmen agter ons schip, alwaar de haaijen zig altijd ophouden, daar integendeel de braders altijd bij de voorsteven swommen. Deze haaij wierd met een stuk spek gelokt en aandstonds gevangen. Deze was niet groot, zal ongeveer 4 voeten lang geweest zijn en wierd geschat bij de 200 k[ilo] zwaar te zijn. Men maakt van deze visch zeer goede traan en kan uijt dien hoofde niet zeer smakelijk zijn. Men zegt evenwel dat met limonen, zoals de schilpadden (welke visschen wij ook van tijd tot tijd gezien hebben), men ze eetbaar maken kan. Deze wierd ook door 't scheepsvolk gebruijkt. Her vel van deze visch is donkerbruijn en zeer taaij. Men maakt er scheden van messen van. Het is verder een lelijke visch, heeft oogen prezies midden in het hooft, 't welk hem wel te pas komt als hij eenige buijt wil krijgen, alzo hij dan op zijn rug leggen moet om die te vatten, terwijl hij zijn mond van onderen bij zijn buijk heeft. De mond is zeer wijd en heeft zeer scherpe tanden, bijna als de gedaante van vijlen. Bij deze visch is nog te observeren dat omtrent dezelve altijd eenige kleijne visschjes zwemmen, die mogelijk aan de buijt door hem gemaakt participeeren en die men lootsmannetjes noemt. Deze had er ook twee of drie bij zig. Bij zommige zeelieden word 't zien van deze visch gehouden als een ophanden zijnde storm, welke prognosticatie niet altijd bewaarheijd word.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen