maandag 22 april 2013

Arnoldus Buchelius -- 23 april 1620

Wauther Matheo, majeur van Pleimuth in de saecken van de Compaignie aldaer gebruickt, versoeckende beneffens sijne verschoten penningen eenige recompense van sijne moyten, ofte een sommeken te mogen in de Compaignie herideren, is toegeleyt 50 lb. Vlaems, mits dat de rekenmeesters sullen opsoecken wat hem hiervoor betaelt is.
Goetgevonden, dat die tevooren met de bancque hebben gecontracteert, alsnoch met hun sullen handelen aengaende de interesse der penningen, onlancx uuyt de bancke bij de Compaignie genoten.
Toegeleyt voor de groote schepen, die nu uuyt sullen gaen, tot dagelicx gelt 100 realen van achten, ende de cleyne 50 realen. De matten worden in bancko gewisselt tot 49½. Op het jacht den Heylboth een ondercommys aengenomen voor hooft, tot 30 gld. ter maent. Ende een sieckentrooster, Paul Snoeck van Eyndhoven, dien geboden 34 gld. ter maent, ende daerop gegeven sijn beraet tot tsanderen daechs, gelijck oeck Elias Gerritsz, die men op den Eenhoren soude mogen stellen.
N. Paets tot sergeant aengenomen, door recommandatie van een borgemeester van Leyden (puto ex arminianis), door schepen Poppen. Alsoo men verstont, dat hij niet alleen totten dronc geneycht, dolhoofdich ende sonder beleyt was, maer oock voor ses jaeren uuyt Leyden gebannen, dat hij de leus tegens de discipline miletaire vercocht, ende onder de waertgelders sijnde, veele insolentie gepleecht hadde, is gedeporteert bij het collegie. Ick meene dat hij soon is van den drucker Paets.
(23 aprilis. Oudt Delft ende den Oraingiënboom uuytgelopen)


Arnoldus Buchelius (1565-1641) was een Nederlandse oudheidkundige. Het bovenstaande is afkomstig uit VOC-dagboek 1619-1639. Aantekeningen van Arnoldus Buchelius over zijn bewindhebberschap van de kamer Amsterdam van de VOC (1619-1621) en over de WIC.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen