• Frederik van Eeden (1860-1932) was schrijver en psychiater. Hij hield een groot deel van zijn leven een dagboek bij.
vrijdag 28 december
Storm en sneeuw. ▫ Van morgen met mijn lieve vrouw om 8 uur naar de kerk. Daar kreeg ze een flauwte, na de communie te hebben gekreegen. De lange tocht door de dikke sneeuw had haar uitgeput. Ik bracht haar naar buiten en bij de familie Schippereyn kwam ze weer tot zichzelf. ▫ Ik was zeer bedroefd, omdat zij het zoo naar moest vinden. En ik weet niet hoe ik haar digter bij de kerk kan laten woonen. ▫ Het lijkt me nog het beste Lize, onze duitsche meid te houden als huishoudster, en de juffrouw door een jonge kracht te vervangen. Die Uwe maakt toch ieder tot vijand. Een kleine ziel. Maar ze diende ons toch trouw.
zaterdag 29 december
Het gaat mij nog altijd eeven slecht. Ik kan niet bidden dat is 't ergste.
Gister het bericht in het Berl. Tageblatt van mijn reis naar Engeland in 1917. Ik had er nog al plezier in, totdat mijn vrouw opmerkte dat Lloyd George wel ‘woest’ zou zijn, omdat ik mij had voorgedaan als pro-entente en heimelijk toch pro-duitsch was. Toen begreep ik er toch te zijn ingeloopen. Weer een truc door den booze gespeeld. Ik had welligt beeter gedaan te zwijgen. Het motief was toch weer een zeekere ijdelheid. Mijn vijanden zien weer zelfverheffing in die ‘moeyelijke en gevaarlijke reis’. ▫ Nu sloeg mij dit weer geheel ter neer. Het is mooi winterweer. Maar ik zie geen licht.
Van morgen weer een aanvraag op 1 Jan. in Diligentia te spreeken. Ik wees het dadelijk af.
zondag 30 december
Vrij goed weer omstreeks vriespunt. ▫ Ik stond op in tranen, en na het koffiemaal moest ik de kamer uit, en schreide radeloos. Ik had Hugo een klap gegeeven, en ik was lang in bitter zelfverwijt. God zij mij arme zondaar genadig!!
Uit mijn ellende rees zooeeven het beeld van Sirius, die uit zijn hoogste glorie neertuimelt in de diepste diepte, om te leeren Gods majesteit te erkennen. Hij eindigt als melaatsche, broeder Humilitas.
maandag 31 december
Zeer koud, 7o Fahrenheit. ▫ Mijn onrust wat verminderd. Het is nu vechten teegen de kou. Het verslindt schatten aan brandstof.
Ik las het roerende stukje van Steffens: Honger. Ik barstte in tranen uit, ten laatste.
Europe is een goed tijdschrift.
maandag 31 december 2018
zondag 30 december 2018
Paul Léautaud -- 29 december 1933
• Schrijver en kattenliefhebber Paul Léautaud (1872-1956) hield twéé dagboeken bij: het literaire dagboek voor het leven van alledag, en het particuliere dagboek voor zijn seksleven en zijn verhoudingen met vrouwen.
Uit: Particulier dagboek 1933 (vertaald door Ed Jongma).
Zaterdag 29 december 1933.
Maaltijd bij M.D. Een brave avond, omdat een bepaalde toestand op komst is, die haar minder ontvankelijk maakt. Ik heb haar op de hoogte gebracht van de opmerkingen van de 'Gesel' [bijnaam voor een andere minnares]. Het was een schok voor haar. Een lichte verkoeling. Tegen het einde van de avond, volgens haar eigen zeggen verdwenen. Heb ik er goed aan gedaan? Heb ik er verkeerd aan gedaan? Zij verzekert mij dat ik er goed aan heb gedaan. Dat het beter is dat zij het weet. Heeft zich erover verbaasd dat opnieuw een situatie ontstaat die zij kent van al haar verhoudingen. Heeft mij verzekerd dat er ten opzichte van mij niets in haar is veranderd. Gebruikte zelfs het woord tederheid. Betreurt enkel het verdwijnen van: oprechtheid.
Bekende vanavond dat zij de minnares is geweest van haar oude vriend M... zonder dat hij haar ooit in de ware zin des woords heeft bezeten. Hij voerde bepaalde liefkozingen bij haar uit... Ik vroeg haar: 'En jij dan? Jij zoog hem zeker af.' Antwoord, heel rustig: 'Ja.' Zij was negentien. Het is belachelijk – en dat heb ik haar gezegd, zulke dingen zijn, zelfs na zo lange tijd, nooit prettig om te horen, wat niet alleen belachelijk is, maar ook idioot, omdat het nogal duidelijk is dat een vrouw van 46 vóór jou andere minnaars heeft gehad, net zoals jij andere minnaressen. Nog een gevolg: opwinding. Maar ik (denk?) dat ze niet tevreden was, zij weigerde alles.
Zaterdag 29 december 1933.
Maaltijd bij M.D. Een brave avond, omdat een bepaalde toestand op komst is, die haar minder ontvankelijk maakt. Ik heb haar op de hoogte gebracht van de opmerkingen van de 'Gesel' [bijnaam voor een andere minnares]. Het was een schok voor haar. Een lichte verkoeling. Tegen het einde van de avond, volgens haar eigen zeggen verdwenen. Heb ik er goed aan gedaan? Heb ik er verkeerd aan gedaan? Zij verzekert mij dat ik er goed aan heb gedaan. Dat het beter is dat zij het weet. Heeft zich erover verbaasd dat opnieuw een situatie ontstaat die zij kent van al haar verhoudingen. Heeft mij verzekerd dat er ten opzichte van mij niets in haar is veranderd. Gebruikte zelfs het woord tederheid. Betreurt enkel het verdwijnen van: oprechtheid.
Bekende vanavond dat zij de minnares is geweest van haar oude vriend M... zonder dat hij haar ooit in de ware zin des woords heeft bezeten. Hij voerde bepaalde liefkozingen bij haar uit... Ik vroeg haar: 'En jij dan? Jij zoog hem zeker af.' Antwoord, heel rustig: 'Ja.' Zij was negentien. Het is belachelijk – en dat heb ik haar gezegd, zulke dingen zijn, zelfs na zo lange tijd, nooit prettig om te horen, wat niet alleen belachelijk is, maar ook idioot, omdat het nogal duidelijk is dat een vrouw van 46 vóór jou andere minnaars heeft gehad, net zoals jij andere minnaressen. Nog een gevolg: opwinding. Maar ik (denk?) dat ze niet tevreden was, zij weigerde alles.
vrijdag 28 december 2018
Susan Sontag -- 28 december 1977
• As Consciousness is Harnessed to Flesh bevat (dagboek)notiti-es van schrijfster Susan Sontag (1933-2004) uit de periode 1964-1980-.
[december 1977]
Best films (not in order)
1. Bresson, Pickpocket
2. Kubrick, 2001
3. Vidor, The Big Parade
4. Visconti, Ossessione
5. Kurosawa, High and Low
6. [Hans-Jürgen] Syberberg, Hitler
7. Godard, 2 ou 3 Choses …
8. Rossellini, Louis XIV
9. Renoir, La Règle du Jeu
10. Ozu, Tokyo Story
11. Dreyer, Gertrud
12. Eisenstein, Potemkin
13. Von Sternberg, The Blue Angel
14. Lang, Dr. Mabuse
15. Antonioni, L’Eclisse
16. Bresson, Un Condamné à Mort …
17. Gance, Napoléon
18. Vertov, The Man with the [Movie] Camera
19. [Louis] Feuillade, Judex
20. Anger, Inauguration of the Pleasure Dome
21. Godard, Vivre Sa Vie
22. Bellocchio, Pugni in Tasca
23. [Marcel] Carné, Les Enfants du Paradis
24. Kurosawa, The Seven Samurai
25. [Jacques] Tati, Playtime
26. Truffaut, L’Enfant Sauvage
27. [Jacques] Rivette, L’Amour Fou
28. Eisenstein, Strike
29. Von Stroheim, Greed
30. Straub, …Anna Magdalena Bach
31. Taviani bro[ther]s, Padre Padrone
32. Resnais, Muriel
33. [Jacques] Becker, Le Trou
34. Cocteau, La Belle et la Bête
35. Bergman, Persona
36. [Rainer Werner] Fassbinder, … Petra von Kant
37. Griffith, Intolerance
38. Godard, Contempt
39. [Chris] Marker, La Jetée
40. Conner, Crossroads
41. Fassbinder, Chinese Roulette
42. Renoir, La Grande Illusion
43. [Max] Ophüls, The Earrings of Madame de …
44. [Iosif] Kheifits, The Lady with the Little Dog
45. Godard, Les Carabiniers
46. Bresson, Lancelot du Lac
47. Ford, The Searchers
48. Bertolucci, Prima della Rivoluzione
49. Pasolini, Teorema
50. [Leontine] Sagan, Mädchen in Uniform
[List continues up to number 228, where SS abandons it.]
[december 1977]
Best films (not in order)
1. Bresson, Pickpocket
2. Kubrick, 2001
3. Vidor, The Big Parade
4. Visconti, Ossessione
5. Kurosawa, High and Low
6. [Hans-Jürgen] Syberberg, Hitler
7. Godard, 2 ou 3 Choses …
8. Rossellini, Louis XIV
9. Renoir, La Règle du Jeu
10. Ozu, Tokyo Story
11. Dreyer, Gertrud
12. Eisenstein, Potemkin
13. Von Sternberg, The Blue Angel
14. Lang, Dr. Mabuse
15. Antonioni, L’Eclisse
16. Bresson, Un Condamné à Mort …
17. Gance, Napoléon
18. Vertov, The Man with the [Movie] Camera
19. [Louis] Feuillade, Judex
20. Anger, Inauguration of the Pleasure Dome
21. Godard, Vivre Sa Vie
22. Bellocchio, Pugni in Tasca
23. [Marcel] Carné, Les Enfants du Paradis
24. Kurosawa, The Seven Samurai
25. [Jacques] Tati, Playtime
26. Truffaut, L’Enfant Sauvage
27. [Jacques] Rivette, L’Amour Fou
28. Eisenstein, Strike
29. Von Stroheim, Greed
30. Straub, …Anna Magdalena Bach
31. Taviani bro[ther]s, Padre Padrone
32. Resnais, Muriel
33. [Jacques] Becker, Le Trou
34. Cocteau, La Belle et la Bête
35. Bergman, Persona
36. [Rainer Werner] Fassbinder, … Petra von Kant
37. Griffith, Intolerance
38. Godard, Contempt
39. [Chris] Marker, La Jetée
40. Conner, Crossroads
41. Fassbinder, Chinese Roulette
42. Renoir, La Grande Illusion
43. [Max] Ophüls, The Earrings of Madame de …
44. [Iosif] Kheifits, The Lady with the Little Dog
45. Godard, Les Carabiniers
46. Bresson, Lancelot du Lac
47. Ford, The Searchers
48. Bertolucci, Prima della Rivoluzione
49. Pasolini, Teorema
50. [Leontine] Sagan, Mädchen in Uniform
[List continues up to number 228, where SS abandons it.]
donderdag 27 december 2018
Willem Janszoon Verwer -- 27 december 1574
• Willem Janszoon Verwer (ca. 1533-ca. 1595) was advocaat en regent van het Weeshuis en van het Leprozenhuis te Haarlem. Van 1572-1581 hield hij een 'Memoriaelbouck' bij van gebeurtenissen te Haarlem, onder meer van het beleg van de stad door de Spanjaarden in 1572-1573.
[27 December 1574]
Den 27 op St. Jans Evangelisten dach na middach zijnder veel Duijtse knechten met parden ende waghen uut die Beverwijck ghecomen binnen der stadt, waerdoer die goede burghers zeer belast waren.
[28 December 1574]
Den 28 zijn die Duijtze met haer baghagij te schepe geghaen na Sparendam.
[29 December 1574]
Den 29 dachs na der Onnoselen kinderen hebben die Duijtze knechten binnen Haerlem een vergadering ghemackt op die Merckt ende zij wouden ghelt hebben van haer soudij ende dat van haer capiteijns ofte, zoe die sprack ghinck, op die burgers kosten of zij wouden haer cappiteijnen, vaendregers, hopluijden, etc. in die ijsers leggen. Diet rommoer duerde den heele dach doer tot den avont toe, sanderdaechs etc.
[27 December 1574]
Den 27 op St. Jans Evangelisten dach na middach zijnder veel Duijtse knechten met parden ende waghen uut die Beverwijck ghecomen binnen der stadt, waerdoer die goede burghers zeer belast waren.
[28 December 1574]
Den 28 zijn die Duijtze met haer baghagij te schepe geghaen na Sparendam.
[29 December 1574]
Den 29 dachs na der Onnoselen kinderen hebben die Duijtze knechten binnen Haerlem een vergadering ghemackt op die Merckt ende zij wouden ghelt hebben van haer soudij ende dat van haer capiteijns ofte, zoe die sprack ghinck, op die burgers kosten of zij wouden haer cappiteijnen, vaendregers, hopluijden, etc. in die ijsers leggen. Diet rommoer duerde den heele dach doer tot den avont toe, sanderdaechs etc.
Frits Bolkestein -- 26 december 2001
• Politicus Frits Bolkestein (1933) was eurocommissaris van 1999-2004, en hield in die periode een dagboek bij dat is gepubliceerd als Grensverkenningen.
Woensdag 26 december
De meid van Heijermans gezien in een piepklein theater aan de Nieuwezijds Voorburgwal: goed gespeeld door twee dames (o.a. Olga Zuiderhoek). Heb veel bewondering voor Heijermans. Als je zijn taal zou moderniseren, zou hij velen aanspreken.
Woensdag 26 december
De meid van Heijermans gezien in een piepklein theater aan de Nieuwezijds Voorburgwal: goed gespeeld door twee dames (o.a. Olga Zuiderhoek). Heb veel bewondering voor Heijermans. Als je zijn taal zou moderniseren, zou hij velen aanspreken.
dinsdag 25 december 2018
Pieter van der Meer de Walcheren -- 25 december 1907
• Pieter van der Meer de Walcheren (1880-1970) was een Nederlandse dichter-schrijver. Zijn veelgelezen dagboeken zijn in verschillende delen uitgegeven.
25 December
S. was bij ons. Wij fuifden lichtelijk. Wij hadden een voortreffelijken fazant ten geschenke gekregen en een plumpudding. Het leven leek draaglijk, was zelfs aannemelijk aldus. In opgewekte lustige stemming werden de gerechten verorberd, waarna wij, zoals meestal gebeurt, philosofisch werden, en het gesprek weldra ging over het bestaan der ziel. S. beweert dat de ziel een sproke is, een woord zonder eigenlijken inhoud; hij oppert de hypothesen van een kosmisch fluïde, van de electriciteit, van het resultaat van de harmonische samenvoeging der cellen waaruit het menselijk lichaam bestaat. Christine gelooft vast dat de ziel bestaat. - ‘Hoe bewijst ge onwederlegbaar haar bestaan?’ werpt S. tegen. - En ik, ik spreek den één zowel als den ander tegen, beaam even sterk het één als het ander. Mij lijkt haar niet-bestaan even verdedigbaar als haar bestaan! Welk onnozel nodeloos gezwets! - En met dat al zitten wij daar in een kamer, drie schamele mensen, ieder met een wereld van gedachten, van verlangens die nimmer weerklank vinden in het botte heelal van materie. De waan verblindt ons. Is dat gelukkig of ongelukkig?
25 December
S. was bij ons. Wij fuifden lichtelijk. Wij hadden een voortreffelijken fazant ten geschenke gekregen en een plumpudding. Het leven leek draaglijk, was zelfs aannemelijk aldus. In opgewekte lustige stemming werden de gerechten verorberd, waarna wij, zoals meestal gebeurt, philosofisch werden, en het gesprek weldra ging over het bestaan der ziel. S. beweert dat de ziel een sproke is, een woord zonder eigenlijken inhoud; hij oppert de hypothesen van een kosmisch fluïde, van de electriciteit, van het resultaat van de harmonische samenvoeging der cellen waaruit het menselijk lichaam bestaat. Christine gelooft vast dat de ziel bestaat. - ‘Hoe bewijst ge onwederlegbaar haar bestaan?’ werpt S. tegen. - En ik, ik spreek den één zowel als den ander tegen, beaam even sterk het één als het ander. Mij lijkt haar niet-bestaan even verdedigbaar als haar bestaan! Welk onnozel nodeloos gezwets! - En met dat al zitten wij daar in een kamer, drie schamele mensen, ieder met een wereld van gedachten, van verlangens die nimmer weerklank vinden in het botte heelal van materie. De waan verblindt ons. Is dat gelukkig of ongelukkig?
donderdag 20 december 2018
Jan Hanlo -- 21 december 1968
• Jan Hanlo (1912-1969) was een Nederlandse schrijver. Uit: Tirade.
21-12-68. Ik wil toch terug naar het katholieke geloof. Maar dan voortaan zonder kruipen en zonder gebedsmagie. De reden dat ik het Christelijk geloof toch het beste vind is dat uit Christus' leer in ieder geval blijkt dat Hij de verbetering van de mens van binnen uit wil. Dat is voor mij het meest typische van het Christendom en de Christelijke leer lijkt mij daardoor toch het echtste. Het Boeddisme zal die gedachte ook wel hebben, maar het Boeddisme is nóg meer dan het Christendom een absolute verachter van het tijdelijke leven (‘leven is lijden’, door verlangen; verlangen dus doden). Ja, het Christendom (Paulus) heeft dat zeer zeker ook wel. Ja. Maar om het zo deprimerend en ontmoedigend voor te stellen als Kierkegaard dat doet, lijkt mij ook niet nodig. Ik wil in ieder geval niet ‘kruipen’ (waar Kierkegaard geen bezwaar tegen heeft, tegen kruipen). Een tiran zal God toch wel niet zijn. Hij zal je een behoorlijk stuk verlichting geven en vrijheid laten, al lees je dat inderdaad niet uit de Bijbel. Maar de Bijbel aanvaard ik niet meer voetstoots. Ik blijf erbij dat God in de Bijbel gebrekkig wordt geschilderd: eigenlijk toch: de Boeman, de geborneerde oude man die ongeveer alle aardigheid zachtheid vriendelijkheid mist Als God niet vriendelijk en aardig voor mij wordt, zal ik Hem trouwens toch nooit kunnen beminnen; dan is de hemel toch niet voor mij. Ik moet maar eens proberen wat meer af te wachten wat God met mij doet (hoewel je de levenservaringen nooit met enige zekerheid zo kunt interpreteren). Ik heb als zijn schepsel recht op een behoorlijke behandeling, dat is een gedachte die er bij mij toch niet uit te krijgen is. Hij moet maar bereiken - als Hij dat zo graag wil - dat ik Hem bemin. Men moet beter maar afwachten. (Zoals Willem Wouters eens zei: ‘ik heb geen geloof maar wel vertrouwen, en jij hebt wel geloof maar geen vertrouwen’).
En om dat in de praktijk te brengen: dat afwachten, moet ik inderdaad - zoals zo vaak gezegd wordt - er minder over denken, gewoon er niet aan willen denken. Dus andere dingen doen. Denk maar: het is gelukkiger niet te kruipen en te tobben, en dan maar niet te krijgen wat je graag wil, dan door kruipen en te veel smeken een afgodsbeeld van een tiran (God) in je ziel te onderhouden.
Wacht eerst maar tot God je meer verlicht, bv. omtrent zonde en schuld.
Want dat voortdurend denken over God is, net als ‘kruipen’, ook een ziekelijke verslaving, gebondenheid. Een neurose. Begin eens om er niet meer aan toe te geven. Afwachten. Als God fatsoenlijk is (en anders is Hij geen God) zal Hij je wel helpen. Hij zal de initiatieven wel gaan nemen. Mijn gezoek (‘zoekt en ge zult vinden’ (!) - in de Bijbel staat heel wat van twee kanten, iets met z'n tegenspraak op een andere plaats) zit Hem misschien daarbij juist in de weg.
Gek, die crisis die gisteren het hoogst was, is vandaag plotseling geweken. Of dat blijvend zal zijn weet ik natuurlijk niet. 21-12-68.
21-12-68. Ik wil toch terug naar het katholieke geloof. Maar dan voortaan zonder kruipen en zonder gebedsmagie. De reden dat ik het Christelijk geloof toch het beste vind is dat uit Christus' leer in ieder geval blijkt dat Hij de verbetering van de mens van binnen uit wil. Dat is voor mij het meest typische van het Christendom en de Christelijke leer lijkt mij daardoor toch het echtste. Het Boeddisme zal die gedachte ook wel hebben, maar het Boeddisme is nóg meer dan het Christendom een absolute verachter van het tijdelijke leven (‘leven is lijden’, door verlangen; verlangen dus doden). Ja, het Christendom (Paulus) heeft dat zeer zeker ook wel. Ja. Maar om het zo deprimerend en ontmoedigend voor te stellen als Kierkegaard dat doet, lijkt mij ook niet nodig. Ik wil in ieder geval niet ‘kruipen’ (waar Kierkegaard geen bezwaar tegen heeft, tegen kruipen). Een tiran zal God toch wel niet zijn. Hij zal je een behoorlijk stuk verlichting geven en vrijheid laten, al lees je dat inderdaad niet uit de Bijbel. Maar de Bijbel aanvaard ik niet meer voetstoots. Ik blijf erbij dat God in de Bijbel gebrekkig wordt geschilderd: eigenlijk toch: de Boeman, de geborneerde oude man die ongeveer alle aardigheid zachtheid vriendelijkheid mist Als God niet vriendelijk en aardig voor mij wordt, zal ik Hem trouwens toch nooit kunnen beminnen; dan is de hemel toch niet voor mij. Ik moet maar eens proberen wat meer af te wachten wat God met mij doet (hoewel je de levenservaringen nooit met enige zekerheid zo kunt interpreteren). Ik heb als zijn schepsel recht op een behoorlijke behandeling, dat is een gedachte die er bij mij toch niet uit te krijgen is. Hij moet maar bereiken - als Hij dat zo graag wil - dat ik Hem bemin. Men moet beter maar afwachten. (Zoals Willem Wouters eens zei: ‘ik heb geen geloof maar wel vertrouwen, en jij hebt wel geloof maar geen vertrouwen’).
En om dat in de praktijk te brengen: dat afwachten, moet ik inderdaad - zoals zo vaak gezegd wordt - er minder over denken, gewoon er niet aan willen denken. Dus andere dingen doen. Denk maar: het is gelukkiger niet te kruipen en te tobben, en dan maar niet te krijgen wat je graag wil, dan door kruipen en te veel smeken een afgodsbeeld van een tiran (God) in je ziel te onderhouden.
Wacht eerst maar tot God je meer verlicht, bv. omtrent zonde en schuld.
Want dat voortdurend denken over God is, net als ‘kruipen’, ook een ziekelijke verslaving, gebondenheid. Een neurose. Begin eens om er niet meer aan toe te geven. Afwachten. Als God fatsoenlijk is (en anders is Hij geen God) zal Hij je wel helpen. Hij zal de initiatieven wel gaan nemen. Mijn gezoek (‘zoekt en ge zult vinden’ (!) - in de Bijbel staat heel wat van twee kanten, iets met z'n tegenspraak op een andere plaats) zit Hem misschien daarbij juist in de weg.
Gek, die crisis die gisteren het hoogst was, is vandaag plotseling geweken. Of dat blijvend zal zijn weet ik natuurlijk niet. 21-12-68.
Abonneren op:
Posts (Atom)







