zondag 28 december 2014

Rudi van Dantzig -- 28 december 1981

Rudi van Dantzig (1933–2012) was een Nederlandse choreograaf, balletdanser en schrijver. Eind 1981 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Maandag
In de krant lees ik over een ander dan het Poolse generaalsregime, ditmaal geprezen door Reagan: '52 doodstraffen in Turks proces.' Ook de Kerstrede van de paus, over Polen. O.K., maar had hij zich ook maar zo duidelijk uitgesproken over Zuid-Amerika destijds, na dat bezoek. Moeilijk Gods plaatsvervanger op aarde te zijn. Het lijkt van benedenaf nauwelijks nog te overzien.
Vanavond premières van Hans en Toer, een drukke dag voor de boeg, dus vroeg weg. In de rotonde van de schouwburg worden videofilms over de geschiedenis van Het Nationale Ballet gedraaid, 's Ochtends anderhalf uur Sonia Gaskell, mijn vroegere directrice en leermeesteres. Schuif halverwege de film even het zaaltje binnen, hoor haar stem, zie haar gezicht en daarna zoveel schimmen uit het verleden: Marianne Hilarides en Jaap Flier dansend, Andrea, Olga, Joop Schultink. Zo velen die er al niet meer zijn.
Alle worstelingen, hoop, teleurstellingen, alle bezetenheid en onbuigzaamheid ook, veel fanatiek en hard geloof, dat alles samengeperst in zo korte filmtijd, het is bijna niet te verwerken als je er zo dicht op hebt geleefd. Zeer aangeslagen ga ik weer naar boven: op het toneel wordt druk gerepeteerd, ons leven van alledag, hier heeft het toch allemaal toe geleid.
Koop voor Hans en Toer elk een boek van Käthe Kollwitz, en zie, terug op kantoor, dat Hans zijn nieuwe ballet aan Anton Gerritsen en mij heeft opgedragen en Toer het zijne aan Monique Sand, die een auto-ongeluk heeft gehad. En het fijne is dat het een echte saamhorigheid is, onder onze mensen. Een groep om heel veel van te houden.
s Middags zie ik een stuk van de tweede video-ronde, over Hans en mij waar ik de makers en vooral Wilbert Bank, erg dankbaar voor ben. Hoe hij onze twee portretten, levenswijzen, opvattingen en geloofsbelijdenissen heeft verweven, dat Hans en ik op die manier verbonden zijn en blijven, dat is als een bezegeling van een voor ons uiterst belangrijk stuk bestaan.
De première-avond, vier Nederlandse choreografieën, twee gloednieuw, twee iets ouder. Toer, Hans en ik zitten gezamenlijk op ons lievelingsplekje van de schouwburg, het trappetje achter in de zaal, een plekje dat de jongste, Jan Linkens, nog moet ontdekken. We zitten daar met ons drieën en genieten van onze groep, ons twintigjarig kind. Hans heeft twee geweldige rollen gemaakt voor Rachel en Clint en in Toers ballet is het fantastisch om Alexandra Radius met evenveel zeggingskracht een absurd, gekweld schepsel te zien vertolken als een stralende, zuivere Beauty.
's Avonds lopen Toer en ik, weer door het Vondelpark, naar een feestje bij Hans thuis. We zijn geluksvogels, denk ik, dat we zo samen leven en denken. Toer logeert bij me. Zijn kachel is stuk en bovendien is hij doodmoe.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen