donderdag 19 april 2012

Simon Vinkenoog -- 20 april 1964

terug naar de vorige dag, de eenenzestigste dag, zondag 20 april 1964

pre-scriptum: Ik schrijf verder dan ik handel, ik herlees bij het overtikken dingen die ik twee maanden later handelend niet in staat ben toe te passen, zo bijvoorbeeld de zinnen ‘Je weet toch ook dat er geen grenzen bestaan tussen normaal en abnormaal, dat er geen regels zijn en dat elke theorie niet waar is?’ waarop ik mijn weten, maar niet mijn optreden, heb gebaseerd, volgens de werkelijkheid.
Neem het voor lief. Neem het nou gerust van mij aan. Neem het voor ‘lief’ van mij aan. Ik oordeel niet. Sinds kort probeer ik niet meer te oordelen. Ik weet dat ik niets begrijp, dat mij het recht geeft te oordelen, ik ben - dat is alles - een spraakzame meester, zelfs nog geen meesterknecht maar tovenaarsleerling.
Ik schreef Bibeb een brief doordat ik aan m'n eigen interviews dacht, dat met Carmiggelt onder andere, die daaraan refereerde in een stuk met haar. Ik noemde de mensen die ik ontmoette: ‘signalementen’. In Uit de doeken (De Boekerij, Baarn, 1961) heb ik enkele vrienden gevat. Hoe onvolledig. Hoe onbetekenend, al wilde ik altijd méér weten dan welke andere interviewer.
*
Stan Brakhage's film. Hij maakt gebruik van opnamen, gemaakt tijdens een onenigheid met zijn vrouw. Hij had in woede de kamera gegrepen, was begonnen haar van kwaadheid verwrongen gezicht te filmen, totdat hij besefte wat ook zij zag, zodat hij haar de kamera in de hand drukte en haar hém liet filmen, gedurende de ruzie. Het bracht een omwenteling in zijn huwelijksleven teweeg: brengend liefde, harmonie.
Zie het door de ogen van de ander. Druk je kamera in de handen van je tegenstander. Zie wie je staat te zijn. Weet waarom je diegene bent, voor de ander. Wees dan jezelf. Je hebt het masker niet nodig. Je kunt zonder. (Je moet zonder.)
*
Aan Bibeb: ‘Je moet me helpen. Wat kan ik namelijk niet zeggen?
Ik wil niemand kwetsen. Ik moet mijn verschrikkelijke waarheden doseren. Hoe houd ik het zo leesbaar, als ik wil bewijzen dat àlles kan? Kom op, dit is voor jou maar 'n peuleschil. Ik wil dat je aan me werkt, zoals ik aan dit boek werk, met liefde.’
*
Wat is liefde? Terugkomen tot mens.
*
What love? Mingus en Dolphy. ‘Mingus starts answering on the bass,’ een muzikale twist, een katalyse die hem weer samenbrengt. Ook gescheiden kun je samenzijn. Wij spelen allen samen. Als Brakhage en zijn vrouw, ruzie, leven, vrouw, geluk, man, pijn, angst, zij tonen de weg die de liefde kan leiden: wij moeten het allemaal zelf maken. Wij zijn onze eigen voorbeelden. Dat is bijvoorbeeld, tussen alle dingen, deze dag in de zon, het vliegen, de zoon, de vrouw, de vriend, de happening (rugbyspeler in fontein) en het verleden, dat van de zoekende broeders nu.
*
De dolzinnige plannen. De vijftien hoofdstukken, die in een boek zouden moeten komen (dit boek dan maar), dat ik al vorig jaar wilde schrijven. De tientallen aanvangsperiodes heb ik her en der verspreid liggen, ze horen bij dit naderende kleine begin, evenzovele stappen terug, vingers leggend op een open wonde.

(1) De inleiding tot ‘mijzelf’,
(2) het verleden, nu andersom,
(3) hetzelfde, zonder mij,
(4) de literatuur en de boeken van de Weg,
(5) de weg - de mensen in mijn leven, en ‘ikzelf’,
(6) de verzameling van Goden en andere postzegels, munten en meisjes,
(7) alles over Tibet, incl. de reis erheen, en Sierksma, Tirade, maart 1963,
(8) het geld voor de reis heen en terug oostfront etcetera,
(9) voor het grijpen: de gebeurtenissen zelf,
(10) mensen,
(11) een gedicht in tien anekdoten, dat ik fragmentarisch heb liggen,
(12) een roman in verzen, die ik wilde maken. ‘Hoe het komt dat het woord vrij is, maar niet de woordenmaker,’
(13) ik tel tot honderd en ik ben er niet,
(14) ik heb dus vele plannen, &
(15) dit is er dus één, door de tijd achterhaald, dankzij mijzelf.
*
De pijnen zijn niet te beschrijven. Tot in de shock-fase en het volledig buitenbewustzijn. Mochten er hier psychiaters in de zaal zijn, je kunt het als een auto-analyse lezen, ik raak in jullie woorden verward makkers, we moeten gaan determineren. Wat willen we eigenlijk? Genezen, of redetwisten om woorden? Voorkomen, of lapzwansende lapmiddelen? Wat wordt eraan gedaan? Zou largactyl helpen, vragen jullie me?
Ik heb de middelen gekozen. Het kan toch niet anders, dan het gaat? Wij zijn de middeleeuwen voorbij, geen heksensabbats, maar klinische beschrijvingen heren, de hel behoort tot een andere tijd, wat wij uitbannen zijn geen duivels maar ziektes. Ik liefhebber maar wat, ik wil hoog doordringen tot bij regeringsleiders, die zeker moeten weten dat er geen keuze is tussen goed en kwaad, maar het gehoorzamen aan het bevel, de opdracht: handelen uit liefde. Liefde is wetenschap, ik ben in goed gezelschap, ik handel in goede bedoelingen.
*
We springen allen bij tijd en wijle uit de parachutes van ons ego, niet langer gehinderd door zwaartekracht, het is een cirkel met het leven, er bestaan geen gaten waardoor je kunt ontvluchten. Er is geen onderbreking: het is één leven.
Het eksistentialisme: de negatieve bevrijding, nieuwe natuurwetenschappelijke ontdekkingen in een andere dimensie, elk woord te verantwoorden.
Het heeft me wat moeite gekost die eigen woorden terug te vinden, ik worstelde met problemen: de vorm, de vrije wil, de genade, de aanvaarding, in een gedachtenvernauwing die tot paranoia leidde, een aantal krises heb ik heelhuids doorstaan, doorkomen, overleefd, om telkens onwetender, maar nearer-perfect te voorschijn te komen, snikkend van vreugde, ademend naar lucht om de herkenning.
Nu is elk ogenblik kreatief. Nu weet ik, waarom ik leef. Ik ben herkenbaar. Van hieruit ga ik verder, opnieuw - als het moet telkens weer opnieuw: er is geen verandering binnen de verandering, er zijn slechts meer veranderingen, meer mensen, al zijn het dezelfde; een kosmos die elk ogenblik in verandering bestaat, een firmament dat verder reikt dan de gesloten of open ogen.
Reineke heeft voor het eerst gevlogen vandaag. Geen angst of misselijkheid, een unieke ervaring, een buitengewone, een nieuwe. De mijne.

Simon Vinkenoog (1928-2009) was dichter en schrijver. In Liefde. Zeventig dagen op ooghoogte hield hij een soort dagboek bij van een bewogen periode in Amsterdam.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen