• Robin Hannelore (1937) is een Belgische Nederlandstalige schrijver en dichter, vooral bekend in de Belgische Kempen. Uit: Een schild met everzwijnen.
Woensdag 29 juli 1987 • Verleden maandag leende ik een overall van Jan Gerlach en toog ik in de kerk met hamer en breekijzer aan het werk. Ik kon dat doen zonder schroom, want nergens duidde een inskriptie op de begraafplaats van een vroegere pastoor, donateur of donatrice. Een halve dag had ik ervoor nodig om enkele vierkante meter van de arduinstenen vloer op te breken. Onder die vloer zat een andere vloer, van gestampte aarde, leem wellicht. En daaronder stootte ik op een derde vloer... van keramiek... Andennekeramiek. Volgens ‘De Geschiedenis van Ykele’ van Benedikt Coppé werd de kerk gedeeltelijk verwoest tijdens de godsdienstoorlogen én nogmaals tijdens de Franse Revolutie. Mijn graafwerk was een peiling van het verleden, een put in de tijd. 's Namiddags kwam Jan Gerlach mij helpen. Jan is blind, maar met zijn handen kan hij zoveel meer dan ik. En gisteren kreeg ik ook de hulp van Vinus Gils. ‘Een krat trappist per dag is niet te veel betaald,’ zei hij. Na elk geledigd flesje plaatste hij de krat één meter verder, zodat het opbreken behoorlijk opschoot. Alhoewel ik mij voorgenomen had de ondergrond zo weinig mogelijk te beroeren - op historisch en archeologisch vlak ben ik een zero - kon ik op een bepaald ogenblik toch mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen: ik nam een troffel en legde een gedeelte van de derde vloer bloot... Groot was mijn verbazing toen ik een figuur met een mijter, een staf, een boek, een geselroede en een bijenkorf in de keramiek ontwaarde. ‘Is dat Sinterklaas?’ vroeg Vinus Gils naiëf.
‘Dat is de heilige Ambrosius!’ wees ik hem terecht. ‘Hij moet ooit de patroon van deze parochie geweest zijn...’
‘Dat kan kloppen,’ mengde Jan Gerlach zich in het gesprek. ‘De heilige Rita werd pas in 1900 heilig verklaard. Ze werd in het Italiaanse Roccaporena nabij Cascia geboren in 1381 en ze stierf in Cascia in 1457. Toen stond hier waarschijnlijk al geruime tijd een kerk.’
Ik had daar nooit over nagedacht. ‘Wie zou haar dan hier aan de mensen opgedrongen hebben?’ vroeg ik domweg.
‘Iemand die een hopeloze zaak toch nog in het reine wilde krijgen,’ zei Vinus plomp.
‘Dat kan zijn,’ meende Jan. ‘De heilige Rita zat achttien jaar opgescheept met een beest van een man. Voor iemand met aspiraties om heilig te worden was dat de absolute impasse. Toen echter werd haar man vermoord. In 1413 werd ze augustines in Cascia. Ze leefde zo boetvaardig dat ze de stigma's van de doornenkroon ontving.
‘1413 min achttien is 1395?’ zei Vinus, terwijl hij een flesje bier ontkurkte. ‘En ze werd geboren in 1381? Dan was ze hoop en al veertien jaar toen ze huwde met die bruut... Dat kind moet wat meegemaakt hebben!’
‘De persoon die haar hier als patroonheilige kon doen aanvaarden, moet zéér invloedrijk geweest zijn,’ mijmerde ik.
‘Rosanne van Ykele,’ zei Jan, met getuite lippen, en knikkend.
‘Nooit van gehoord,’ gaf ik toe.
‘Een schande!’ meende Jan. ‘Op Akeldam, de plaats waar het Akelbeekje zich afscheidt van de Akelbeek, stond vroeger een waterburcht die Prusdare heette. Daar woonde sinds mensenheugenis de gravenfamilie Van Ykele. Rosanne van Ykele was de laatste van het geslacht. Zij was gehuwd met een Limburgse graaf, doch kreeg geen kinderen. Het is best mogelijk dat zij het in het begin van deze eeuw op een koopje wilde gooien met de heilige Rita...’
‘Waar is Rosanne van Ykele gebleven?’ vroeg ik. ‘En die waterburcht?’
‘Zij en haar man stierven in een koncentratiekamp,’ zei Vinus.
Jan knikte. ‘In Mauthausen. In het begin van de jaren veertig zat Prusdare vol Joden. Wij dachten dat het allemaal familieleden van de graaf waren. Iemand moet de Gestapo op de hoogte gebracht hebben... Het kasteel werd opgeblazen.’
Ik moet toch absoluut ‘De Geschiedenis van Ykele’ eens grondig gaan lezen. Lektuur is een troost voor de eenzamen, heb ik altijd gedacht. Waarom kom ik er niet toe hier ook maar één boek te lezen. Waarom ben ik elke avond ziek van melancholie? En op de zolder van de pastorie heb ik nog geen voet gezet. Het is alsof ik er onderbewust altijd van overtuigd geweest ben dat ik hier maar en passant vertoef... tot God inziet wat voor een bok hij in mijn geval geschoten heeft.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten