woensdag 6 maart 2013

Robert Long -- 7 maart 1980

Vrijdag
Alweer zo vroeg op. Half negen. Twee keer per jaar worden de honden gesnoeid omdat er op een gegeven moment niet meer door hun vacht heen te komen is. Vanmorgen weggebracht. De eerste keer toen B., de oudste hond, bijna kaal uit het kniphok kwam, schaamde ze zich ontzettend; staart omlaag en de hele dag in een hoek of onder tafel. Ik heb de indruk dat de dames het tegenwoordig nogal swingend vinden als ze weer geweest zijn. Ze hebben dan iets over zich dat je het beste als 'zeitbewusst' kunt omschrijven. Als ze de kans zouden hebben, dan zouden ze waarschijnlijk tegen andere honden in de buurt — sommige zelfs direkte familie — die er minder trots bijlopen, hautaine opmerkingen maken.
Jaren geleden had je een STERspot van cross-your-heart BH's, waarin de draagster van zo'n ding tegen haar vriendin zegt — nadat deze haar complimenteerde met haar figuur-: 'Met een cross-your-heart BH kan iederéén een goed figuur hebben. Zelfs jij!' Ook vandaag weer veel in huis gerommeld. Om één uur een interview met de VARA-gids, om 4 uur auto naar de garage, doorsmeerbeurt, half uurtje wachten. K. ging mee, honden gehaald, groente gekocht en voer voor het konijn L. vernoemd naar collega L., die ik om half zes van het station zou halen om naar Papendrecht te gaan.
Aardige voorstelling, vriendelijk theaterpersoneel, bloemen na afloop, broodje in Utrecht, samen met L. en slagwerker W.V. Om 2 uur thuis, beesten voederen, dagboek schrijven, glas hete melk. Bed. Lekker tegen K's warme kont.


Robert Long (1943-2006) was een Nederlandse zanger en cabaretier. In 1980 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

dinsdag 5 maart 2013

Lidy Nicolasen -- 6 maart 2002

Het is woensdagavond 6 maart, de avond van de gemeenteraadsverkiezingen. Ik zit in een hok op de redactie van de Volkskrant in Amsterdam, de kamer van een van de adjunct-hoofdredacteuren. Als op de televisie het uitslagencircus begint, tik ik de eerste zinnen voor de krant van de volgende dag: de lokalen en leefbaren winnen de verkiezingen.
Een paar uur duurt het en dan dringt het tot me door dat deze zinnen de lading niet dekken. Vlak voor sluitingstijd komt adjunct-hoofdredacteur Frank Kalshoven het hok in. 'Fortuyn moet in de kop en in de lead.' Ik kijk hem aan, zeg alleen: 'Je hebt gelijk.' Pim Fortuyn is niet meer te stuiten en zijn opmars is in Rotterdam begonnen. Ik zie hem op televisie triomferen als hij aanschuift voor het lijsttrekkersdebat, dat rechtstreeks wordt uitgezonden. Een vrolijke boel is het daar niet. Ad Melkert komt te laat binnen en grauwt en snauwt. Geen felicitaties voor de winnaars. Melkert is net ontwaakt uit een diepe slaap op de achterbank van de auto, waarmee hij uit Heerenveen is gekomen. 'Meneer Melkert,' sart Fortuyn. Arrogant maant Melkert gespreksleider Paul Witteman de orde te handhaven.
Het is te zot voor woorden. Ik zit klaar om citaten op te tekenen uit de mond van de lijsttrekkers en die toe te voegen aan mijn verhaal. De deadline is nakende, maar ik kijk als gebiologeerd naar het scherm, wijs en roep en vergeet te tikken. Een paar meter verder op de redactie klitten collega's samen voor de televisie. Ze gillen en joelen als bij een voetbalwedstrijd. Mond en ogen wijd open.
De gezichten van de paarse lijsttrekkers stralen alleen nog maar ontreddering uit. Melkert zakt verder en verder onderuit, zijn hoofd is vol walging en uitputting en het zakt diep tussen zijn schouders als hij naar Fortuyn staart als naar een hem onwelgevallig, ja zelfs buitenaards wezen. Naast hem doet Hans Dijkstal of hij er niet is, of hij hoogst ongelukkig getuige is van een ordinair spektakel. Aan hun kant poogt alleen Thom de Graaf de schimpscheuten op Paars te pareren en terug te meppen.
Hoe anders is het aan de kant van de aanvallers! Zij rukken vrolijk op. Fortuyn straalt, hoeft niks te doen om de wedstrijd te winnen. Jan Peter Balkenende kijkt even hoe Fortuyn naast hem accelereert en huppelt dan professoraal maar euforisch mee. Ook Paul Rosenmöller zoekt het puntje van zijn stoel, iets aarzelender, met net iets minder leedvermaak.
Het tv-drama verveelt geen moment. Witteman blaast na pakweg een uur af. Dijkstal heeft er dan meer dan genoeg van. Hij klopt zijn buurman op de schouder, bromt dat die anderhalve kijker die is blijven kijken inmiddels wel aan zijn trekken zal zijn gekomen. Ze hebben geen flauw idee dat er meer dan een miljoen kiezers voor de buis hangt. Klaarwakker. Schreeuwend, wijzend en verbijsterd over de complete knock-out van de paarse politici.


Lidy Nicolasen (1949) is journalist bij de Volkskrant. In 2002 schreef ze Van onze verslaggeefster. Dagboek van een politieke aardverschuiving.

maandag 4 maart 2013

Henri Knap -- 5 maart 1981

Donderdag 5 maart
Gisteravond speelde het Concertgebouworkest onder Haitink Haydns 104de (laatste) symfonie. Beeldschoon, maar ik meende dat de voor Haydn zo typerende rusten iets te lang waren. Mij viel in dat ik kon zijn geconditioneerd door Dorati's interpretatie, die ik vaak afspeel. Vanmorgen naar de plaat geluisterd en ja, Dorati neemt die rusten iets korter. Maar nu vond ik Haitinks uitvoering mooier. Er zit een gevaar in veel luisteren naar LP's. Dat maakt onbevangen luisteren naar andere opvattingen moeilijk. Toch moet dat! Ik was vooral benieuwd naar Mahlers opus 1, 'Das Klagende Lied'. Het orkest met 'alles van zolder' en met het koor van 225(!) stemmen, dat de beroemde Oldham op bestelling heeft geleverd. Het publiek dankte met gejuich. Staande applaus betekent hier niets meer, maar geschreeuw van geestdrift na serieuze muziek hoor je zelden. Maar die tekst - wat is dat behelpen! Midden op de podiumtrap-links zaten tijdens Mahler twee schattige meisjes van een jaar of vijf, zoet, roerloos, die hele Mahler uit. Dochtertjes van koorleden?
Zoëven belde een aardige jongen van de telefoon-storingsdienst. In ons huis zoemen namelijk al dagen de telefoons en een mysterieus kastje achter mijn schrijftafel. Toen hij onze telefoons zag riep hij: 'Hemel, dit moet een héél oud model zijn, want ik heb het nog nooit gezien!' Hij had gelijk. Die toestellen zijn van 1961. Hij was toen zo oud als die meisjes van gisteravond. Telkens telefonisch oudere collegae raadplegend, die zich onze zwarte antiquiteiten nog herinnerden uit de zorgeloze dagen van vóór het Maagdenhuis, heeft hij het karwei geklaard maar ons wel verzekerd dat er voor ons instrumentarium uit de dagen van Graham Bell geen toekomst meer is weggelegd. Mijn vrouw is daardoor geschokt, want zij hecht aan het vergankelijk verleden. Lang heeft zij de boot der modernisering afgehouden maar ik las op het gezicht van de monteur dat de dagen van onze twintig jaar oude zwartjes zijn geteld.


Henri Knap (1911-1986) was een Nederlandse journalist en schrijver. Op verzoek van NRC Handelsblad hield hij in 1981 een 'Hollands Dagboek' bij.

zondag 3 maart 2013

Willem Arondéus -- 4 maart 1933

Apeldoorn — Zaterdagavond 10 1/2 uur. 4 Maart 1933.
Maanden gaan voorbij zonder dat ik deze aanteekeningen bijhoudt. Er is ook zo weinig te melden — elke dag gelijkt de voorgaande. Doch deze dag is merkwaardig, te merkwaardig om niet te vermelden.
Twee weken geleden kwam ik Zondagavond uit Amsterdam terug. Ik was alleen er heen geweest om eenige geldzaken in orde te brengen en had Jurri gedurende mijn afwezigheid geld achtergelaten — allereerst ter betaling van eenige rekeningetjes en ongeveer f 10 voor mogenlijke uitgaven, onverwachte gebeurtenissen. Toen ik Zondagsavonds in Apeldoorn aankwam was Jurri niet aan het station (hetgeen afgesproken was) en kwam 's nachts thuis — dronken en wilde mij te lijf. Het geld natuurlijk alles verdwenen — Ik ben hierover zeer ontstemd geweest, de laatste weken waren natuurlijk moeilijk en eindelijk, gisteravond, heb ik dan in goede vriendschap met Jurri besproken dat wij — zoodra hij eind Maart steungerechtigd is in A'dam — voorloopig van elkaar zouden gaan. Het werd mij de laatste tijd té zwaar, te moeilijk, en er was een soort vreemd wantrouwen in mij ontstaan tegenover Jur — een wantrouwen waarin ik niet gelooven wilde, waarvoor ik geen naam wist maar wat niettemin telkens in mij boven kwam. Doch nu is, vanavond, Jurri verdwenen en heeft f 60 medegenomen van de f 100 die ik in huis had. Dit is regelrecht diefstal. Ik was in Apeldoorn boodschappen doen en toen ik thuis kwam was Jur verdwenen — met zijn koffer, ondergoed enz. Mijn eerste indruk was: ik wist het, ik wist dat dit gebeuren zou. Het is vreemd maar onderweg reeds speelde vaag zoo'n soort fantasie door mijn hoofd hoe het zou zijn als ik thuis de boel ledig vond - Ik ben in het geheel niet boos hierover - eerder bevrijdt - verlost. Dat ik met zoo weinig geld overblijf is natuurlijk een moeilijk ding, doch ook daar zal ik wel overheen komen. Zuinig zijn en eenzaam.
Wat Jurri betreft, ik heb een diep gevoel van medelijden voor hem. Het ligt niet in zijn aard om deze gemeenheden ongestraft te doen en hij zal er waarschijnlijk erg beroerd aan toe raken. Doch ik kan niets meer voor hem doen - de liefde in mij is sinds lang voor hem verdwenen en na deze diefstal (want dat is het toch tenslotte) is natuurlijk mijn vriendschap voor hem ten onder. Natuurlijk is hij geen schoft -ach - dit ligt geheel anders bij hem; er is boosheid, gekrenktheid, moedwillige ondankbaarheid die expres de boel wil stuk slaan en ten slotte ook gekrenkte liefde in. Het is tenslotte moeilijker voor hem dan voor mij - maar ik kan het niet meer aan. Het is ook mij te moeilijk, te zwaar en té benauwend geworden en - in zekere zin ben ik thans verheugd dat hij op deze wijze weggegaan is. Het bespaard mij pijn, zelfverwijt en zorg om hem. Ik heb meelij - maar dat is ook het eenige.
Overigens geen nieuws. Wat de prijsvraag betreft: ik won de tweede prijs: f 175. Doch dit geld is reeds lang verdwenen aan allerlei kleine schulden. Dus thans een nieuw hoofdstuk: eenzaamheid.


Willem Arondéus (1894-1943) was een Nederlandse kunstenaar. In Het leven van Willem Arondéus 1894-1943. Een documentaire (door Rudi van Dantzig) zijn veel passages uit zijn dagboeken opgenomen.

Doktersvrouw, 50 jaar, Achterhoek -- 3 maart 1941

3 Maart 1941
- De berichten uit Amsterdam zijn vreeselijk; men is diep onder den indruk. Jonge joden worden weggevoerd op Ueberfallautos, de handen hoog, de geweren op hen gericht. Winkelmeisjes uit de Bijenkorf werden bij de arm meegesleurd en hadden niet eens gelegenheid hun mantels aan te trekken. De heele jodenwijk wordt met prikkeldraad omsloten en alle joden uit geheel Amsterdam zullen in dat chetto opgesloten worden. Is het wonder, dat elke rechtgeaarde Nederlander in opstand komt zodat er onlusten zijn geweest. Natuurlijk zijn er dooden en gewonden, kan het ook anders? Op het oogenblik is het schijnbaar rustig en de strafboete, die den Amsterdammers opgelegd is, is 15 milloen. Dit bedrag wordt alleen betaald door hen, die een inkomen boven de 10 mille hebben. Hongarije is toegetreden tot het Driemogendhedenpact - Duitschland, Italië, Japan. Wat zal nu Turkije doen? In Noord-Afrika, Abesinië, Somaliland zijn de Engelschen nog steeds aan het winnen. Het conflict breidt zich steeds meer uit en nu lijkt het of wij steeds verder van de ontknooping af zijn, 't Is zelfs in je gevoel of er nooit vrede zal komen. De verwarring wordt grooter, ingewikkelder en de haat feller.


* Dagboekfragmenten 1940-1945

zaterdag 2 maart 2013

Willem Hendrik de Beaufort -- 2 maart 1906

Giovannini, de auditeur van de nuntiatuur, naast wien ik gister aan tafel zat, deelde mij het een en ander mede omtrent Melvil van Lyndens bévue ten opzichte van het openstellen der toetreding tot de Conventie der Vredesconferentie voor de Heilige Stoel. Geen van de leden van het corps diplomatique te 's-Gravenhage wist er iets van; Giovannini zelf evenmin, wat hem zeer griefde en een onaange- namen brief uit Rome op den hals haalde. Hij geloofde niet - wat ik had gehoord - dat er een krasse dépêche van Frankrijk op was gevolgd, wel dat Engeland eerst had toegestemd en later was teruggekrabd. Ook had Kuyper gezegd dat hij er niets van wist, en Loeff evenzeer; zij hadden Melvil van Lynden de zaak in den ministerraad zeer sterk a faire genomen. Kuyper had gezegd: Melvil van Lynden brengt alle kleinigheden in den ministerraad, waarom dit niet dat zooveel belang heeft?
Giovannini hoorde de zaak het eerst van een zijner collega's, die er een brief van zijne regeering over had gekregen en die ten uiterste verwonderd was dat hij er niets van wist. Hij meende ook dat de zaak aan Buitenlandsche Zaken buiten het kabinet om en de afdeeling Politieke Zaken alleen door het Protocol was behandeld. Dit komt mij echter niet geloofwaardig voor; ik kan er evenwel niet naar informeeren. Giovannini beweerde dat wanneer Monbel te Rome was geweest als gezant bij de Heilige Stoel en niet Nisard, de goede verstandhouding bewaard zou zijn gebleven.


Willem Hendrik de Beaufort (1845-1918)) was een Nederlands staatsman. Zijn dagboeken zijn te lezen bij Historici.nl.

vrijdag 1 maart 2013

Constantijn Huygens jr. -- 1 maart 1689

Maert.
1 Dynsd.
Was seer besich met de depesches van post, en altoos seer verkoudt en hoestende, oock wat slap, den honger evenwel redelyck. In 't camertje, daer de Coning en Coninginne aten, komende, om iets te laten teeckenen, stondt de Coningin met Sidney en sprack, maeckende geen mine of se mij sach.
De Con. deed een reveue in 't Hayparke van de Nederlantsche trouppes, en ordonneerde welcke naer Hollandt souden terugh gaen. Daer was een gruwelycke menichte van menschen en koetsen. Het volck rontom de Con loopende, en kussende sijn peerdt en leersen, en soo dringende, dat qualyck daer door konde.


Constantijn Huygens jr. (1628-1697) was een Nederlandse staatsman. Hij was tevens bekend voor zijn werk aan wetenschappelijke instrumenten en als kroniekschrijver van zijn tijd.