woensdag 27 februari 2013

Ingenieur, 30 jaar -- 28 februari 1945

Tuchthuis Siegburg - 28 Februari 1945
- Het is een schandaal.
Vroeger heb ik al eens over het revier en lazaret geschreven, over het absoluut onvoldoende zijn. Nu blijkt het. Men is doodsbang in het revier te komen. Revier wil zeggen met 3, 4 man (drie of vier zieken) op een cel, stroozakken waar weet-ik-wie, die weet-ik-wat heeft gehad, opgeslapen heeft, luizen, wandluizen, weinig eten (geen Arbeitstoelage) een waterkruik van 3 liter voor 4 man! Een oude vieze kubel, geen papier. Revier wil zeggen een vuile stinkende cel. Hoe kan men hem schoonmaken, als men alle vier ziek is, als iedereen den heelen dag op z'n stroozak ligt.
Het stinkt want een, of twee man willen 't raam dicht hebben ... ventilatie is er nauwelijks ... en de kubel... Als er geen luizen zijn, komen ze er wel, één man zal toch wel een luisje ergens in een vergeten naadje van z'n hemd hebben ... 1 luis in 'n hemdenaadje, tegen een koortsig lichaam, op een broeierige stroomatras gedurende een paar dagen - een week - is eitjes ... kleine luisjes ... wandelingen ... ander hemd ... ander lichaam.
Als je niet erg ziek bent, word je het wel.
Je celgenooten zijn het. De een heeft griep. De ander, tja? Koorts, misschien is het griep, maar misschien is het ook iets heel anders ... de derde ijlt...
De deur gaat open. Eten! Wie moet het aannemen, de een is te zwak, de ander heeft te veel koorts, de derde hoest zoo... Wie zal de boel afwasschen, opruimen...
Nu heeft men het vraagstuk opgelost. De heele B vleugel revier gemaakt. Prachtig. De vleugel wordt absoluut geisoleerd, dichtgemetseld ... Tadellos!
Maar achter die muur liggen de doodzieken onverzorgd in de kleine cellen, dat blijft precies eender! ... Grossartig! De beambten zijn doodsbang voor de griep. Bij Joop kwam een hoofdwachtmeester ter celinspectie binnen. Wat hij in bed deed, vroeg hij barsch. Griep - Foets, weg was de hoofdwachtmeester...
Voor de 400 of nog meer zieken zijn hoogstens 10 man saniteits-personeel, doch daaronder zijn Dr. Hohn, die slechts 4 × per week komt kijken, knikt, 2 tabletten mompelt en z'n aanteekening in de acten maakt Die nog nooit een cel betreden heeft. Als hij een zieke, een doodzieke wil zien, haalt men de zieke naar hem toe. Hijzelf zit slechts op z'n stoel en kijkt in z'n papieren... Daarbij zijn de lazaretbeambten, die met verbinden, tabletten uitgeven en het regelen van de zaken hun handen vol hebben. Kort en goed, er is geen man teveel, er wordt geen pfennig teveel uitgegeven.
Want daar wringt de schoen.
Waarom is de directeur ‘Ober’Regierungsrat en de Arbeitsinspektor ‘Ober’arbeitsinspector geworden? Omdat ons tuchthuis het rendabelste van heel Duitschland is. Het verdient jaarlijks een paar millioen mark. En daarom krijgen wij kappers en steckruben te eten in plaats van wortels, aardappels, boonen of erwten. Daarom krijgen wij afgekeurd vleesch muffe erwten, jam uit afgebrande lagers, en ander ‘goedkoop’ minderwaardig voedsel. Daarom is Perquin's (de vroegere Hollandse architect) plan om een verdieping op het lazaret te bouwen, en zoo een nieuwe ziekenzaal te scheppen niet uitgevoerd. Daarom is het plan om twee barakken achter het revier te bouwen, een voor zieken, een voor gewonden, opzij gelegd (Booze tongen beweeren, dat het feit, dat de broeikas met 's directeurs planten dan afgebroken of verplaatst zou moeten worden, hier ook een rol bij gespeeld heeft!) Nee, dat ging niet, maar wel bouwde men nieuwe barakken voor de autohalle, men zegt een garage voor een der heeren, een nieuwe muur die Anstalt I en II verbond, maar tja, dat bracht allemaal zijn geld op.
Een zieke man is een schadepost.
Een doode, is een man minder eten, en ... men kan hem afvoeren uit de boeken. Z'n begrafenis betaalt hij zelf...
Toen het aantal dooden zoo aanmerkelijk begon te stijgen en er zoo ontzettend veel zieken waren, en waarschijnlijk wel hoofdzakelijk om deze laatste reden, deze akelige verliespost, werd het eten iets beter, of beter gezegd, iets minder slecht (Overigens zijn deze ‘gulden’ tijden alweer voorbij. Het eten is weer even beroerd als vroeger) Net of dat iets zou helpen!
En nu dit...
Ik ben geen Duitschhater, ik ben er sterk tegen om het Duitsche volk als geheel te ‘straffen’ na dezen oorlog, ik hoop in een rechtvaardige vrede. Maar onder een rechtvaardige vrede versta ik een vrede, waarbij de menschen, die verantwoordelijk zijn voor zulke schandalige nalatigheden, zulke verschrikkelijke toestanden, welke de dood van ettelijke gevangenen tengevolge hebben gehad, zich voor een rechtbank te verantwoorden zullen hebben.

La Cloche [bijnaam dikke bewaker] (over de griepepidemie):
‘Aber jetzt ist es Schluss.’ Afdeeling B wordt heelemaal afgesloten en geisoleerd, alle zieken worden erheen gebracht. Alles wordt daar ‘frisch angestrichen und gekalkt’ (dat zal wel).
Zou je niet lachen, brullen...
Hij zegt het met een gezicht of zoo juist het bericht binnen gekomen is, dat Duitschland een geweldig militair succes heeft behaald.
Ik word woest. Ik zeg hem de waarheid:
‘Tja, nu het te laat is, nu alles geinfecteerd is, nu smijten ze de menschen met 4 man op cellen, isoleeren ze en wachten af hoeveel er van doodgaan. Er hadden vroeger hygienische maatregelen moeten worden genomen, men probeert de put te dempen, nu 't kalf verdronken is.’
‘Maar wie had kunnen weten, dat er griep zou komen?’ probeert hij nog. ‘Ach wat, daarop moet men altijd verdacht zijn bij groote opeenhoopingen van menschen. De eerste besmettelijke zieke moet direct geisoleerd worden, maar wat gebeurde hier: 2 Tabletten, abtreten!’
De stommeling.
Hij springt van de hak op de tak en zegt: ‘Jamaar in 1918 zijn er in Zwitserland meer menschen aan de griep gestorven dan in Duitschland, hoewel Zwitserland niet aan den oorlog deelgenomen had, weldoorvoed was en hier de grootste ellende heerschte, dat geloof je niet, hè?’
‘'t Heeft er niets mee te maken.’
Ik ben woest en ik zal hem krijgen. Ik zeg:
‘Jawel, daar zie je weer aan, dat gezonde, corpulente menschen er het eerst aan gaan!’
Hij verschiet van kleur. Aan deze uitspraak gelooft hij namelijk ook. En hij is corpulent ... ziet er gezond uit. En hij is als de dood voor de griep. Hij zuigt den heelen dag tabletjes. Begint er altijd over te praten. ‘Tja, ik heb er ook geen Ahnung van, ik ben geen dokter’, zegt hij en druipt af.
De lafaard.

Hoe is de epidemie ontstaan?
In de ‘Zellwolle’ heerschte griep, men sloeg er geen acht op tot er zich een sterfgeval voordeed. Toen stuurde men 15 zwaar zieken naar het revier van het tuchthuis! Geen isolatie, nee, eenige dagen later werd de Zellwolle wegens gebrek aan kolen stilgelegd. De mannen van het met griep besmette commando werden over allerlei andere commando's verdeeld...
Een wachtmeester vertelt zoojuist, dat de Kreisartzt zich voor ‘het geval’ is gaan interesseeren. Dat hij gisteren hier geweest is en vanochtend hier weer was. Hij gelooft niet, dat het griep is! Hij wil het onderzoeken, maar men zegt, dat hij vreest voor vlektyphus. In dat geval zouden alle beambten de gevangenis niet meer mogen verlaten, dan zou de heele gevangenis geisoleerd worden!
Vlektyphus, welja, als dat zoo is, zijn we aan de bacillen overgeleverd. Hier zoo'n ziekte, die door de kleerenluis wordt overgebracht, ... hier met die millioenen luizen ... typhus, die geloof ik ook door de ontlasting overgebracht wordt, hier, met die smerige kubels, die spoelcel, de stort, het ontbreken van water op de verdiepingen wegens gebrek aan druk...
Het kan haast niet.
Het is ook waarschijnlijk weer een combinatie van een bericht en een gerucht. (zal ik zoo iets niet een ‘berucht’ noemen?) Al weken geleden liep het gerucht, dat er in Keulen en Bonn vlektyphus was uitgebroken en het komen van den dokter is waar, waarschijnlijk ook, dat hij een onderzoek instellen wil naar den aard van de ziekte, maar de ‘u’ komt in het woord bericht, als men er bij weet te vertellen, dat de Kreisarzt vermoed, dat het vlektyphus is.
Gisteravond sprak ik met Pierre over Joop en hij vond, dat Joop wel nonchalant was geweest t.o.v. z'n celgenooten. Hij had Pierre's deken gebruikt, op z'n bed gelegen, kortom hij was niet zorgvuldig geweest.
Inderdaad is dit zoo.
Toen hij betrekkelijk nog weinig ziek was, deed en liet hij wat hij wilde, zonder erbij na te denken, ging op Pierre's lekker bed z'n middagdutje doen enz.
Later toen hij goed ziek werd, heb ik alles zoveel mogelijk gescheiden gehouden, maar probeer dat eens in een 1-pers. cel met 3 man!
Als ik z'n bed opmaakte, lag hij zoolang op het mijne in z'n deken gewikkeld, anders ging het niet. Overdag had hij mijn deken als extra dekking over zich. Als hij opzat, stopte ik mijn kussen onder het zijne en - hoewel ik hem gevraagd had mijn kussen, dat zachter was dan het zijne niet te willen gebruiken - trof ik er hem op een dag slapende op aan. Ik heb het hem toen laten houden en slaap nu op wat kleeren. Ik weet niet, hoe griep overgebracht wordt, maar een kussen, waarop en waarin men zweet en kwijlt en dat paardenhaar en bergen stof bevat, lijkt mij toch wel een geschikte brandhaard voor bacterien en een mogelijkheid tot het overbrengen der ziekte.
Nu hangt het buiten te wachten op de zon, ik zal het dag of wat luchten en zonnen, dan doe ik er een uitgewassen sloop om en ik ga er maar weer op slapen. Want 't is eigenlijk gekheid. Als Joop een besmettelijke ziekte had, die een ander makkelijk kan krijgen, dan ben ik zeker, dat ik die ook moet krijgen. Ik heb hem gewasschen, geholpen, gesteund, hij heeft als hij opstond of overeind wilde komen z'n armen om m'n hals geslagen, ik heb z'n bed opgemaakt, z'n kleeren uit en aan helpen trekken en op de verwarming gedroogd, kortom ik ben deze dagen wel op duizend manieren met hem in contact geweest. Een keer - toen er sprake van was, dat Hans niet meer zou komen, omdat zijn celgenooten bang waren, dat Hans hen de griep zou overbrengen - vroeg Joop Pierre en mij, of we niet bang waren. Nee, dat niet, maar wel voorzichtig. Dat was eigenlijk, de eenige keer, dat ik over het besmettingsgevaar nagedacht heb. Toen Joop erger werd, heb ik hem zooveel mogelijk geholpen en verder niets.
Ik ben benieuwd hoe hij het in het revier heeft. Kan hij zich behelpen? Ik had den indruk, dat hij 't ergste achter den rug had, maar als hij nu met 3 zwaarzieken tesamen komt liggen en zich zelf moet behelpen...

Ik heb vandaag veel geschreven en heb weinig zin meer in kleine notities. Aan m'n schrift is wel te zien, dat het er hier en daar uitgespoten kwam, 't zat en zit me ook hoog.
Maar goed, hier volgen dan nog wat korte berichten:
Geallieerde opmarsch hier in den omtrek doet de geruchten weer opbloeien als paddestoelen. De hoop op een spoedige bevrijding weer levendig worden. Niemand denkt echter bij een eventueele bevrijding aan carantaine-maatregelen, dat men wel eens voorloopig in kampen geisoleerd kon worden.
De ruiten dreunen af en toe van een ver gedreun, men zegt, dat Keulen beschoten wordt.
Floor is nog steeds Kübler, en heeft een nieuwe theorie bedacht om zijn luizen te verklaren. Z'n pullovertje is O.K. verklaard, en nu verdenkt hij z'n bed.
Alle cellen op onze afdeeling moeten, naar men zegt, met 4 man belegd worden. Zullen we Joop's plaats vrij kunnen houden, of zullen we een nieuwe celgenoot krijgen?
Van Joop geen nieuws, vleugel B hoewel nog niet ‘abgesperrt’, wordt streng geisoleerd gehouden.

De ‘maatregelen’ zullen tot gevolg hebben, dat grieppatienten, uit vrees voor het revier niet meer op de cel zullen blijven liggen, zich ook niet voor den dokter op zullen geven, maar er mee rond blijven loopen tot ze doodziek zijn en ik-weet-niet-hoeveel menschen aangestoken zullen hebben...


* Dagboekfragmenten 1940-1945

dinsdag 26 februari 2013

Frederik van Eeden -- 27 februari 1913

donderdag 27 februari
Bijna een week sints de gruwelnacht [waarin Van Eedens zoon Paul overleed]. Van morgen kwam de eerste uitwendige teegenslag. De tweede opvoering van Lioba was een groot verlies, een leege zaal. Men was dus om de muziek gekoomen. Ik verdroeg deeze deceptie met groot gemak. Om Paul was ik thuis gebleeven en had ik geen repetities meegemaakt. Zoo ontstond de fout om zonder muziek te speelen. Ik kan het dus dragen alsof het om zijnentwille was. En dat is eer verligting dan druk. Ik vond dadelijk energie om er aan te doen wat ik kon, en ik telegrafeerde om een bijeenkomst. Ik herinner me dat Paul in zijn laatste oogenblikken telkens knikte, als hoorde hij iets, wat hij toestemde. Eeven als hij te vooren teegen ons geknikt had, - blijde toestemmend.
Ik las gister in Franciscus, maar was niet rustig - en de ooverdrijving en de dwalingen hinderden me. Die gehoorzaamheid als een cadaver!! Het hinderde me pijnlijk, omdat het de echte, kinderlijke, zuivere vroomheid van Paul schijnt verdacht te maken. ▫ En toch is er in de deemoed van Franciscus iets waars en echts - hetzelfde wat Lao Tsz' bezielde. Het Wu-Wei.
Wonder dat ik van Borel niets hoor. Niemand heeft meer behoefte aan Paul's leering dan hij.


Frederik van Eeden (1860-1932) was schrijver en psychiater. Hij hield een groot deel van zijn leven een dagboek bij.

maandag 25 februari 2013

Edward Robb Ellis -- 26 februari 1993

Ik zat aan mijn bureau in de voorkamer de krant te lezen en naar de radio te luisteren, toen ik plotseling het bericht hoorde dat in een van de torens van het World Trade Center een explosie had plaatsgevonden. Ik deed de radio uit en zette de tv in de slaapkamer aan. Het werd al snel duidelijk dat er sprake was van een serieuze ramp. De explosie deed zich voor om 12.18 uur 's middags in een ondergrondse garage, en de klap was zo zwaar dat het 110 verdiepingen tellende gebouw ervan schudde. Op een doorsnee werkdag zijn er in elke toren zo'n 50 duizend mensen aan het werk, plus hun bezoekers natuurlijk.
Vandaag waren er kinderen van een kleuterschool in het gebouw, en sommigen van hen hebben uren in donkere liften vastgezeten. Op tv zag je mannen en vrouwen die hoestend en naar adem happend uit de nooduitgangen kwamen. Het sneeuwde licht, hun gezichten zaten onder het roet. De meesten hadden rook binnengekregen. Ik kan me voorstellen hoe ze zich voelden; ik heb zelf longemfyseem.
Politieagenten en brandweerlieden zetten de slachtoffers zuurstofmaskers op. Bij enkelen liep het bloed over hun wangen. Sommigen waren uitgeput; ze hadden zich in totale duisternis van de bovenste etage een weg naar beneden gezocht, en nu ze op de gladbevroren grond stonden, zakten ze inelkaar.
De twee torens zijn de hoogste gebouwen van New York. Ze schijnen 250 liften te hebben. Zeker weten doe ik het niet want ik ben er nog nooit binnen geweest. In mijn ogen zijn het de lelijkste gebouwen van de stad. Twee reusachtige rechtopstaande dominostenen. Vandaag krioelde de omgeving van brandweerauto's, ambulances, eerstehulpwagens etc. Ik heb nog nooit van m'n leven zoveel van dat soort auto's bij elkaar gezien. Alle getallen zijn voorlopig, maar er schijnen vijf of zeven doden te zijn en duizend gewonden - de meeste door ingeademde rook. Na de explo¬sie werd de politie negentien keer gebeld door mensen die zeiden dat zij de bom hadden geplaatst.
Eerst werd gedacht dat er een transformator was ontploft, maar gaandeweg nam de overtuiging toe dat alleen een bom zoveel schade kon aanrichten. Terroristen? Hebben ze het nu op New York gemunt? Ik geloof dat deze stad nooit meer dezelfde zal zijn.


Edward Robb Ellis (1911-1998) was een Amerikaanse journalist en dagboekschrijver.

zondag 24 februari 2013

Anneliese Stöbis -- 25 februari 1945

25. Febr. (Sonntag) Als wir noch im Bett lagen kamen schon die Tiefflieger an. In der Ferne schossen sie fürchterlich. Das war immer eins hin und her, eine tolle Kreiserei. Zwei sind abgeschossen worden.

1. März 45 Tag und Nacht sind Tiefflieger hier. Gestern Abend und auch in der Nacht flog der „eiserne Heinrich“ herum, warf ab und zu eine Bombe ab und schoss mit M.G. und Bord Kanonen.

2. und 3. März
War es wie am 1. März. Spät Abends zum 4. März wurde wieder der Kanal angegriffen mit Zeitzündern: „Alles rennet, rettet, flüchtet, taghell ist die Nacht gelichtet“. Es war schaurig, unheimlich, denn alles stand voll Leuchtkugeln, auch in Richtung Rheine. Es war ein wildes Getöse in der Luft, vor lauter Flieger, Flak usw. Auch kam die VI über uns weg mit Ostkurs. Es hat einige Stunden gedauert, dann war alles still. Sogar die Zeitzünder hatten sich „beruhigt“. – Mutti hatte gerade die Grippe und musste krank und schwach in den Bunker. Als wir in den Bunker rannten war schon alles taghell erleuchtet. Ein Kind rannte barfuss im Nachthemdchen in den Bunker. Als es gerade still draußen war kam der „eiserne Heinrich“ tief übers Haus geflogen und schoss ein Stück weiter mit M.G. und Bordkanonen.


Anneliese Stöbis (1915-1966) was een Duitse huisvrouw die tijdens de oorlog een dagboek bijhield.

Friedrich Helms -- 24 februari 1946

So[nntag] 24/2 [1946] Ein eisiger Wind bei Tauwetter verlegt die um 11 Uhr auf dem Kirchplatz angesetzte Versammlung zur Rechenschaftsdarlegung des Bürgermeisters in das Hammer’sche Lokal. »So und so war es – so ist es – und trübe sind die Aussichten hinsichtlich der nächsten Verpflegungswochen«. Und ein allgemeiner Arbeitszwang muß auch Platz greifen!! Nach dem üblichen Warten gibt es Kartoffelbrei mit Möhren, dann Kaffee mit »Plinzen (?)« Jeder Einwohner erhält Bezugscheine für 2 Schnäpschen (Kosten M[ark] 3.- pro Stück) der Andrang der Bezieher ist vormittags schon groß, man holt die paar Tropfen in Tassen, Flaschen, Vasen, kl[einen] Karaffen. Ich spare mir meinen Schein für späteren Genuß noch auf. Der Tauschbauer hat nun auch noch das Chaiselongue geholt: Die Diele birgt einen schönen Haufen Kartoffeln, über dem Abendtisch liegt ein wohltuender Schatten eines schöngestaltenen Butterklumpens.


Friedrich Helms (1883-1955) was "Bankdirektor bei der Deutschen Bank, Freimaurer, Sozialdemokrat". Aan het eind van de oorlog en de jaren daarna houdt hij een dagboek bij.

zaterdag 23 februari 2013

A. Bennett -- 23 februari 1964

Llanberis 22/23/2/64
The weather cold and clear. Walking parties out in all directions on Snowdon and Glyders in search of reasonable snow conditions which could be used for Sundays training programe. Unfortunately the snow where deep enough proved to be too dry and powdery.

* Sat evening (Incident)
Called out by Air Traffic control to proceed to Pentrefoelas on the A 5 to meet the Army who had lost (once again) some of their cadets. Having arrived there at 22.10 hrs we learned that 5 cadets where lost on the Denbigh moors but had tents and food. The weather being foul with visibility down to zero we snatched a few hours sleep in the waggons and started the search at first light: We found the cadets at approx 11.20 hrs, And returned to base at Llanberis.

A. Bennett NCO i/c VMRT


Uit logboek Royal Air Force - Mountain Rescue Association.

vrijdag 22 februari 2013

Leo Vroman -- 22 februari 2005

Tuesday, february 22
9:39 a.m. T went to Summit Bank downstairs with Ruby to help her start a checking account, and at 1:15 she is going with the Tom Thumb run to buy things, while I should go to a reception for someone turning 92 to see how the one for me should be fed, but on March 4, T's birthday, there is one for somebody turning 100. Still active, only started walking with a cane recently, still dances a little but probably does not sing. Hannie R had sent an e-mail directing me to the website dewindroos, for poets in Holland, so I wrote on the site that I had nothing to say and got an answer and then wrote back that there was 1 thing about their selection of the Dichter des Vaderlands, won by a joker who writes somewhat tolerable rhymes and ran unto all bars in Groningen to collect votes. I said a committee would be better, though his method does resemble our democratic way of electing officials, but I assume no Dutch poet bought tv time to air a masterpiece.


Leo Vroman (1915) is bioloog, dichter en schrijver. In 2006 verscheen zijn Misschien tot morgen. Dagboek 2003-2006.

woensdag 20 februari 2013

André Van Damme -- 21 februari 1951

21 FEBRUARI 1951
Daar wij een afspraak hadden met de Zuid-Koreaanse politie dat deze 300 man zou leveren vertrokken wij 's morgens te 06.00u.
Het was 08.00u als de afspraakplaats werd bereikt, jammer genoeg was alle moeite voor niets geweest omdat de Zuid-Koreaanse politie niet wou aanvallen daar ze niet beschikten over voldoende manschappen. "Dit voorval deed zich meer voor bij hen".
Een andere patrouille werd dan als volgt samengesteld: 1 Kapitein, 1 Chef en vier soldaten, aangevuld met honderd Koreanen.
Het was 11.00u en we begaven ons terug naar onze basis, twee uren later hadden wij geen verbinding meer met de nieuwe gevormde patrouille. Na de middag besliste de Cie. Commandant om een tweede patrouille uit te zenden in de hoop om de eerste terug te kunnen vinden, van deze patrouille maakte ik ook deel uit!
We kropen over rotsige bodems in het bos, waarbij we soms op sommige plaatsen tot onze knieën wegzakten in de sneeuw. Plots hoorde ik onder ons stemmengeluid, ik naderde dichterbij en zag in de diepte Luitenant Verbaegen die in het midden van een brede asfaltweg stond, ik riep hem toe: "Luitenant, ga in dekking". Wij waren opgelucht omdat we bij het horen van de stemmen niet onmiddellijk het vuur hadden geopend!


De Belg André Van Damme (1924-?) hield tijdens zijn detachering in de Koreaanse oorlog (1951) een dagboek bij.

dinsdag 19 februari 2013

John Franklin -- 20 februari 1820

February 20.

Having been equipped with carioles, sledges and provisions from the two posts, we this day recommenced our journey and were much amused by the novelty of the salute given at our departure, the guns being principally fired by the women in the absence of the men. Our course was directed to the end of the lake and for a short distance along a small river; we then crossed the woods to the Beaver River which we found to be narrow and very serpentine, having moderately high banks. We encamped about one mile and a half farther up among poplars. The next day we proceeded along the river; it was winding and about two hundred yards broad. We passed the mouths of two rivers whose waters it receives; the latter one we were informed is a channel by which the Indians go to the Lesser Slave Lake. The banks of the river became higher as we advanced and were adorned with pines, poplars and willows.

Though the weather was very cold we travelled more comfortably than at any preceding time since our departure from Cumberland as we had light carioles which enabled us to ride nearly the whole day warmly covered up with a buffalo robe. We were joined by Mr. McLeod of the North-West Company who had kindly brought some things from Green Lake which our sledges could not carry. Pursuing our route along the river we reached at an early hour the upper extremity of the Grand Rapid where the ice was so rough that the carioles and sledges had to be conveyed across a point of land. Soon after noon we left the river, inclining North-East, and directed our course North-West until we reached Long Lake and encamped at its northern extremity, having come twenty-three miles. This lake is about fourteen miles long and from three-quarters to one mile and a half broad, its shores and islands low but well wooded. There were frequent snow-showers during the day.


John Franklin (1786-1847) was een Britse marineofficier en poolreiziger. In The Journey to the Polar Sea doet hij verslag van zijn eerste reizen naar het noordpoolgebied.

maandag 18 februari 2013

Anja Meulenbelt -- 19 februari 2007

maandag 19 februari 2007
In Trouw zag ik de slogan vermeld die het goed deed op het PvdA congres: ‘Je hebt jongetjes. Je hebt meisjes. Je hebt Klaas’. Toevallig weten wij, hier op dit weblog, wie de bedenkster is van die slogan, dat is Claar. Klaas de Vries wilde wel naar de Eerste Kamer, maar mocht niet omdat er iets te dwangmatig werd vastgehouden aan een gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen op de lijst. Daar kwam protest tegen en met succes. Klaas de Vries staat nu 3. En komt er in. Ik vind het erg leuk om hem als collega te kunnen verwelkomen.

De dubbele nationaliteitenkwestie zeurt nog een tijdje voort. Nu komen alle BNers tevoorschijn die ook een dubbel paspoort hebben, met prinses Maxima aan top, en Jordi Cruijff. In de VS wordt er geen toestand van gemaakt. Arnold Schwarzenegger heeft nog steeds de Oostenrijke nationaliteit naast de Amerikaanse. Je hebt ook drs. P, die in het echt Heinz Polzer heet en altijd Zwitser is gebleven, en Adam Curry die nooit is genaturaliseerd. We zijn geloof ik al haast vergeten dat minister Hirsch Ballin van Justitie in 1991 juist een voorstel deed om dubbele nationaliteiten toe te staan, juist om het makkelijker te maken om de Nederlandse nationaliteit aan te vragen.

Ondertussen is de Eerste Kamer op reces, en ik ben op reces en mijn weblog gaat nu ook een weekje op reces. Reacties worden vandaag nog verwerkt. Daarna ben ik weg, zonder laptop, geen internet in de buurt, met een ouderwetse stapel boeken die gelezen willen worden. Toedeloe!


Anja Meulenbelt (1945) is een Nederlandse schrijfster. Op haar website houdt ze een dagboek bij.

zondag 17 februari 2013

Trui Thöne -- 18 februari 1915

Donderdag, 18 Februari 1915
Een dag van groote spanning! De Duitschers hadden bekend gemaakt, dat vanaf dien datum de Noordzee (Engeland) door hen zou worden afgesloten. Dus dreigde onze schepen ook groot gevaar. Men had ze dan ook een rood-wit-blauwe verschansing gegeven. Met groote letters Nederland er op. En juist op deze kritieke 18de kwam er een legercorps van 20.000 man in Arnhem voor onschuldige militaire oefeningen. Ponton bruggen over den Rijn, enz. De Arnhemmers dachten niet anders dan dat we echt tot over de ooren in de oorlog zaten!

Zaterdag, 20 Februari 1915
’s Middag om 4 uur ging ik met een heerlijke zuurkoolschoteltje in mijn maag naar Leeuwarden terug. In Leeuwarden wordt de nieuwe lichting gedrild, dus kun je op alle uren van den dag (en dikwijl nacht) tot groot vermaak van de jongens, de soldaatjes zien exerceren. Ze doen vreeselijk hun best. Ze begrijpen dan ook natuurlijk dat het nu wel eens noodig kon worden, dat het geen grapje is.


De Nederlandse Trui Thöne (1893-1980) was tijdens WO I een "jonge vrouw uit een gegoede familie" en hield gedurende de oorlog een dagboek bij.

zaterdag 16 februari 2013

C.J.K. van Aalst -- 17 februari 1915

Woensdag,17 Februari 1915.
's Morgens lees ik in de courant,dat de Batavier Lijn en de "Zeeland" niet meer zullen varen! Dit is een inbreuk door de "Zeeland" op het bij den Minister afgesprokene, dat wij weer bij elkaar zullen komen,zoodra er vergadering zou zijn. Ik telefoneer aan Wiersma Jr. in Rotterdam,die daarvan ook niets begrijpt; alleen zegt hij de Meester aan het station te hebben gesproken, die hem vertelt, dat Kröller, die nota bene een paar dagen geleden zijn schepen geheel oranje had laten schilderen, uit Berlijn was teruggekomen met de mededeeling, dat de Duitsche Regeering bepaald stond op convoyeeren door Marine schepen.
Dit wijst dus op verkeerden invloed!
Ik vestigde nog zijn aandacht en later die van Wilmink op het feit dat daardoor ons besluit om de "Gelria" den 16den te laten varen veel verantwoordelijker voor ons werd.
2.- Zuid-Afrikaansch fonds. Algemeene Vergadering. De Heer Oyens bedankt mij,dat ik ondanks mijne drukke bezigheden toch nog ben Komen presideeren.
3.- Vergadering der Bankiers met 4 afgevaardigden van een 30-tal Commissionnairs-Geldgevers. Daar werd besproken de kwestie van aansprakelijkheid der Commisionnairs tegenover primaire geldgevers. (Zie notulen)


C.J.K. van Aalst (1866-1939) was bankier en president-directeur van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Zijn dagboek is te lezen bij Hitorici.nl.

Roger Whitley -- 16 februari 1686

16. Tuesday, I dined at home; after dinner Jones came; stayd awhile; past 4 I went out with my daughters to visit Mrs Vanbrug at Mr Weyman's house; there was he and severall (men and women) in the roome; we stayd awhile; he inquired how my businesse went; if nothing would be abated & I told him, I had but little hopes but must be content not to speake though I might think &c; my daughters went home; I went to the Tower; there was Lord Scarsdale, Lady Brandon; her sister & aunt with my Lord; then came one Mr Tipping (stranger to me) I stayd till neare 7; then came home.


Roger Whitley (1618-1697). Diary of a Cheshire gentleman, Whig Member of Parliament for Chester in 1689-97 and landholder in Wales, covering a period in which he steered a difficult political course.

donderdag 14 februari 2013

Samuel Pepys -- 15 februari 1662

Saturday 15 February 1662
With the two Sir Williams to the Trinity-house; and there in their society had the business debated of Sir Nicholas Crisp’s sasse at Deptford. Then to dinner, and after dinner I was sworn a Younger Brother; Sir W. Rider being Deputy Master for my Lord of Sandwich; and after I was sworn, all the Elder Brothers shake me by the hand: it is their custom, it seems. Hence to the office, and so to Sir Wm. Batten’s all three, and there we staid till late talking together in complaint of the Treasurer’s instruments. Above all Mr. Waith, at whose child’s christening our wives and we should have been to-day, but none of them went and I am glad of it, for he is a very rogue, So home, and drew up our report for Sir N. Crispe’s sasse, and so to bed. No news yet of our fleet gone to Tangier, which we now begin to think long.


Samuel Pepys (1633–1703) was een Britse hoge ambtenaar, die vooral beroemd is geworden vanwege zijn dagboeken.

woensdag 13 februari 2013

Matthijs Vermeulen -- 14 februari 1946

14 februari, Donderdag
Met mijn Fee verliefd in de diviene glans van deze goudblauwe dag; wij zitten te midden van het azuur; onder een zon van bloeiende mimosa, geel als trompetten; wij zijn samen in dat paarse firmament; alles is mooi; wij houden van elkaar, en van alles.
Deze ochtend je brief van 9 febr. Dat was wel eigenaardig ja, die verstandhouding tussen jou als kind, en mij; zo helemaal voor ons genoegen; zonder erbij te denken; toch 't prettig vindend samen te zijn, en voelend dat prettig te vinden; en niets vreemds voor elkaar; alsof we elkaar altijd gekend hadden. Het zou prachtig zijn om ons weer in zulke gelijke gesteltenis te ontmoeten, en dan samen verder te gaan. Wij zijn bijna op dit aanrakingspunt, zeer dicht erbij, geloof ik. Het is mijn hartstocht. Ik moet dat in mijn binnenste altijd geweten hebben. Daarom hoorde ik dat kleine signaal van je zo gauw, zo intens, zo doordringend. Alsof ik er jaren op gewacht had, steeds luisterend of het kwam. Ik wéét dat ik je bemin; ik ervaar in ziel en lijf, nu nog, op dit moment, dat ik je bemin. Het is jizelf, het kan niet anders zijn dan jijzelf die dat zegt aan je Matthijs. (Maar schrijf 't me af en toe ook!)


Matthijs Vermeulen (1888-1967) was een Nederlandse componist en muziekcriticus. De dagboekbrieven die hij in 1945 enn 1946 schreef aan zijn latere vrouw Thea Diepenbrock zijn gepubliceerd onder de titel Mijn geluk, mijn liefde.

dinsdag 12 februari 2013

Louis Hahn -- 13 februari 1942

Nr. 37. 13. Febr. Am 12. Febr. weilte die Hauptabteilungsleiterin Hilfsdienst in der Reichsfrauenführung Lotte Jahn in Begleitung der Gaufrauenschaftsleiterin Friedel Klausinq und deren Mitarbeiterinnen in Emden. urn einen persönlichen Eindruck von dem Einsatz der Frauen zu bekommen. Kreisleiter Meier und Kreisfrauenschaftsleiterin Thamann empfingen sie im Parteihaus. Es folgte eine Führung durch die verschiedenen Einsatzstellen der NS- Frauenschaft. In der landwirtschaftlichen Schule fand nachmittags eine Gemeinschaftsstunde statt, in der Hauptabteilungsleiterin Jahn sprach, sie überbrachte die GrüBe der Reichsfrauenführerin und dankte den Emder für ihren Einsatz.


Louis Hahn hield in 1941/'42 in opdracht van de stad Emden een soort oorlogsjournaal bij.

maandag 11 februari 2013

Jules Renard -- 12 februari 1907

12 februari
Het leven, ik ga het steeds minder begrijpen, en er steeds meer van houden.

Aan de jeugd. Ik zal jullie een waarheid vertellen die jullie misschien niet leuk vinden, want jullie rekenen op iets nieuws. Die waarheid is dat een mens niet ouder wordt. Wat het hart betreft zijn we het erover eens: dat wisten we wel, tenminste wat de liefde aangaat. Wel, voor de geest geldt hetzelfde. De geest blijft altijd jong. Men begrijpt het leven op zijn veertigste net zo min als op zijn twintigste, maar men weet het, en men geeft het toe. Dat is jong zijn


Jules Renard (1864-1910) was een Franse schrijver. Zijn Dagboek 1900-1910 is verschenen in de Privé Domein-reeks.

zondag 10 februari 2013

Arnold Heilbut -- 11 februari 1941

Maandag 11 Feb
Engelse oorlogsschepen hebben gister Genua beschoten. Een verduiveld kanppe daad die bewijst dat ze de middellandse zee toch volkomen beheersen. In Afrika maken ze eveneens op alle fronten grote vorderingen.
Vannacht is er weer van 20 tot ongeveer 3.30 uur hevig geschoten (natuurlijk met tussenpozen) en er is ook nog anderhalf uur luchtalarm geweest. Vanavond is er ook la geschoten. Overdag waren er eveneens Engelsen boven Amsterdam.


Arnold Heilbut (1922-1941) hield in het eerste oorlogsjaar een dagboek bij. In 1941 werd hij opgepakt en overleed korte tijd later in Mauthausen.

A.B. Goldenveizer -- 10 februari 1909

February 10th.
Once in the winter Sophie Andreevna in Tolstoi's presence criticized V. G. Chertkov bitterly, which, as usual, pained him very much. This was in the morning. In the middle of the conversation Tolstoi got up and went into his room.
Some time later he came into the diningroom, stood at the door, and said in an agitated voice: "There is an old nurse in our house. I scarcely know her, but I love her because she loves Sasha, and when there is nothing like that in a house, there is no real love." . . .
After saying this, Tolstoi turned and quietly went to his room.
Tonight Tolstoi said: "When one listens to music, it agitates, excites, elates, but one does not think. But when I play patience in my room, the finest thoughts come to me."
During work, especially if he found some difficulty, Tolstoi used to play patience. This was his habit throughout his life. When he was writing Part III. of Resurrection, Tolstoi was undecided for a long time about the fate of Katyusha Maslov. Now he decided that Nekhlyudov should marry her, now that he should not. At last he decided to play a game of patience: if the patience came out, Nekhlyudov should marry her ; if not, then he should not marry her. The patience did not come out.
Once Tolstoi told me that he had found a passage in a book, which he was writing, very difficult. He hesitated for a long time what to do, but made up his mind and wrote it. Then he decided to test it by means of a game of patience ; if the patience came out, that meant that what he had written was good ; if it did not come out, then it was bad. The patience did not come out, and Tolstoi said to himself: "Never mind, it is good as it is!" and he left it as he had written it.


A.B. Goldenveizer (1875-1961) was een Russische componist. Van zijn gesprekken met schrijver Leo Tolstoi deed hij verslag in Talks with Tolstoi.

vrijdag 8 februari 2013

John Adams -- 9 februari 1777

1777. FEBY. 9. SUNDAY.
Heard Mr. Allison. In the Evening walked to Fells Point, the Place where the Ships lie, a kind of Peninsula which runs out, into the Bason which lies before Baltimore Town. This Bason 30 Years ago was deep enough for large Tobacco ships, but since then has fill'd up, ten feet. Between the Town and the Point, We pass a Bridge over a little Brook which is the only Stream which runs into the Bason, and the only flux of Water which is to clear the away the Dirt which flows into the Bason from the foul streets of the Town and the neighbouring Hills and Fields. There is a breast Work thrown up upon the Point, with a Number of Embrasures for Cannon facing the Entrance into the Harbour. The Virginia Frigate Captn. Nickolson, lies off in the Stream. There is a Number of Houses upon this Point. You have a fine View of the Town of Baltimore from this Point.
On my Return, I stopped and drank Tea at Captn. Smiths, a Gentleman of the new Assembly.


John Adams (1735-1826) was een Amerikaanse staatsman en de tweede president van de VS. Hij hield gedurende een groot deel van zijn leven een dagboek bij.

donderdag 7 februari 2013

Wim Kan -- 8 februari 1962

Donderdag 8 februari. Nacht. Thuis met Ol bij het open haardvuur
Drinken nu elke nacht champagne. Zo zie je weer. Leert hieruit, lieve kinderen. Wij willen niet dik worden, maar eventueel wel dik doen. Vanavond bij voorstelling zwaar publiek, maar wel succes. Vooral Annelies met ‘Liftend meisje’. Flip weer nergens. Jenny nog even in tranen omdat ze nu weer een andere stem in de ‘Tieners’ moest zingen. Getroost. Verknoeide vanavond zelf: ‘Kom bij Werkspoor’, laat je niet afschrikken door de naam! Doodse stilte.
Abonnement op Propria Cures aangeboden(?) gekregen van Nico Scheepmaker. Lees in nummer van 20 januari wat ze vinden van Toon en de Wimmen. Eigenlijk wel een mooi stuk. Ik had lintje moeten weigeren, geen stukjes in Elsevier mogen schrijven en zou partij moeten kiezen en die walgelijke propaganda op oudejaarsavond in de kranten. Henk van der Meyden de deur moeten uittrappen in plaats van interview. Ach, er zit echt wel iets in, maar we worden tam, tam-tam. (Zijn we aan het verwilderen of aan het vertammen?)


Wim Kan (1911-1983) was cabaretier. Zijn dagboeken zijn te lezen bij de dbnl.

Allen Ginsberg -- 7 februari 1948

February 7, 1948
Poems to write --
The Serpent and the Nightingale
Prose and poesy interlarded Audenesque but more direct
The Killer -- (Where Was the World)
"I fought withe the killer for his love"
make the killer the symbol of sacerdotal (or) ambivalent love
Write Lyrics.
Last month wrote letters prose


Allen Ginsberg (1926-1997) was een Amerikaanse dichter en schrijver. Dagboekaantekeningen uit de periode 1937-1952 zijn gepubliceerd in The Book of Martyrdom and Artifice.

woensdag 6 februari 2013

A.F.Th. van der Heijden -- 6 februari 1978

Maandag 6 februari 1978 (mijn moeders eenenvijftigste verjaardag). Najaar '77 opnieuw reis naar Italië, in onverwacht gezelschap van mijn broer. Na diens vertrek uit Florence, waar we wat rondgeboemeld hadden, vertrok ik begin december naar Sicilië. Schitterend weer daar, in die decembermaand. Euforische overtocht naar Messina. [...] Catania, waar ik de verkeerde typemachine kocht. Syracuse. Palermo, waar ik ziek werd. Agrigento, waar ik pas echt tot werken kwam. Precieus proza voor Knapensluimer. De eerste twee hoofdstukken.
Ondertussen had ik in Palermo ook de draad voor 'Tirlantino' weer opgepakt. Tk werkte dus aan drie boeken: de romans Scharen en Knapensluimer en de (toen nog niet zo geheten) novellenbundel Een gondel in de Herengracht.
Tegen Kerstmis reisde ik naar Napels, waar ik een afspraak had met Roeland Kriense-Lokker. Ik trof hem kort voor oudjaar. Ik was te zeer met het werk bezig om veel aandacht aan hem te besteden. Na nieuwjaar namen we de boot naar Ischia, en namen onze intrek in een eenvoudig hotel vlak bij de haven. Terwijl Roeland overdag wandelingen maakte, schreef ik, voor een tochtend raam, verder aan mijn verhaal, mijn hoofdstukken, en aan de ruwe aantekeningen voor Scharen.
R. spoedig naar Nederland terug. Het afscheid viel in het water, omdat ik met formuleringen in mijn hoofd liep.
Ik bleef op Ischia tot mijn treinticket dreigde te verlopen (einde januari). Ergens in de tweede helft van januari '78 verzond ik vanaf Ischia twee postpakketen naar Nederland, allebei met dezelfde inhoud: 'Bruno Tirlantino of De bruiloft van prinses Ann' plus de eerste twee hoofdstukken van 'E' of Knapensluimer, dat alles vergezeld van mystificerende brieven. De teksten droegen als pseudoniem 'Patrizio Canaponi'.
Toen de stukken de deur uit waren, had ik de resterende tijd alleen nog oog voor (de stijl van) Scharen. Uitlaatklep na het precieuze werk dat ik had opgestuurd naar respectievelijk De Revisor en De Gids.


A.F.Th. van der Heijden (1951) is een Nederlandse schrijver. In Engelenplaque. Notities van alledag publiceerde hij dagboekfragmenten uit de periode 1966-2003.

maandag 4 februari 2013

Victor Klemperer -- 5 februari 1937

Dat van de kolonie ie waarschijnlijk mislukt, op de ochtend van 30 januari verscheen er een ontkenning van de 'geruchten', in de grote toespraak was een plechtige verzekering opgenomen dat men alleen de 'geroofde kolonieën' terug wilde hebben. De toespraak was overigens minder vreedzaam dan de eerdere toespraken. Maar wanneer komt de oorlog? Mijn hoop is weer tot onder nul gezakt. Maar op de 30ste was ik heel gelukkig dat althans het grote succes was uitgebleven. Ik vroeg eerst een tramconducteur en daarna de uitleenbibliothecaris naar de inhoud van de toespraak.
De toespraak weer water op mijn Rousseau-molen: 'Het volk is de enige drager van de soevereiniteit.' - Göring ontspoorde weer eens: de Rijksdag vervulde tóch een belangrijke rol. De Rijksdag, die toch zo'n belangrijke rol vervult, gaf Hitler bij stemming volmacht voor nog eens vier jaar.
Gisteren sterfdag van de door een 'laffe jood' doodgeschoten Gustloff. SA-leider Lutze in een herdenkingstoespraak: de peilloos diepe haat van het lage-rassenvolk. - De Rijksdag wordt nog steeds in de Krollopera gespeeld. Slecht geweten over het echte bouwwerk?
Weer volkomen troosteloos geldgebrek en volkomen troosteloze toestand van de auto. De zuigers laten het zo vreselijk afweten dat ik de auto gisteren maar heel moeizaam kon besturen, vandaag moest ik hem laten staan. Michael is me geld schuldig en wil in plaats daarvan de dure (voor mij anders onbetaalbare) reparatie uitvoeren, als hij - in februari - met vakantie van zijn luchmachtkazerne hier is. Februari heeft nog 23 dagen en Michael heeft tegenover mij nog nooit woord gehouden. [...]


Victor Klemperer (1881-1960) was een Duitse taalkundige en schrijver. Zijn dagboeken zijn ook in het Nederlands vertaald

Nescio -- 4 februari 1954

4 Februari op Donderdagochtend, kon ik 't niet mer harden en nam de, nog eenigszins bevroren, bus van 10 uur 15 naar Loenen. Het vroor wat minder en de wind was wat minder. Schitterend licht, alles wijd uit elkaar en alles toch dichtbij. En toch: Ouerkerk niet duidelijk, tegen een soort donkerte. Alleen de groote toren. Het laantje voorbij Ouerkerk met weer de schaduwen van de boomen. De molen. De groep boomen in de wei, rechts, een geheel eigen groep. De boomen bij het kasteel van Loenersloot, zoo zwart, zoo dicht bij elkaar met lichte strepen er tusschen. De boompjes die op Vreeland aanloopen en de weg naar Loenen. Bij de draai een opgangetje, naar een boerderij denk ik, een clair obscur tusschen en onder bosschage, de hier en daar verlichte stammetjes, bijna die Heimat der Seele. Het straatje van Loenen in schitterende zon, maar de Vecht bar, geheel dicht met groote schotsen en het onherbergzame bruggetje. Een halfkoud kopje koffie in het halfkoude café (met een gevulde koek, in het straatje gekocht, lekker versch). En terug en met de bus van het Amstelstation naar huis, voor half één thuis.
Een sleepboot probeerde het ijs te breken in de Keulsche vaart. Toen we terugkwamen wassi zoowat nix opgeschoten. De sleepboot heette 'Hendrik'.


Nescio (J.H.F. Grönloh, 1882-1961) was een Nederlandse schrijver. In zijn Natuurdagboek (1946-1955) deed hij verslag van onder meer zijn wandelingen.

zondag 3 februari 2013

Thomas O’Shaughnessy -- 3 februari 1881

3 Feb 1881. James drove the horse and cart. Donnellan and McKew went with him. I rode up on horseback We pitched our camp on the Grenfell side of Wilson’s. I drove back the horse and cart. Rained all the way home.


Thomas O’Shaughnessy Jr (1835 – 1911) was een Australische veeboer die een groot deel van zijn leven een dagboek bijhield.

zaterdag 2 februari 2013

Herman Melville -- 2 februari 1857

Feb 2d Monday. At 10. AM sighted Cypruss. on starboard bow. Coming near long reach of whitish & yellowish coast with lofty mountains inland. From these waters rose Venus from the foam. Found it as hard to realize such a thing as to realize on M' Olivet that from there Christ rose.--About 5 P.M. came to anchor off Larnaca the port of Cypruss. Could not well go ashore. But saw pretty much all worth seeing from deck. A level country about the town. Turkish look. Palms & minarets--houses along the shore. Export wine here. Quite a scene among the boatmen alongside. Rivalry of five boatmen for one passenger. Sunset.


Herman Melville (1819-1891) was een Amerikaanse schrijver. Hij schreef onder meer drie reisdagboeken.

vrijdag 1 februari 2013

Kristien Hemmerechts -- 1 februari 2009

1 februari
Gisteren tijdens de wandeling lang gepraat met Marina, een zachte, lieve vrouw die nog geen jaar geleden haar man heeft verloren toen een vrachtwagenchauffeur hem niet zag in zijn dodehoekspiegel. Marina is psychologe en zeer bedreven in het luisteren. Al pratende met haar hoorde ik mezelf de term 'onthechting zonder verbittering' bedenken om de houding te omschrijven die mij het best helpt. 'Het komt erop neer dat je je afschermt', zei wijze Marina. Dat beaamde ik. 'Ik wil geen pijn meer hebben', zei ik. 'Er is genoeg pijn geweest.' Iets optimistischer ging ik verder: 'Ik wil vooral het goede zien. Zeggen en denken: wat een feest dat ik hier mag en kan lopen bijvoorbeeld.' Het was een schitterende dag met een heldere, blauwe hemel. 'Ik wil niet meer treuren omdat ik Bart zo weinig zie. Ik wil hem ook niet meer missen. Maar als hij er is, wil ik denken: wat een feest!'
Achteraf wist ik niet of het klonk als de woorden van een depressief iemand, of een ontgoocheld iemand, of een gelaten iemand, of een wijs iemand.


Kristien Hemmerechts (1955) is een Belgische schrijfster. De dood heeft mij een aanzoek gedaan bevat een dagboek van negen maanden van haar leven.