zondag 20 mei 2012

Theodor Herzl -- 21 mei 1901

21 mei
We hebben net de Bosporus verlaten, die met zijn schoonheid onze middag verkortte, en daarmee is het eerste deel van mijn onderneming, die ik voor niet ongevaarlijk hield, gelukkig afgesloten.
Ik ben in dit dagboek vaak gedwongen de indrukken die ik opdoe te vervormen, omdat ze door spionage of een boosaardig toeval belastend materiaal kunnen opleveren. Maar nu, op dit Roemeense schip op de Zwarte Zee, voel ik me volkomen vrij en veilig. Daarom heeft het positieve oordeel over sultan Abdul Hamid dat ik hier voor het nageslacht uitspreek, het volle gewicht van de waarheid. De sultan maakte op mij de indruk van een zwak, laf, maar door en door goed mens. Hij lijkt mij wreed noch doortrapt, doch een allerongelukkigste gevangene, in wiens naam een schandelijke, haveloze camarilla (hofkliek, red.) de ergste wandaden begaat. Als de zionistische beweging me niet opeiste, zou ik nu een artikel schrijven om de arme gevangene zijn vrijheid terug te bezorgen. Abdul Hamid Khan II is de verzamelnaam voor de schofterigste roverskliek die ooit een land in het ongeluk heeft gestort. Het schaamteloze vragen om fooien, dat bij de paleispoort begint en pas eindigt voor de troon, is nog het minste. Alles gaat om geld, iedere beambte en functionaris is een ladelichter.
Ik kan het alleen met een kluwen giftige slangen vergelijken. De zwakste, ziekste en ongevaarlijkste slang heeft een kroontje op. Maar de kluwen zit zo in elkaar, dat het lijkt alsof de gekroonde kop alles bijt en vergiftigt.
Ik zie hem nog voor me, de sultan van dit op het einde afstevenende boevenimperium. Klein, sjofel, met een slecht geverfde baard. De haakneus van Jan Klaassen, lange gele tanden met een gat rechts bovenin. De fez diep over het kale voorhoofd getrokken, de flaporen die fungeren als 'broekbeschermer' (zo noemde ik die vroeger: opdat de fez niet op de broek tuimelt). Krachteloze handen in te grote witte handschoenen, waaronder slecht passende, bonte manchetten. De mekkerende stem, de beperktheid van elk woord, de vrees in elke blik. En dat regeert dan!


Theodor Herzl (1860-1904) was journalist en grondlegger van de zionistische beweging, die ijverde voor een eigen joodse staat in toenmalig Palestina. Van 1895-1904 hield hij een dagboek bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen