• Sonja Paardekooper (1930-2009) hield als jong meisje een dagboek bij van haar tijd in het interneringskamp Ambarawa. Dat dagboek is gepubliceerd als Achter het gedek (Het gedek was de bamboe schutting rond het kamp, waar je dingen kon ruilen met de buitenwereld.)
29 April
't Is vandaag de verjaardag van zijne keizerlijke hoogheid "Tenno Heiko". Erg scheutig is hij niet voor zijn geïnterneerde gasten. voor ons 1300 (?) heeft hij een halve koe gestuurd en zelfs de pakketten zijn nog niet uitgedeeld. Wel heeft hij meedegedeeld, dat we van "hotel" moeten verhuizen. Als een bom kwam het bericht gisteren in ons midden; wel liepen er allang zulke geruchten, maar daar hechtten we geen waarde aan. Nu zie je dat er geen koe (zo) bont is, of er is een vlekje aan. Juffrouw Ongerboer zei ons, dat de Nip wel elk ogenblik andere orders gaf, maar dat we waarschijnlijk tussen de 4e en de 8e gaan, dat we verdeeld worden over kamp 6 hier in Ambarawa en kamp 10 en 11 in Banjoebiro wat hier vlakbij is. Als reden wordt de slechte watersituatie opgegeven, maar dat zal wel een smoesje zijn, want daar heeft de Nip zich nog nooit iets van aangetrokken, waarom nu opeens wel? We hebben al overal nummers opgenaaid en mammie heeft mijn koffer al overgepakt 't Erge is, dat de djagoeng en de kedele op is en dat die vent voor die paar dagen wel geen nieuwe voorraad zal sturen. Dus hongeren, terwijl het nu juist weer zoo goed ging met een beetje boter en twee eieren. Ik vind het erg naar, dat we weg moeten. Als we nu (eens) naar huis mochten! Maar wie weet, gaat het wel niet door. Nippon's wegen zijn wonderbaar.
1 Mei
De vierde gaan de Bandoengers naar een kamp in Banjoebiro, de vroegere gevangenis. Wij gaan naar kamp 11, maar wanneer is nog niet bekend. Onze pakketten zullen meegestuurd worden, die zien we dus niet. Nu, we zijn al bijna gepakt. Het spijt me alleen van mijn werk in de keuken en waarscijnlijk komen we daar in gedekloodsen. Dit moet ik [tekening hieronder] verbeelden, als ik naar stookdienst ga. Alleen is 't niet zo goed gelukt. Een klein shortje, dat een onbestemde kleur heeft gekregen waaronder een paar lange blote spillebenen uitsteken. Daarboven een blouse met honderd en een stopjes en lappen, voor het werk norg blauw en later zwart. Op mijn hoofd een gele doek, die vroeger een padvindersdas geweest is en die mijn haar tegen het al te vuil worden moet beveiligen. Als mijn tegles niet kapot zijn, loop ik daarop en anders op blote voeten.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)



Geen opmerkingen:
Een reactie posten