donderdag 28 juni 2018

Benedictus van Doninck -- 29 juni 1918

Benedictus van Doninck (1858-1940) was een Belgische priester en abt. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield hij een dagboek bij.

Vrijdag 28 juni 1918 (dag 1419)
Meneer Prior zei deze morgen in het kapittel dat de kardinaal op last van zijne Heiligheid de Paus alle pastoors verplicht heeft morgen de H.Mis op te dragen "contra iniquitatem et pro paceé" en dat de andere priesters seculieren en regulieren daartoe ook werden verzocht. Men vertelt dat er opnieuw op het Vaticaan ook op diplomatieken weg een vredesmotie wordt ingeleid.
Deze middag aan tafel onze eerste en laatste portie kersen.
Om 4 ½ onweder met een malse bui regen.
Er was eerst uitgeplakt dat men nieuwe patatten mocht uitdoen op 25 juni. Die datum werd dan weder gesteld op 17 juli. Deze namiddag kwam een kleine jongen met een korf nieuwe patatten in de Kloosterstraat een geheime Duitse politieman tegen die de patatten afnam! Onze oude patatten zijn op, wij hebben reeds de nieuwe flink aangesproken, al zijn er deze week mannen van de Erwtenzentrale komen opnemen hoeveel wij er geplant hebben?

Zaterdag 29 juni 1918 (dag 1420)
Geen kanon hoorbaar.
Onder de grote mis door de Prior gezongen zonder assistentie bespeelde Theodoor de Maeyer het orgel.
Nivardus heeft geen mis gelezen maar de H.Communie in zijn kamer, doch morgen hoopt hij weer te kunnen celebreren. De doctoor echter die hem deze avond bezocht, verbood het hem absoluut. Hij is niet ziek genoeg om berecht te worden, toch moet men hem in ’t oog houden.
Broeder Alanus heeft vandaag helpen bakken. Jef Ei is ziek en Jef Hermans van Sint-Amands komt leren bakken.
De pastoor, die zeker gehoord heeft dat de paters in sommige huizen het H.Hart hebben geintroniseerd, heeft vandaag berouw gekregen over zijn onverschilligheid en zal ook beginnen.
Leonardus gaat om 7 uur naar Mariekerke op assistentie.

woensdag 27 juni 2018

Stefan Zweig -- 28 juni 1914

• De Oostenrijker Stefan Zweig (1861-1942) – bekend van zijn Schachnovelle – was in het interbellum een van de beroemdste schrijvers ter wereld. Uit: De wereld van gisteren. Herinneringen van een Europeaan (vertaald door Willem van Toorn).

28 juni 1914
Ik zat toen […] een boek te lezen […] en ik was er heel geconcentreerd in verdiept. Maar toch was ik mij tegelijkertijd bewust van de wind in de bomen, het getsjilp van de vogels en de uit het Kurpark aanzwevende muziek. […] Dus stopte ik onwillekeurig met lezen toen de muziek ineens midden in een maat ophield. […] Ook de menigte die als een enkele golvende massa tussen de bomen flaneerde, leek te veranderen; ook zij stond ineens stil in haar heen en weer golvende beweging. Er moest iets gebeurd zijn. Ik stond op en zag dat de muzikanten het muziekpaviljoen verlaten. Ook dat was vreemd, want het Kurconcert duurde anders een uur of langer. Iets moest dit abrupte einde hebben veroorzaakt; toen ik erheen liep, zag ik dat de mensen zich in opgewonden groepjes voor het muziekpaviljoen verdrongen om een kennelijk net aangeplakt bulletin. Het was, wist ik een paar minuten later, het telegram waarin werd meegedeeld dat zijn keizerlijke hoogheid, kroonprins Franz Ferdinand en zijn vrouw, die voor de manoeuvres naar Bosnië waren gereisd, daar het slachtoffer waren geworden van een politieke moordaanslag.
Steeds meer mensen verzamelden zich om het bulletin. Ze gaven elkaar het onverwachte bericht door. Maar om de waarheid geen geweld aan te doen: van de gezichten was geen bijzondere geschoktheid of verbittering af te lezen. Want de troonopvolger was bepaald niet geliefd geweest.

Georges Perec -- 27 juni 1972

Georges Perec (1936-1982) was een Franse schrijver. De duistere winkel (vertaling Edu Borger) is een soort droomdagboek. Daaruit het onderstaande fragment.

Juni 1972
Het dubbele feest

Ik bezoek een huis samen met de barman van een café waar ik zeer regelmatig kom. Er is een glazen muur die trilt. De barman legt het me uit: dat komt doordat hij in contact staat met de metalen stijlen van de rolluiken. Er is een gootsteen verstopt. Om hem te ontstoppen moet je eerst een andere vol laten lopen: dankzij een soort systeem van communicerende vaten maakt het leeglopen van de normale gootsteen het leeglopen van de verstopte gootsteen mogelijk.

Er is een groot feest gaande in het huis van mijn familie. Ik zit op een canapé tussen P. en een jonge vrouw, met wie ik aan het flirten ben. P. staat heel boos op; ik begrijp niet waarom. Ik spreek met de jonge vrouw af om halftwaalf 's avonds.

Ik neem een trein. Ik doorkruis een stad. Op een bepaalde plaats is een holte in het wegdek vervangen door een transportband.

Ik kom in Dampierre aan, waar een groot feest gegeven wordt. Bijna alle mensen die op het feest in het huis van mijn familie waren zijn erheen gegaan.

Ik kom mijn tante in gezelschap van Z. tegen; Z. lijkt op een andere tante van me en heeft dezelfde stem als zij (een onaangename stem); ze zegt tegen me: 'Er is een concert in de tuin.'

P. zit aan tafel tegenover me; ze heeft ontzettend veel gedronken.

Ik heb met de jonge vrouw niet afgesproken waar we elkaar precies zullen ontmoeten.

Ik loop over het landgoed. Er zijn veel dingen veranderd. Het kost me moeite om oude kelders te herkennen die in grote gewelfde zalen zijn veranderd; ik kom mensen tegen die ik vroeger in dezelfde omgeving heb gezien, met name een vrouw die mijn minnares geweest zou zijn: ze kijkt me met een raadselachtige glimlach aan, die me duidelijk lijkt te maken dat die verhouding definitief voorbij is.

Het blijft me verbazen dat ik de stem van Z. zo onaangenaam ben gaan vinden.

Er wordt een grote lunch geserveerd op een ruim wandelplein boven de ingang van het landgoed. De mensen die helemaal beneden arriveren lijken wel mieren; soms zijn het inderdaad mieren: de weg wordt schoongeveegd zodat zij (niet) binnen kunnen blijven komen.

De jonge vrouw komt bij me zitten; ze draagt een hoed, een soort van tulband met een piepklein parapluutje erbovenop; ik ben blij dat ze begrepen heeft dat ze daar naar mij toe moest komen.

maandag 25 juni 2018

E. Knight -- 26 juni 1896

• E. Knight (?-?) was een 'Nightingale nurse'. In 1860, Florence Nightingale set up the Nightingale Training School at St Thomas’ Hospital in London (now called the Florence Nightingale School of Nursing and Midwifery, part of King’s College London). She insisted on thorough cleanliness, open balconies and airy wards, to counteract any hospital-generated ‘bad smells’, which she believed to cause disease. Whilst in training, her nurses were required to write diaries, recording their daily tasks. This is a page from one such diary - notice how much cleaning takes place.

 June 26 1896. Children’s Ward, Victoria.
 Commenced at 7am by washing 15 and 16, two little girls, one suffering from hip disease who has an extension, the other from abscess on back, washed and combed their heads with dust-comb, dressed them, made their beds and took temperatures. Then went over to other side of the ward and washed 5, a boy with hip disease who leg has an extension on. Went to table for prayers. Washed and dressed 6, a boy who is now convalescent after operation on cleft palate and is allowed to get up and run about, and 9, a boy with tubercular elbow, which is supported in a sling, washed and combed heads, took temperatures and made their beds. Filled a hotwater bottle for one of the babies, finishing by 8.30.

Dusted down both sides of the ward and small ward. Cleaned the bathroom, polishing taps, washing and drying basins, oiling slabs and wiping down window ledges, and tidied up generally. Scrubbed 3 sheet mackinstoshes and 6 or 7 small ones. Changed the stone-cloths and gave bedpans to the children all down night nurse’s side of ward, finishing by 10.15.

Florence Nightingale (1820–1910) became a legend in England for her two years nursing soldiers during the Crimean War starting in late 1854. Her tender care for the soldiers earned her the name the Lady of the Lamp. But her major achievement was to raise nursing to the level of a respectable profession for women.

zondag 24 juni 2018

Hilbrand Rozema -- 25 juni 2008

Hilbrand Rozema is een Nederlandse journalist. In het tijdschrift Liter publiceerde hij een schrijversdagboek.

Donderdag 25 juni
Na de wedstrijd Nederland-Mexico (2-0) gaan Thomas en ik op vakantie. We stappen op de nachttrein naar München. Daar woont zijn vriendin. Thomas is een van mijn beste vrienden, we zien elkaar bijna elke dag en lukt dat niet dan bellen we als oude wijven.
We delen de coupé met een Somalische Canadees en een oude Duitser. En die Duitser, 't is gek maar echt gebeurd, die Duitser zegt binnen twee minuten dat alle rottigheid in de wereld de schuld is van de joden. Pas door documentaires op televisie jaren na de oorlog had hij ontdekt dat de nazi's misdadig waren, legt hij uit. Hij had daar geen idee van gehad, als 18-jarige soldaat bij de Wehrmacht. Nu is hij een vredelievend man met een zwak voor modelspoortreinen. Zijn tweede hartstocht geldt het ideaal van een verenigd Europa, wat je kunt zien aan zijn Europabriefmarkensammlung. Treinen dus, en Europa. Een consequente hobbykeuze vonden wij, gezien zijn verleden.
Doen we zó ons best om genuanceerd over Duitsland te zijn, gaat Thomas zelfs zover om een Duitse vriendin te krijgen - zitten we naast zo'n zeldzame bruine brontosaurus! De rest van de week beleven we veel plezier met het nadoen van zijn onoprechte grijns. Het was een liegbeest, hij sprak met twee tongen, aan zijn handen zat bloed.

Thomas laat de man maar, en bladert door de Surf Guide. Zijn grote passie is golfsurfen, hij vergaapt zich voor de zoveelste keer aan foto's die de golven op het hoogtepunt vangen, het moment van omkrullen. Foto's die vooral heel vaak de tube laten zien. De tube is de watertunnel die ontstaat als een monstergolf helemaal omkrult. Thomas zat ooit zélf, in het kader van zijn gevarenverzameling, in zo'n legendarische tunnel, bij Kaapstad.
Thomas is niet bij het water weg te slaan. Zijn nachtmerrie is: later met Cleo in München wonen. Da's veel te ver bij de zee vandaan. De vorige keer liet hij me de Isar zien, een beek die door de Beierse hoofdstad stroomt. Soms zo smal dat je er bijna een surfplank overheen kunt leggen, als bruggetje. Toch doen mensen verwoede pogingen om in dat stroompje op hun plank te blijven staan. Een potsierlijk gezicht middenin een drukke stad, maar het is de enige plek waar ze kunnen oefenen.
There is, one knows not what sweet mystery about this sea, whose gently awful stirrings seem to speak of some hidden soul beneath... (Herman Melville on the Pacific Ocean, Moby Dick). Thomas wordt eerst helemaal lyrisch van zo'n citaat, en zingt dan zonder dralen de lof van de schepping. Zich er tegelijk van bewust dat die lofzang Jahweh geldt, de Schepper. Voor Thomas gaat er niets boven lopen over water.

Nico Keuning -- 23 juni 2004

• Neerlandicus en biograaf Nico Keuning (1952) hield een dagboek bij toen hij schreef aan de biografie van Bob den Uyl.Fragmenetn daaruit zijn gepubliceerd in Biografie Bulletin.

Woensdag 23 juni
Gisteravond werd er al in het tv-Journaal gewaarschuwd voor ‘krachtige tot zeer krachtige windstoten’ en vanmorgen werd deze waarschuwing op de radio nog eens herhaald, waarbij bovendien het advies gegeven werd thuis te blijven als je niet per se de weg op moest.
Ik moest de weg op, want ik had een afspraak met Martin Mooij in Capelle aan den IJssel. Martin Mooij, de man van Poetry International. Bob heeft veel poëzie vertaald voor Poetry. Onder anderen van Les Murray. Den Uyl werd beroerd van al die Australische woorden en uitdrukkingen. Maar Murray was zeer enthousiast over de vertalingen van Den Uyl, met het gevolg dat Den Uyl nog meer Australische gedichten van Murray voor zijn kiezen kreeg. Typische toon van Den Uyl, deze vervorming. In wezen vereerd, maakt hij er schampere opmerkingen over.
De kamers in het huis van Mooij op de bovenverdiepingen zijn volgestouwd met boeken. Beneden wijst Mooij mij even later (hij heeft boven vertalingen door Bob voor mij gekopieerd) op een rijtje boeken uit de Sonde-reeks. Er staat een exemplaar van Mensen, uit 1975. Vijftien interviews door Den Uyl. Het is gesigneerd ‘Voor Martin Mooij’. De andere titels van Den Uyl staan op een plank in de boekenkast die haaks op deze wandkast staat. Ik loop er naartoe, zie de bekende kleuren, ruggen en titels. Nog een exemplaar van Mensen.
Ik overwin mijn schroom en vraag of ik dit deeltje van hem mag kopen. ‘Is het gesigneerd?’
Het is niet gesigneerd.
‘Dan mag je het hebben.’

Bij thuiskomst bij de post het boek Angst Fobieëen en Dwang, van Prof dr. P.M.G. Emmelkamp e.a., dat ik eergisteren via internet www.antiqbook.com bij Verzendboekhandel Calliope in Roermond had aangevraagd. Maandag bij Kok in de Damstraat Leven met angst gekocht van E.J. Zwaan en M.N. de Wolf-Ferdinandusse. Secundaire literatuur over de angsten van Den Uyl. Deze titels zijn mij via Maarten Oltheten van de Valeriuskliniek aangeraden door psychiater Joost Beek.
In een ander populair wetenschappelijk boek werd verwezen naar Een vlucht regenwulpen van Maarten 't Hart. ‘Maarten’ in het boek heeft pleinvrees (=straatvrees).
Gisteravond met Koen Hilberdink (biograaf van Paul Rodenko) getelefoneerd over Olga Rodenko. Bob den Uyl zou bij haar in therapie zijn geweest om van zijn stotteren af te komen. ‘Volgens haar is stotteren ingeslikte woede,’ zegt Koen. Olga leeft nog, in Zutphen.

donderdag 21 juni 2018

S.A. Buddingh -- 22 juni 1857

S.A. Buddingh (1811-1869) was predikant, onder meer te Batavia. Dagboek mijner overland-mail-reis van Batavia naar Nederland, via Triëst, in 1857.

22 Junij. [...] De tijdverdeeling is nu aan boord aldus geregeld : des morgens om half 7 uur koffij en thee, doch zonder melk (!) ; om half 9 uur een warm ontbijt met wijn en bier, en thee en koffij , — de laatste artikelen thans met melk (!) ; om 12 uur de lunch; om 4 uur dinner; om 7 uur thee, en van 9 tot 10 uur allerlei dranken, als Claret, Sherry, Port, Ale, Rum en Brandy. Tot het dejeuner en diner en tot de lunch en thee wordt men militairement geroepen , d. i. men hoort een appèl op de trom, begeleid door een klein fluitje, dat door een Bengaleesche pijper goed bespeeld wordt. [...]

Onze levenswijze is tot heden zeer treurig. Men hoort geen' zang of spel. Er is wel een melodium aan boord, maar niemand speelt er op. Hij gelegenheid mijner vorige Landmail-reis in 1852 zag men des avonds de Salon helder met Engelsche lampen verlicht en een aantal passagiers bezig met Wihst, Hombre, Schaken, Tric-trac enz. enz. Er waren Piano- en guitar-spelers, en zangers en zangeressen. Ken corps muzykanten en doorgaans een bal op het dek verlevendigden het eentoonige eener zeereis. Thans is er niets. De Salon is slechts verlicht met vijf kaarsen, zoodat men naauwelijks zien, en dus ook niet eens lezen kan. Het diner loopt om 5 uur af, en dus blijven er tot 10 uren vijf lange vervelende uren over, die men niet weet te besteden. De passagiers zitten dan ook om 7 uur reeds op het dek te dommelen en soms gerust te slapen. Het is tot nu toe een droevig reizen.
De eentoonigheid werd echter des avonds van den 23sten plotseling afgebroken door het aanheffen van eenige Engelsche liedjes door sommige Engelsche passagiers. Het blijft echter waar, wat zoo dikwijls reeds gezegd en herhaald is, de Engelsche muzijk is niet melodieus, en de Engelsche mannen-stemmen zijn.... ja, akelig om te hooren. Het gezang nam dan ook maar weinig op.

Ofschoon ik reeds in mijn Dagboek van 1852 een bill of fare, d.i. een menu van het diner gegeven heb, zoo wil ik nu toch nog een paar bills overschrijven.
Bill of fare. June 22nd 1857. Mullagatawny soup.Roast mutton. Roast Goose. Roast Capon. Roast Fowls, Bild Mutton. Bild Fowls. Stewd Beef. Mutton Cutlets. Ships Pork.Compó d'Pigeon. Sausage Rolls. Cold Ham. Curry and Rice. ------ 2nd course: Fruit Tarts. Sponge Cakes. Fancy Pastry. Tartlets. Rice Pudding. Cabinet Pudding. Stewd Pine-apples. Sandwich Puffs.
Men ziet dat er genoeg te dineren valt, maar zoo weinig is er dat goed smaakt! Hadden we maar een achtste gedeelte van de geregten op tafel, maar goed toebereid en in toereikende hoeveelheid, -- we zouden beter dineren. Waarheid is het dan ook, dat wij, Hollandsche passagiers, bijna niets aten dan wat brood en rijst, of eenige andere spijs, die toevallig in de keuken niet smakeloos geworden was.