zaterdag 10 maart 2012

Ernst Heldring -- 10 maart 1947

10 Maart 1947.
Weer zijn 4 à 5 maanden verstreken, waarin slechts achteruitgang te boeken valt. Ik ben zeer ongerust over de ontwikkeling van de verhouding tot Indië. Het gebrek aan regeerkracht hier te lande tezamen met de eigengereidheid van Van Mook heeft het zoover gebracht. In mijn in dit schrift liggende aanteekeningen alsmede in mijn correspondentie (op kantoor) vindt men een en ander.
Volgens Bolderhey, wiens berichten en meeningen belangrijk zijn, wordt vóór 15 Maart een gewichtige beslissing genomen, waarmede het ontslag van Van Mook en de zoogenaamde ‘paleiskliek’ (Van Hoogstraten, Van der Plas enz.) bedoeld wordt. Indien dit zoo is, heeft Van Mook dezer dagen getracht dezen slag te pareeren door aan een Amerikaansch journalist zijn meening te kennen te geven, volgens welke de Vereenigde Staten goed zouden doen Engeland, Frankrijk en Nederland tot een conferentie uit te noodigen om hun Oostersche moeilijkheden onderling te bespreken en op te lossen. India, Indo-China en Indonesië zouden van de partij moeten zijn. Ik laat de waarde van het denkbeeld in het midden, maar indien het bericht juist is, zou onze Regeering door Van Mook regelrecht gehoond zijn en haar positie zeer moeilijk worden, daar in de laatste dagen naast de sleepende Linggadjati-kwestie de aanhouding
van de ‘Martin Behrman’ en het uitvoerverbod uit Indië - gegeven de goederenhonger - de factoren voor een anti-Nederlandsche stemming in Engeland en Amerika geschapen hebben. Daartegenover moeten onze belangen door fatsoenlijke maar onbeteekenende mannen als Jonkman en Boetzelaer verdedigd worden. Intusschen boezemt de stand van onze deviezen in Indië en hier mij de grootste ongerustheid in: wij zijn er over een maand of 6 doorheen en kunnen dan ons leger niet meer betalen, dat tot nu toe door Engeland gefinancierd wordt. Dit zou beteekenen dat wij met pak en zak uit Indië zouden trekken, het land geheel aan de Indonesiërs overlatende, terwijl de terugkomende soldaten, die voor niets naar Indië gezonden en grootendeels zonder betrekking zullen zijn, hier licht het oproerige element zullen versterken. Bekijken we de positie in de long run, dan is Nederland zonder Indië niet bestaanbaar.


* Herinneringen en dagboek
* Ernst Heldring (1871-1954)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen