zondag 30 april 2017

Salvador Dali -- 1 mei 1955

• Niet gehinderd door valse bescheidenheid, zoals de wereld dat van hem gewend was, schetst de Spaanse schilder Salvador Dali (1904-1989) in de dagboekfragmenten in Mijn leven als genie (vertaald door Gerrit Komrij) een zelfportret met surrealistische trekjes.

1 mei 1952
Toen Breton mijn schilderkunst ontdekte, toonde hij zich geschokt door de scatologische elementen, die haar bezoedelden. Ik stond daar verbaasd over. Ik ben, kan men zeggen, begonnen in de stront, die later, vanuit psychoanalytisch standpunt, geïnterpreteerd zon kunnen worden als het gelukkige voorteken van het goud, dat mij – hoe heerlijk! – dreigde te overstromen. Op arglistige wijze probeerde ik de surrealisten te laten geloven dat deze scatalogische elementen de beweging alleen maar geluk konden brengen. Al deed ik nog zo mijn best om de iconografie van de spijsvertering uit alle eeuwen en alle beschavingen te hulp te roepen: de kip met de gouden eieren, het ingewandsdelirium van Danaë, de ezel met zijn vergulde uitwerpselen, men weigerde mij te vertrouwen. Mijn beslissing was meteen genomen. Aangezien ze niets te maken wilden hebben met de stront die ik hun zo edelmoedig aanbood, zou ik deze schatten en dit goud voor mezelf bewaren. Het beroemde anagram, dat twintig jaar later met veel moeite door Breton werd samengesteld: 'Avida Dollars', zou in die periode al als een profetie ontstaan kunnen zijn.
Ik hoefde nog niet eens een week door te brengen temidden van de surrealisten om te ontdekken dat Gala gelijk had. Tot op zekere hoogte tolereerde men mijn scatalogische elementen – Een aantal andere dingen werd daarentegen ‘taboe’ verklaard. Ik herkende hierin dezelfde beperkingen als in de kring van mijn familie. Het bloed was me toegestaan. Ik mocht er een beetje poep aan toevoegen. Maar ik had geen recht op poep alleen. Men stond mij toe om geslachtsorganen af te beelden, maar geen anale fantasieën. Elke anus werd zéér argwanend bekeken! Lesbiennes, ja, dat vonden ze vrij aardig, maar geen pederasten. In dromen kon men naar willekeur gebruik maken van sadisme, paraplu’s en naaimachines, maar ieder religieus element, wanneer het tenminste niet profaan was, was daarin volstrekt uit den boze, zelfs wanneer het een mystieke inslag had. Wanneer men gewoon van een madonna van Rafaël droomde, zonder duidelijke blasfemie, dan was het verboden daarover te praten …

Geen opmerkingen:

Een reactie posten