• Vertaler en schrijver August Willemsen (1936-2007) verbleef verschillende malen langere tijd in Brazilië. In Braziliaanse brieven vertelt hij over de leuke kanten van het leven daar, en over de minder leuke.
7/8 oktober
Beste Paul,
Het meest Braziliaanse van mijn verblijf in dit land was de manier van er weggaan. Ik moet haast kokhalzen bij de herinnering, maar ik mág het je niet onthouden, want ik weet: al lijkt het onvoorstelbaar dat je zo iets gruwelijks zou kunnen vergeten — die dingen vergeet je. En snel ook. Je stopt ze weg. Als ik dat niet al wist, werd het nog eens bevestigd door een ober in het restaurant waar we een van onze laatste maaltijden in Rio gebruikten. Hij vroeg hoe Brazilië ons bevallen was, en toen ik zei dat ik de mensen aardig vond maar dat de bureaucratie tot krankzinnigheid dreef, dat ik bij mijn vertrek in 1968 had gedacht: 'Dit nooit meer', maar dat ik niettemin was teruggekomen, en dat ik nu weer dacht: 'Dit nooit weer' — toen antwoordde hij : 'Die dingen vergeet je.' En hij had een mooi voorbeeld. In 1966 was hij naar de wereldkampioenschappen voetbal in Engeland gegaan, d.w.z.: hij had alleen geboekt voor de wedstrijden vanaf de kwartfinales. Brazilië immers, met Garrincha én Pelé, zou voor de derde maal wereldkampioen worden. Je weet welk een tragische misvatting dit was: Garrincha was toen al niet meer dan een symbool en heeft niet eens op het veld gestaan, Pelé werd door zijn Portugese broeders onder het gras gestampt, en Brazilië overleefde de voorronde niet. Maar misschien nog erger (en daarover gaat het hier eigenlijk) was wat eraan voorafging. De man had zijn vliegreis (die voor hem een kapitaal vertegenwoordigde) kunnen bekostigen met hulp van zijn schoonzoon, en door lange tijd hard te werken, hard te sparen en zich veel te ontzeggen. Maar tot enkele uren voor vertrek had hij nog geen paspoort: de politie geloofde het verhaal van die schoonzoon niet en wilde weten, rekening houdend met zijn bescheiden inkomen als barbediende, hoe hij aan zoveel geld gekomen was. Het kwam uiteindelijk in orde (met het paspoort dan), maar denk eens aan de spanning, de ergernis, de onzekerheid tot op het laatste moment, de vernedering ook voor de arme man, van wie a priori werd aangenomen dat hij nooit op eerlijke wijze aan dat geld had kunnen komen. En dan die reis nog helemaal voor niks maken ook... `Die dingen vergeet je.'
Noor ligt naast me te slapen. Ik zit naar haar te kijken en begrijp niet waar ze de rust vandaan haalt, kan nauwelijks bevatten dat we werkelijk vliegen, ben weliswaar doodmoe maar nog veel te opgewonden om te slapen, en schrijf dus maar weer, al is het idioot, midden in de nacht, bij een klein spotje.
[Wordt vervolgd].
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten