woensdag 14 augustus 2024

Adrian Mole • 15 augustus 198x

• Het fictieve The Secret Diary of Adrian Mole, Aged 13 and 3/4 van Sue Townsend verscheen in 1982. Het boek was een enorm succes. Vertaling Huberte Vriesendorp. 

zaterdag 15 augustus
VOLLE MAAN 

Mijn vader, de wandelende tak en Maxwell House hebben mij naar de trein gebracht. Mijn vader vond het helemaal niet erg dat ik liever naar Schotland ging dan naar Skegness. In feite keek hij reusachtig opgewekt. De treinreis was vreselijk. Ik moest de hele rit naar Sheffield staan. Ik heb gepraat met een vrouw in een rolstoel in de bagagewagen. Ze was heel aardig. Ze zei dat het enige voordeel van gehandicapt zijn is dat je altijd een zitplaats hebt in de trein. Ook al was het maar in de bagagewagen. Mijn moeder en die engerd van een Lucas kwamen me in Sheffield afhalen. Mijn moeder zag er broodmager uit en droeg kleren die veel te jong voor haar waren. Lucas-griezel droeg een spijkerbroek! Zijn pens hing over zijn riem. Ik deed net of ik sliep tot we in Schotland waren. Lucas kon zelfs onder het autorijden zijn handen niet thuishouden. We zijn in een plaats die Loch Lubnaig heet. Ik lig in bed in een blokhut. Mijn moeder en Lucas zijn naar het dorp om te proberen sigaretten te kopen. Dat beweerden ze tenminste.

dinsdag 13 augustus 2024

Marie Bashkirtseff • 14 augustus 1876

Marie Bashkirtseff (1858-1884) was een Oekraïense schilderes, die na haar dood — ze overleed aan tbc — vooral bekend is geworden door haar dagboek, dat als Waarom zou ik liegen in het Nederlands vertaald is (door Marianne Kaas).

Maandag 14 augustus 1876 
Gedistingeerde heren maken Amalia het hof alsof ze een dame was. Chocolat verbaast me door zijn geëmancipeerde geest en door zijn kattennatuur, een ondankbare, geslepen kat. Op het station Grousskoë worden we opgewacht door twee rijtuigen, zes knechten-boeren en die verdraaide broer van me. Groot van gestalte en omvang, maar mooi als een Romeins beeld, met in verhouding kleine voeten. Een rit van anderhalf uur naar Chpatowka, waarin ik meen een hoop rivaliteiten en speldenprikken op te merken tussen mijn vader ende familie Babanine. Maar ik laat me niet van de wijs brengen en drijf mijn broer in het nauw, die trouwens dolblij is me te zien. Ik wil geen partij kiezen. Ik heb mijn vader nodig. [...] Marie, mijn tante, ontvangt ons op het bordes. Ik neem een bad en we dineren. Verscheidene schermutselingen met Paul. Hij probeert me te kwetsen, zonder het te willen misschien, alleen maar doordat zijn vader hem daartoe aanzet. Ik zet hem schitterend op zijn nummer, en hij is degene die vernederd is terwijl hij mij wilde vernederen. Ik kijk dwars door hem heen. Ongeloof waar het mijn successen aangaat, steken onder water betreffende onze positie in de hogere kringen. Iedereen hier noemt me ‘koningin’. Mijn vader wil me onttronen, ik zal hem op de knieën krijgen. Ik ken hem, want in veel dingen is hij sprekend mij. 

• De in de Oekraïne geboren Marie Bashkirtseff (1858-1884) was rijk, getalenteerd en ambitieus. In haar dagboek beschrijft ze haar leven en hoe ze zich tot haar vroegtijdige dood – ze overleed aan tbc – op de schilderkunst werpt.

maandag 12 augustus 2024

Maarten 't Hart • 13 augustus 1999

Maarten 't Hart (1944) is een Nederlandse schrijver. In de Privé Domein-reeks publiceerde hij Een deerne in lokkend postuur. Persoonlijke kroniek 1999.

13 augustus. Vermageren – In de krant lees ik zowat iedere dag weer dat we te dik worden. Voortdurend klinken waarschuwingen op over overgewicht. En dat terwijl ik nu al een paar maanden lang steeds maar afval. In maart woog ik nog tachtig kilo. Vanmorgen bleef de weegschaal op 74 kilo steken. Het gaat met onzen tegelijk. Telkens is er weer een klein beetje weg. Ik kan nu al mijn ribben voelen. En mijn heupen liggen zowat bloot. Het is net alsof ik langzaam maar zeker van deze wereld verdwijn. Als het in dit tempo doorgaat – zes kilo in zes maanden – ben ik over ruim zes jaar helemaal verdwenen. Akkoord, ik eet niet geweldig veel, vier boterhammen ’s morgens, twee boterhammen plus wat yoghurt tussen de middag, en wat aardappelen of rijst en flink veel groente ’s avonds, maar zo at ik vroeger ook. Toch bleef ik toen steeds redelijk op gewicht. Wat kan er aan de hand zijn? Heb ik aids? Maar dan zou ik mij toch ziek moeten voelen? Dan zouden er toch ook andere symptomen moeten zijn? Heb ik kanker? Maar dan geldt toch ook dat ik mij ziek zou moeten voelen? Ik voel me juist heel energiek, ik kan bergen werk verzetten, onvervaard ga ik dagelijks de groene overmacht te lijf. Bovendien werkt mijn darmstelsel uitstekend. Eerder racekak dan constipatie. Mijn moeder zei altijd dat zowat het eerste symptoom van kanker is ‘dat je niet meer naar de wc kunt’. Nu, daar is geen sprake van. Of komt het door al die q10- en magnesiumpillen? Maar die magnesiumpillen bestrijden stress en onrust. Je zou er juist van moeten aankomen. Misschien is q10 de boosdoener. Een enzym dat de stofwisseling opjaagt. Misschien moet ik dat maar eens een poosje niet slikken.

zondag 11 augustus 2024

Benedictus Van Doninck • 12 augustus 1914

Benedictus van Doninck (1858-1940) was een Belgische priester en abt. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield hij een dagboek bij.

Dinsdag 11 Augustus 1914
In de voormiddag enige waardepapieren gebracht naar den Dilft.
’s Middags komt een soldaat vertellen dat de kommandant van ’t fort zich heeft gezelfmoord met op een ladder staande zich de kogel door de hersens te jagen. Hij sterft na gebiecht te hebben. Commentaar : hij voelde zich niet voor de taak opgewassen, het onafgewerkt fort te verdedigen – alius : conjux infidelis.
Mis gelezen in het gasthuis.
Dr. Lanssens heeft er enkele conferenties gegeven over ziekenverpleging aan juffrouwen, dames en zusters, ook van ’t Pensionaat, die voor het Rood Kruis zich beschikbaar stellen.
Om 2 ½ na de middag is er groot alarm onder de paters. Prelaat, doodsbleek, heeft een telegram gelezen, uit Holland gezonden aan meneer Van Baren, door diens oom Ghijs tot spoedige vlucht aandringend.
Na de vespers en meditatie om 4 uur riep de Prior het convent samen in de sacristie en zegde dat de Hollandse confraters zich moesten gereedmaken om ’s anderendaags naar Gastel te vertrekken, want het gerucht ’s morgens reeds verspreid, werd bevestigd dat Engeland de oorlog verklaard had aan Holland.

Woensdag 12 Augustus 1914
N. Amedeus vertrok deze morgen met de eersten trein naar Hontenisse. Niemand anders volgde omdat de gazet van gisterenavond het nieuws logenstrafte van de oorlog tussen Engeland en Holland. De Hollandse troepen trokken eerder naar de Duitse grens. Meneer Van Baren vertrok met zijn kinderen naar Holland om 8 ½ .
Verleden nacht, 11-12, eerste geweerschoten gehoord. Pang-pang. Men komt vertellen dat de wachtpost in Doregem op soldaten geschoten heeft die niet in regel waren. Een is aan de voet gekwetst.
Er is deze morgen ook een jongen van Bornem (Jules Vleminckx, zoon van …….) aangehouden en naar de wachtpost aan den doel gebracht. Te Temse uitbetaling voor de opgeëiste paarden. Voor het onze zijn inderdaad 1.200 frank betaald geworden. Gevecht bij Haelen bij Diest. Duitsland vraagt België opnieuw om ongehinderde doortocht.

Doeschka Meijsing • 11 augustus 1995

Doeschka Meijsing (1947-2012) was een Nederlandse schrijfster. Dagboekfragmenten augustus 1995.

11 augustus 1995 Inleiding
Wat is spel? Wat is werkelijkheid? Het onderscheid tussen die twee is voor mij sinds een paar jaar zo onbelangrijk geworden dat zelfs de vraag er niet meer toe doet. Toch blijft zij kwellen, de kop opsteken. Dat wil zeggen dat de vraag op een antwoord wacht, gedurende alle achter mij liggende jaren. Speelt de kwestie omdat men - ook ik - steeds meer belangstelling heeft voor het autobiografische element in fictie? Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Shakespeares tijd? Maar nee, ook Constantijn Huygens schreef autobiografisch over zijn Sterre. En daarom heb ik die grote zeventiende-eeuwer altijd bijzonderder gevonden dan Vondel of Hooft. Was Fellini autobiografisch? Ongetwijfeld in zijn film Amarcord. Maar in 8½ of La Strada? Of Satyricon? Allemaal verbeelding, alles spel, verkleedpartijen, droom.
Zijn er twee soorten schrijvers, filmers, acteurs? Zij die uitdrukking willen geven aan hun allereigenste emoties en ervaringen en zij die juist een situatie en een personage willen creëren waarin en waarmee een ander gestalte krijgt, een andere wereld die wellicht enige helderheid biedt in het raadsel dat ze voor zichzelf zijn?

Je moet wel een evenwichtkunstenaar zijn om op de eerste vraag van vandaag het antwoord te kunnen doorstaan. Ik ben daar slecht in: val dan weer aan de ene kant van het touw, dan weer aan de andere kant eraf. Maar ik blijf altijd met één voet aan de draad haken en klauter weer naar boven.
Hoeveel oprechtheid over zichzelf kan iemand aan? Veel, denk ik - niet tot eigen genoegen overigens.
De enige vraag waar ik echt een antwoord op weet is: waarom schrijf ik sinds jaar en dag een dagboek, vol onbenulligheden, weersbeschrijvingen, voorvallen die er eigenlijk niet toe doen, grote en kleine emoties, gigantische en minuscule ruzies? Vroeger dacht ik dat het was om in het bejaardenhuis, oud en versleten, mijn leven te kunnen overzien. Nu weet ik dat dat niet zo is, want als ik sporadisch iets nalees, om de datum van de eerste landing op de maan na te zoeken bijvoorbeeld, of het plotseling opduiken van een stier genaamd Herman, interesseert het geschrevene me op geen enkele manier. Het antwoord op de vraag luidt: om elke ochtend de hand te oefenen, opdat het blanco papier niet tot obsessie wordt. Omdat ik verliefd ben op een hand met een vulpen erin die letters en woorden tovert.

donderdag 8 augustus 2024

François HaverSchmidt • 10 augustus 1881

François HaverSchmidt (1835-1894, beter bekend als Piet Paaltjens) was een Nederlandse schrijver en dominee. Uit: Door Zwitserland tot Interlaken (1881). Bijlage 2 bevat de dagelijkse aantekeningen die HaverSchmidt tijdens de reis door Zwitserland maakte in het door hem in Keulen gekochte ‘Meyers Reisebuch-Schweiz’ (uitg. 1881).

9 Augustus.
Half zes op. 7 uur op weg met alpenstok naar Fuchseck (sterk stijgende afsnijdingen en mooie bloempjes). Zum Tiefen- gletscher te 9 uur. Glas wijn. Bergkristallen gevonden. 11 uur over de Furkapas. Furkahaus gedineerd. 1½ gewandeld naar Rhône- gletscher. Kudde koeien-geit-suiker-prachtige gletschergrot-blauw. Zachte regen. 3¾ in het hôtel du Glacier, koffie enz. Bourgogne du Valais. Half vijf op weg langs den steilen Maienwand. Alpenrozen uitgebloeid. Over den Grimsel. (Todtensee-vreeselijke eenzaamheid) even te voren een punt waar Kiep en de Führer mij met hun stok hielpen. Overigens heerlijke tocht en goddelijk koel weer. Bij de Todtensee sneeuw geraapt. Op den Grimsel kudde koeien en de herder biedt ons melk aan, warm uit de koe. Lekker. Witte bloemen geplukt. 7 uur in het Grimselhospiz, fijn gesoupeerd. Wandeling in 't volle maanlicht. Prachtige verlichting der sneeuwbergen. (Watten in de ooren).

10 Augustus.
8 uur van huis. Woeste Oberhaslithal. Gezang met fluit. Watervalletje met regenboog. 10 uur Handeckfall. Wirtshaus -wijn. Van 2 kanten den val bezien. Ontzaglijk. 1 uur te Guttannen. Zum Bären. Gids jodelt. Gedineerd. Van Guttannen naar Imhof. Kinderen met water. In Hôtel Hof koffie gedronken. De Wirthin boos omdat we niet blijven willen. Naar Meiringen. 's Av. 8 uur aan Hôtel zur Krone (Sauvage) Gesoupeerd. Besloten hier een dag rust te houden ook voor de wasch. Illuminatie van de Reichenbachsfalle.

L.P.J. Braat • 9 augustus 1946

L.P.J. Braat (1908-1982) was beeldhouwer en schrijver. Uit: Ziekenlogboek.

9 Augustus
Ik betrap mij erop dat ik, wanneer ik in de krant lees dat de Indonesiërs zoveel Nederlandse vliegtuigen hebben neergeschoten of een ander succes melden, ik spontaan denk: goed zo! Ik ben wel voor 100% collaborateur geworden... Maar hoe klein vind ik Holland, klein in alles waarin een klein land maar klein kan zijn. Ik haat dit land vaak, net als voor 1940. En toch leven hier enkele honderdduizenden die in de goede zin van het woord redelijk en intelligent zijn, maar langs de lamlendige wegen van de democratie [hoezeer die ook met goede voornemens zijn geplaveid] komen wij er nooit. Het zal hard tegen hard moeten gaan, en de redelijken zullen zo redelijk moeten zijn, dat zij de hardsten, de onverbiddelijksten, de sterksten zullen blijken te zijn...