zondag 30 november 2014

Tiny Kox -- 1 december 2011

• SP-senator Tiny Kox (1953) leidde in 2011 voor de Raad van Europa de waarneming van de Russische verkiezingen van 4 december. Voor sp.nl hield hij in die periode een dagboek bij.

De leden van mijn delegatie druppelen binnen. Tegen elven zijn we met voldoende mensen om de eerste bijeenkomst te openen. Ik zeg dat we het als een hele eer moeten beschouwen dat we zijn uitgenodigd om de verkiezingen in het grootste land van de wereld te observeren. Maar ik waarschuw ook dat het een hele klus wordt. Zowel de voorbereidende gesprekken komende dagen als de verkiezingsdag zelf. Wie van plan was om een week vakantie te houden, is aan het verkeerde adres. Iedereen zegt er zin in te hebben. We hebben vervolgens een kennismaking met de waarnemers van de OVSE, de Organisatie Voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Rusland is lid van die verdragsorganisatie alsook van de Raad van Europa. En daarmee verplicht het land zich om verkiezingen te houden die voldoen aan internationale standaarden. Aan ons om dat te gaan bekijken. De OVSE-delegatie wordt geleid door Petros Eftimiou uit Griekenland. Hij is de president van de parlementaire assemblee van de OVSE. Ik neem later op de dag de tijd om goed met hem door te praten hoe we onze samenwerking concreet vorm kunnen geven. Spreken met één stem lijkt ons voor iedereen beter. Dat geldt ook voor de samenwerking met Heidi Tagliavini, de speciale ambassadeur van de OVSE, die belast is met de lange termijnwaarneming. Ik trof haar al in Moskou begin november. Ze is uiterst deskundig, was actief in veel Europese landen, spreekt vloeiend Russisch en maakte veel indruk met haar diplomatieke doch openhartige rapport voor de Europese Unie over de oorlog tussen Georgië en Rusland. Vandaag neem ik de kans om opnieuw met haar bij te praten.

Tussen dat alles in ontmoet ik de vertegenwoordigers van de partijen die op 4 december op de kieslijst staan en dus kans maken op een of meer zetels in de Staatsdoema. Die telt in totaal 450 zetels, met een kiesdrempel van 7%. Nieuw is dat partijen die 5 of 6% scoren, één of twee zetels krijgen. Na deze verkiezingen wordt de kiesdrempel, met steun van alle partijen, verlaagd naar 5%, zoals in Duitsland. Nu nog niet dus. De laatste opiniepeilingen zeggen dat er vier partijen de kiesdrempel zullen halen: Verenigd Rusland, de Communistische Partij,de Liberaal-Democratische Partij en Eerlijk Rusland. Maar Jabloko, de Russische Patriotten en Rechtvaardige Zaak staan ook op de lijst, dus wie weet? Ik zit samen met mijn Griekse OVSE-collega de bijeenkomst voor. Een hele klus. Net als alle politici praten onze gasten graag en veel. En de parlementariërs in onze delegaties kunnen er ook wat van. Ik probeer iedereen ertoe te bewegen vooral het verkiezingsproces onder de loep te nemen. Wat er allemaal in de verkiezingsprogramma's staat is voor ons op dit moment minder relevant – hoewel het lezen ervan zeker interessant is, heb ik gemerkt. Ik hou nauwgezet in de gaten dat elke partij evenveel spreektijd krijgt. Er wordt op ons gelet, en dat is terecht. Na de politici is het woord aan een aantal vertegenwoordigers van de media. Die heb je in alle maten en soorten, pro en contra regering, publiek en privaat, met tegenstrijdige opvattingen en tegenstrijdige informatie. We moeten er gaandeweg maar wijs uit zien te worden. Daarvoor zijn we ook hier. Iedereen lijkt het er over eens dat voor de eerste keer het internet een rol van betekenis speelt bij de verkiezingen. Waartoe dat zal leiden, is minder duidelijk. De geplande ontmoeting met de voorzitter van de Kiesraad wordt zonder verdere verklaring afgezegd. Het lijkt een herhaling van mijn missie begin november. Ook toen verviel de vastgelegde afspraak. Pas na het einde van het officiële programma had ik toen een informeel gesprek met voorzitter Churov. Drie dagen later diende hij zijn klacht over mijn missie in. We zullen zien of er nu nog nader contact komt.

Aan avondeten kom ik niet toe. Niet erg want tussen de middag wordt hier al voldoende opgeschept, hoewel voor steeds meer Russen het avondeten nu ook het hoofdmaal aan het worden is, hoor ik van Tatiana van de Russische Doemadelegatie in de Raad van Europa. Gaandeweg gaan we overal wat meer op elkaar lijken. Kijken of dat ook voor de verkiezingen geldt.

Anja Meulenbelt -- 30 november 2005

Anja Meulenbelt (1945) is een Nederlandse schrijfster. Op haar website houdt ze een dagboek bij.

woensdag 30 november 2005
Oef wat een dag gisteren. Vergaderen, intense gesprekken, commissie, bellen met Bob van de asbest, afspraken maken, overleg over duizend dingen. Dus vol. En dat ondanks dat de fotograaf ziek was en ik zomaar een uurtje cadeau kreeg. Dat meteen weer vol liep. Maar vanochtend heb ik het even rustig want de koning van Jordanie komt niet.

Dus tijd voor de post. En even bedenken wat ik prioriteit geef voor het weblog. Ik wil nog graag terugkomen op de discussie over de Ontwikkelingssamenwerking, maar ga eerst de boeken lezen, Theo de Ruyter, Requiem voor de hulp, en het boek van Francine Mestrum, die ik in de discussie heel verhelderend en inspirerend vond De rattenvanger van Hameln. Dan kom ik iets beter beslagen ten ijs. Hierbij wel de foto’s. Ik herinner me vooral de jonge vrouw die zei: zijn we nu niet precies dezelfde fout aan het maken? Eerst vroegen we ons niet af of de mensen in het Zuiden onze hulp wel nodig hadden, en nu besluiten we zonder hen dat het maar afgelopen moet zijn?

In de werkgroep buitenland over Palestina. Tiny gaat niet als observator in december naar de gebieden vanwege de verkiezingen, die reis is uitgesteld. Ik ben er straks eerder, kan ik horen hoe het gaat met de voorbereidingen. Er is vooral veel gedoe binnen de grootste partij Fatah, omdat de bevolking wil dat die de oude, corrupte leiders met pensioen sturen, en er ruimte komt voor de jongere generatie die vooral locaal actief is geweest. Zoals overal laten oude machthebbers zich niet graag wegsturen. In de Tweede Kamer zou gisterenmiddag een motie aangenomen worden, waarschijnlijk, waarin Bot als mededeling meekrijgt dat Hamas niet als partner in de verkiezingen geaccepteerd zou mogen worden. Volstrekte flauwekul, want als je voor democratie bent dan accepteer je dat een volk zijn eigen vertegenwoordigers kiest, en bovendien is het voor iedereen die de situatie een beetje kent duidelijk dat Hamas in het parlement een stuk minder gevaarlijk is dan Hamas daarbuiten. Hebben weer een paar half-geinformeerde kamerleden te veel naar Sharon geluisterd, die ze wijs maakt dat er met de Palestijnen niet te praten valt als Hamas plaats neemt in het parlement. Harry gaat zijn best doen, maar die domme motie zal wel worden aangenomen.

Vanochtend bij de ontbijtkoffie tijd voor de post. Eens per jaar krijg ik een overzichtje van Lira, de leenrechtenvergoeding voor het jaar 2005. Hartstikke rijk word ik daarvan, ik krijg dit jaar wel 324,05 euri voor die dertig titels die in de bibliotheken van me worden uitgeleend. (Bij elkaar heb ik 40 titels op mijn naam staan) Maar het leukste is om naar de cijfertjes te kijken. De schaamte voorbij, uit 1976, straks dertig jaar oud, 460 uitleningen. Krijg ik toch nog 26,05 eurietjes voor. En dan mijn alleralleroudste boekje, Feminisme en socialisme, 36 uitleningen. 0.96 cent. Ik vraag me dan af wie die 36 mensen zijn.

In het Parool een hele goeie column van Karin Spaink over ‘illegalen’. Ga ik integraal overnemen.

vrijdag 28 november 2014

Frank De Winne -- 29 november 2009

Frank De Winne (1961) is een Belgische astronaut die in 2009 een half jaar in een ruimtestation doorbracht. Hij hield daar een onregelmatig dagboek bij.

My space mission is about to end. On 1 December, I will return to Earth with Bob Thirsk and Roman Romanenko aboard the Soyuz TMA-15 spacecraft. I also had also a chance for one more visit by a Space Shuttle crew, the third during my spaceflight.

In fact, I have seen all three Space Shuttles. After a visit of Endeavour in July and Discovery in August, this time it was Atlantis that came to dock with the Space Station and bring some cargo. For the Belgians, the Shuttle Atlantis is especially dear: it was Atlantis that flew the first Belgian astronaut Dirk Frimount around the Earth for nine days in 1992 on a mission to conduct atmospheric observations.

Atlantis left Cape Canaveral in Florida on 16 November for a 11-day-long flight. The mission was to fly supplies and spares to the Space Station. This time the crew of the Shuttle did not include the usual seven astronauts on the way up, only when it returned to Earth. It flew back my Expedition 21 colleague Nicole Stott. Thus for the last moments of my mission, the ISS had only five crew instead of the normal six.

After my return with Bob and Roman, the rest of the crew, American Jeffrey Williams and Russian Maxim Surayev will stay aboard all alone for some weeks before a new trio arrives. We have to wait until next April until the ISS again has a full crew of six.

In the future, all members of the ISS permanent crews will fly to the Station with the Russian Soyuz spacecraft, just like I did. Only five Space Shuttle missions remain before the Shuttle retires at the end of next year, according to current planning.

I did transfer the command of the ISS to Jeffrey Williams. Being a commander of the ISS was a great privilege for me as an ESA astronaut.

This is the last entry in my flight diary from space. During this OasISS long-duration mission, I had many moving moments and it was a very special experience.

I hope that my space mission has been an inspiration for young people in particular, encouraging them towards working in science or technology. They will go even further into space, to the Moon and towards the planet Mars. It is this deep desire to explore that makes us human beings.

donderdag 27 november 2014

Karel van de Woestijne -- 28 november 1914

Karel van de Woestijne (1878-1929) was een Vlaamse schrijver. In de Eerste Wereldoorlog hield hij een dagboek bij, dat hier te lezen is.

28 November.
In geen acht dagen heb ik nog in dit dagboek geschreven: acht dagen die ik in Holland heb doorgebracht. - Wat ik er ben gaan doen? Ach, niet veel: alleen wat herinneringen opfrisschen; mij gaan verzekeren dat sommige verbeeldingen van thans wel degelijk berusten op werkelijkheden, die voor ons tot het verleden behooren.

En nu kan ik aan mijne Belgische lezers mededeelen: stelt u dat eens voor, in Holland kan men zich, van bij de grens, nog oefenen in het opzenden van een telegram. Op afstanden, die met het bloote oog onberekenbaar zijn, kan men er in betrekking komen met telefoonjuffrouwen. Had ik van Antwerpen tot in Rosendaal anderhalf uur met bevroren voeten Siberische ondervindingen opgedaan: het Hollandsche grondgebied bezorgde mij onverwijld een zorgvuldig-verwarmde spoorweg-coupé. Ik was nauwelijks aangekomen, of ik kon een brief posten, een gesloten brief nogal, naar een verafgelegen werelddeel, waar hij vermoedelijk vlugger aankomt dan een bericht, dat ik van Brussel naar Brussel zou hebben verzonden. En er was ook - innigste herinnering aan het meest-gemiste comfort - er was dat, wanneer ik met den ‘Neutral’-trein voorbij zeker schildwachthuisje reed, waar een Nederlandsche vlag aan wapperde, ik daar het onzichtbaar-astrale lichaam bevond te staan van een valet de chambre, die mij een jasje van vóós jaren, toen ik nog zoo mager was (ik ben in den laatsten tijd veel verdikt) en dat ik sedert een paar maanden, bij gebrek aan beters, weer dragen moest, ontknoopen en uittrekken kwam, hetgeen ineens mijn hart en overig ingewand van eene danige beklemming mocht bevrijden. (Gij begrijpt, wat ik bedoel.)

Ik trof in Holland nog andere souvenirs aan van mijn zeer gevuld verleden: zoo mocht ik er onder meer een strijkje van Weensche dames ondervinden: eene geneuchte die wij, in hare mij wat pijnlijk-aandoende, voor sommigen echter hoogst-verlokkelijke morbidezza, tegenwoordig in Brussel missen. Zand echter over deze blanke verschijningen. Want daar waren in Holland menschen, Vlaamsche en Hollandsche, waar nog mijn hart vol van is, als ik er aan denk, - oneindig meer dan van ‘Dichter und Bauer’-krassende Wiener-kapellen...

Weer iets dat de oorlog in ons tot hoogeren en dieperen bloei ontwikkelen zou: het waardebegrip der vriendschap. Wij kennen nu vaderlandsliefde en de beteekenis van onafhankelijkheid, beschouwd als collectief gevoel. De haast-physische gewaarwording der samenhoorigheid, de ontreddering vooral die onze secure zelfgenoegzaamheid onderging, verhoogden, verruimden ineens den zin der vriendschap. Nooit meer dan in Holland zou ik dit met eene oneindige vreugde, als bij eene verlossing, bevroeden.

Vlaamsche vrienden, van wier lot men zoo goed als niets wist, buiten het vaderland terug te vinden: het opent schatkameren van genegenheid. Of de eigen geboortegrond, de gemeenschappelijke geboortegrond ineens verplaatst was geworden in veiliger, vrijer oorden, vindt men elkander terug met de wederzijdsch aangedragen weelden van al wat ons binden kan, gezuiverd van al wat kon scheiden. Het is als een verzoening na een geschil dat nooit heeft bestaan, maar dat, vanwege een vertroeteld egoïsme, steeds scheen te dreigen. En dan, wij gevoelen, daar op vreemden bodem, wat wij, onafscheidbaar van ons, meedragen uit het vaderland. Want: niet allen weten het, maar allen loopen, als Uilenspiegel, met aarde van de geboortestreek in hunne schoenen.

Op vreemden bodem. Is Holland dan wel vreemde bodem? Staatkundig: ja. Maar hoe heb ik in mijn bonzend hart ervaren, dat ik weet niet welk atavisme, ik weet niet welke verwantschap, waar de taalgemeenschap maar een deel van is, mij bond aan die menschen, die voor onze landgenooten zoo enorm veel hebben gedaan, met toch nog iets anders dan het plichtbesef van een naburig land, iets meer dan de theoretische naastenliefde, die in de practijk anders nogal gemakkelijk in het licht der eigen belangen verduistert. Eene zekere ‘pudeur’ weêrhoudt mij, van Belgische erkentelijkheid te spreken: men maakt soms schulden, waarvan men weet dat men ze nooit zal kunnen betalen en die langs uw leven loopen als eene weldoende vermaning. Maar dit kan ik toch zeggen, niet alleen om de innig-warme ontvangst, die ik van mijne eigene Hollandsche vrienden genoot - daar hebben zij mij allang aan gewoon gemaakt! -, maar van de bejegening, waar mijne landgenooten, zoo Walen als Vlamingen, zich benoorden-Moerdijk in mochten verheugen: dat de leuze van ‘Noorderbroeders’ voortaan niet louter nog congressengrootspraak is...

- Weêr naar huis terug, eerst per spoor tot in Antwerpen, daarna op een karretje naar Brussel.

In den trein, duizenden, een dringende drom, vol gejaagdheid en angst en hoop, die naar Antwerpen terug gaan wonen. Het nazien der passen wordt er niet makkelijker op. Onder die menigte zijn er velen, die nog geen Duitsch soldaat van heel den tijd dat de oorlog duurt gezien hebben, en ze nu gaan bekijken met iets als verbijsterde nieuwsgierigheid. Eene dame, die slechts eenige dagen in Holland geweest was, er de waarde der vrijheid voor 't eerst bevroedde, en thans heel goed beseft wat de onderscheiden Duitsche uniformen beteekenen, barst in tranen los als wij weer over de pseudo-Belgische grens rijden...

- Het karretje, dat zich noemt: ‘train-bloc Anvers-Bruxelles. Chauffage central’.

Wij zitten onder een huifje, de voeten in het stroo, dat de beloofde verwarming uitmaakt, en trouwens zijne rol uitnemend vervult. Het is een zachte, zachte middag. Komt de lollige drukte van het echt-Brusselsche gezelschap de teeder-weemoedige stemming ook breken: het tochtje is mij niet onaangenaam langs dien breeden steenweg, waarvan alle boomen tot stompjes zijn afgezaagd, en die te breeder uitzicht geeft op de naakte, maar nog groene vlakten. Wij naderen Waelhem. Hoog bovenop de regelmatige karteling van het bolwerk, de zwarte silhouet van een soldaat. Beneden de wriemeling van andere soldaten, volop aan het werk. Eindelijk de afzichtelijk-geteisterde dorpsstraat, waar alleen nog enkele muren recht staan...

Landschappen des oogenbliks: velden van prikkeldraad; plantages van afgehakte sparretjes. Ik heb ineens het visioen: duizenden zwarte armen met gebalde vuisten, die uit den grond opsteken. Wat weer uiterstsubjectief is.

Bij valavond rijden wij Mechelen binnen. Sint-Rombaut heb ik nooit zoo grandioos gezien, zoo tragisch-machtig, met den reuzig-sterken, van kartets-schroot beketsten en doorpokten toren, met die diepe, ronde wonden, die de houwitsers boorden, en al de ramen wijde gaten. Sint-Rombaut is geen blijde kerk meer, als nog kort geleden. Maar is mij thans liever dan ooit. En was het mij te doen, ik zou er zeer zeker te gepaster ure zoo weinig mogelijk aan restaureeren...

De nacht is ingetreden, en de koude, als wij rijden door Eppeghem, of wat er van overschiet. Een laatste schildwacht aan den ingang van Vilvoorde, en een laatste onderzoek naar de passen: wij zijn weldra te Brussel, en rond den familiehaard.

Vertellen, vertellen, - tot er gescheld wordt. Een onbekende komt mij den plotsen dood melden van mijn vriend Lodewijk de Raet, den Vlaamschen oeconomist: het eerste nieuws bij de terugkomst in het vaderland.

woensdag 26 november 2014

Louis van Gasteren -- 27 november 1997

Louis van Gasteren (1922) is een Nederlandse regisseur. In 1997 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollnds Dagboek' bij.

Donderdag
's Middags weer naar de Baba-montage met zijn ijzersterke tekst: “I Iove you more than you can ever love yourself.” Ik probeer te telefoneren met mijn Amerikaanse uitgever van de tape, maar kom in een callcenter terecht met eindeloze verwijzingen naar knoppen die moeten worden ingedrukt. Ik haat deze contactgestoorde communicatie en hang meteen weer op. Een van de leveranciers van callsystemen in Nederland behoort tot mijn beste vrienden en ik heb hem al gewaarschuwd dat ik alle enquêteurs en telefonische verkopers doorverwijs naar zijn privénummer.
's Avonds een redactievergadering voor het boek van de Nederlandse ingenieurs in Japan met de vier auteurs en eindredacteur Ton van Luin. Een boek maken is net als een film maken, er zijn handelende personen met eigen inhoudslijnen.
Om half negen naar de buurtvergadering van de Bewonersraad Nieuwmarkt om de vergadering een toelichting te geven op de notulen van ons gesprek met Testa, directeur van het GVB te Amsterdam. Met Jan Sierhuis en Bert Griepink hebben we eind jaren zeventig de kunstwerken in het metrostation Nieuwmarkt gerealiseerd. De fotopanelen zien er nu verschrikkelijk uit, onder de graffiti, en vragen om volledige restauratie. En dan te bedenken dat dit station zowel op de Nederlandse televisie als de Duitse uitvoerige aandacht heeft gehad als voorbeeldstation.
Ontroerd neem ik een verjaardagsapplaus in ontvangst van een volle zaal en bewonder weer de ernst van de buurtbewoners, die hun lokale problemen opgelost willen zien. Een unieke zaak, de Nieuwmarkt in Amsterdam.
En dan weer omschakelen. De vergadering met de auteurs loopt op zijn eind. Ik kom net op tijd om met de conclusies en de voortgang in te stemmen, ben dan weer terug in de vorige eeuw in Japan. Wat is het toch, vraag ik me af, dat ik zoveel bijzondere mensen om me heen heb?

dinsdag 25 november 2014

Theodor von Papet -- 26 november 1812

Tagebuch des Capitains Theodor von Papet (1791-1818) über den Feldzug in Russland 1812

d. 26.
Mittags kam auf einmal das Geschrei in das Dorf, dass Kosacken im Anzuge wären. Sogleich machten sich alle im Dorf sich befindenden und also auch ich uns auf und eilten mit beflügelten Schritten der Brücke zu. Hier war ich auch kaum angelangt, so zeigten sich auf einer hinter uns befindlichen Anhöhe einige Pulks mit 3 Kanonen, worunter eine Haubitze, womit sie auch sogleich dem Chaos von Menschen, der sich in der schrecklichsten Unordnung vor der Brücke gehäuft hatte, beschossen. Dass hier wenige Kugeln [ihr Ziel ver-]fehlten, lässt sich denken. Welch einen schrecklichen Tod hatten nicht die armen blessirten, die aufs elendigste zertreten wurden. Durch die viele Passage der Pferde war der vor der Brücke befindliche Platz, der morastig war, beinah aufgethaut, sodass die meisten Pferde hier einsanken, die dann durch die Anstrengungen, sich empor zu arbeiten, mehrere Menschen umwarfen, die, da von allen Seiten gedrängt wurde, meistentheils verlohren waren. So musste man also, um nach der Brücke zu gelangen, von einem Pferd aufs andere springen. Wer ausglitschte und unter ein Pferd zu liegen kam, wurde von den nachfolgenden zertreten. Wer unglücklicherweise die Brücke verfehlte, denn da man in diesen Haufen eingesperrt nicht wissen konnte, in welcher Direction dieselbe war, und sich also vom Ohngefähr leiten lassen musste, [der] wurde ins Wasser gedrängt und musste also, da der Fluss nicht zugefroren war und Hülfe unmöglich, ertrinken. Auf der Brücke selbst war die Gefahr nicht gross. Ich war so glücklich, diese Brücke, die so vielen ihr Leben kostete, nachmittags 4 Uhr hinter mir zu haben. Das diesseitige Ufer ist mit Holz besetzt.

zondag 23 november 2014

Martine Bijl -- 24 november 1983

Martine Bijl (1948) is een Nederlands zangeres, actrice, schrijfster en cabaretière. In 1983 hield ze voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Donderdag 24 november
Mijn kleinschaligheid staat me nauwelijks toe een dagboek bij te houden. Ik ken geen enkele dwingende noodzaak mijn kleine belevenissen op papier te zetten - voor nu, noch voor later. Maar wie jarenlang overwegend benaderd is door zeer licht verteerbare periodieken, raakt ernstig van slag wanneer zich geheel onverwacht, toch nog, de kwaliteitskrant meldt. Ik ben zeer gevleid. Mijn belevenissen mogen gering zijn, mijn ijdelheid is dat niet en dus wint ze het in dit geval van mijn gêne.
Het is van weinig belang, maar ik ben vanmorgen te vroeg opgestaan. Vroeg is voor mij negen uur. Op geen enkel tijdstip daarvóór kan ik het ochtendlicht verdragen. Maar mijn dagindeling is afhankelijk van verschillende disciplines van vraag en aanbod. Door een matineus optredentje voor de NCRV-microfoon ligt mijn dag al meteen aan scherven. Liedje zingen, praatje maken voor de theatershow die Henk en mij vier keer per week noopt tot het bestuderen van de Nederlandse wegenkaart.
Radiostudio's zijn gebouwd om je het laatste restje hoop uitje lijf te persen. TL-buizen. Kleurloze wanden met akoestisch verantwoorde uitsteeksels. Ik loop er Henk Molenberg tegen het lijf, bij wie men altijd naar mijn gezondheid informeert, zoals men Henkvan der Molen altijd zal blijven verzoeken om een smakelijk recept. Molenberg antwoordt steevast dat Martine het uitstekend maakt en Van der Molen kan óók heel lekker koken. Zo zijn er nooit problemen.
Ik ga vroegtijdig weg, want in een oud schoolgebouw in de Amsterdamse Nassaubuurt wacht Hans van Willigenburg. Tapschoenen aan en een paar uur samen zweten op vervormde klanken uit een cassetterecorder. De muren in het oude leslokaal hebben geen uitsteeksels, er is alleen een menshoge spiegel langs de hele breedte van de wand, om je te tonen datje dansprestaties voorlopig beneden de middelmaat zullen blijven. Aan de overkant van de straat schijnt de zon langs stille gevels met fantasierijke vitrages. Als we buiten komen mept een kennelijk Turks meisje van een jaar of vijf met een speelgoedautootje op de gemillimeterde borstelkop van haar nog kleinere broertje. We gaan naar huis. Henk staat klaar met de auto, een des te groter privilege nu het openbaar vervoer het iedere dag op de een of andere manier laat afweten.
Boodschappen doen in het dorp. 's Avonds zuurkool met spek. De avondkrant. De commentaren op het dagelijkse nieuws. Vrije commentaren in een land waar de rechter de regering in het ongelijk kan stellen.
Vanavond geen voorstelling. Ik ga mijn verzameling sinaasappelvloeitjes bijwerken, en misschien kijk ik ook nog wel naar Derrick en Shogun. Ik vlij me knorrend in de armen van mijn kleinschaligheid.