Er heerst een zwoele stilte in de twee kampen en ik verneem allerlei ongunstige plannen. Raadpleegde daarom de oude pangaran, de afgetreden Regent, of het raadzaam is de volksfeesten te laten doorgaan, die op til zijn vanwege de a.s. geboorte van een Oranjetelg. De oude heer ziet er geen gevaar in. Ga accoord.
Verbood het lopen met stokken en paraplu's aan de Arabieren, zoals hun gewoonte is, om niet te spreken van wapenen. Twee heren uit de handel zijn driemaal bij me geweest om de preventief zittende Arabieren voorlopig los te laten. Ze beweren, dat de opgeslotene Salman, de zoon van de oud-Luitenant der Arabieren, hoewel ook een vechtersbaas, ditmaal onmogelijk kan hebben medegedaan, daar hij tijdens de raid nog bij hen is geweest. Ik weifel. De oud-Luitenant verscheen zelf bij mij. Hij is nog een statige verschijning, ofschoon reeds 92 jaar oud, maar zich uitgevend voor 65.
Ontving eergisteren een telegram, antwoord betaald, van de redactie van het Chinees-Maleise blad Warna Warta, uit Semarang: „Opstootje, 14 Chinezen vermoord, velen gewond, verzoeke beleefd inlichting". Nogal een vrijmoedig verzoek, dat mijn kantoor maar moet beantwoorden. Het is de tweede keer, dat het blad zich bemoeit met onze zaken. De eerste keer — was toen toevallig ook waarnemend Ass-. Resident — gold het een aanklacht tegen onze civiele geneesheer.
Chinese gemeente liet mij polsen of Regering niet permanent hier militairen zou willen plaatsen. Ze willen daarvoor een request indienen. Ze voelen zich blijkbaar niet op hun gemak. Ook te Cheribon en Soerabaia zijn onlangs gevechten tussen Arabieren en Chinezen voorgekomen. Er zijn hier onder de Arabieren nog vers aangekomenen uit Hadramaut, mensen met woestijninstincten, die nog niet thuis behoren in een Westers geordende maatschappij.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten