donderdag 5 januari 2017

Alexander Ver Huell -- 6 januari 1863

Alexander Ver Huell (1822-1897) was een nederlandse tekenaar en schrijver. Uit: Het dagboek van Alexander Ver Huell 1860-1865.

6 Jan.
Gisteren heeft Immerzeel mij zijn schilderij gebragt, het onderwerp gewijzigd. Een gezicht aan den dyk van Wageningen naar Rhenen, (de plaats van den doorbraak) met het torentje van Wageningen in de verte. - Hij heeft zoozeer zijn best gedaan, de schilderij is zoo frisch en harmonieus dat ik hem nog ƒ25 boven de ƒ100 heb geöffreerd. - ook eenige van mijn werkjes die hij mij gevraagd had. - Ik heb den Hr. André de la Porte met een briefje genoodigd om een andere allerliefste schilderij, een manenschijn te komen zien die Immerzeel mede had gebragt om eens te laten beoordelen. - opzettelijk bragt ik hem met den H.r A. de la P. in aanraking omdat deze een kunstauthoriteit is, praeses van het Teekengenootschap [Het Teeken- en Bouwkundig Genootschap ‘Kunstoefening’] enz: en dus het goeye schildertje van nut kan wezen. -

Voor het werk van zijn vader, den schrijver van het Leven der Schilders, bouwstoffen verzamelend, is hij met veel schilders in kennis gekomen en verhaalde hij mij allerlei anecdoten uit den kunstwereld. - o.a. dat Schelfhout (de Winter-schilder) een schrikkelijk ongemanierd, onbeschaafd mannetje is, pratende met een allerplatst Haagsch acccent, die hem bij zijn eerste ontmoeting zeide ‘Ja, vi je dat nou nog al niet één net blaauw jassie, da'k hier aan hip: ja da kosj me ook ƒ15; dat noeme ze nou, “bleu de Fransj.” Koekoek, den landschapschilder zeide hij dat een allergemeenste vent was, en zijn vader een burgerkerel die zich op gezette tijden bezoop 'en op marktdagen te Nijmegen de Roomschen trachtte te bekeeren en dan dat bekeeringswerk meestal met een vechtpartij deed eindigen.
_____

De teekenmeester van Imz.s vader was een O. [?] te Dordrecht. Op een reisje naar Dort ging de oude Imm.l dien grijzen kunstenaar eens bezoeken. -

“Nu moet je toch mijn schilderwerk eens zien.” zeide de zeventigjarige man tot zijn ouden leerling, en plaatste achtereenvolgens 4 schilderijen voor hem ter bezigtiging. - “Wat zeg je daar nu van?” vroeg hij den H.r I. die van de ongelukkige croutes+ niet veel zeggen kon. - Eindelijk riep de oude man uit. “Jij zegt er niets van, omdat je me de waarheid niet zeggen wilt. - maar wil ik je eens zeggen wat het zijn? het zijn prullen, prullen! ik ben een prulschilder, ik kom er nooit, en ik zal een prulschilder sterven!” Van den acteur Schouten+ die altyd de valsche rollen onder Hoedt en Bingley vervulde verhaalde hij mij dat deze steeds zonder geld was en diep in schulden stak. In den omgang had hij steeds zijn acteursstem en gebaren. Een zoon van hem en jongen van 15 jaar, en allerongelukkigst sujet stierf. Het was een zegen voor hem - maar Scholten riep steeds met zijn toneel-stem uit “Hij is niet meer! Hij is thans bij zijne Moeder! daarboven”! waar ook ik weldra hoop te zijn!’ Maar de kist te betalen, vergat hij! - De arme tim-+merman na twee jaren te vergeefsch gewacht te hebben, ging eindelyk zijn nood klagen bij de Directeurs Hoedt en Bingley, die hem zeiden ‘morgen, Zat.g, om 12 uur krijgt Scholten zijn geld - welnu ga dan bij hem, om een uur of één, dan zal hij je je geld wel geven’ - Het mannetje gaat om één uur, vindt Scholten, zittende in zijn oude Chambrecloack, die hem, altijd met zijn verraders stem vraagt. ‘Wat wilt gij?’ De timmerman op bedeesde toon, spreekt hem van ‘het kistje - twee jaar geleden - neem niet kwalyk meneer - dat ik voor uw zoontje...’ Scholten, opstaande, drappeert zich in zijn chambrecloack, doet drie stappen door de kamer, steekt zijn rechterhand uit en roept met daverende stem ‘Ontaarrrde! durft gij een Vaderrr aan den dood herrinnerren van zijn éénig kind!’ en doet den verschrikten timmerman hals over kop de trap af stuiven. -
_____

- Straks kwam Imm. mij zeer bedanken voor mijne aanbeveling die ten gevolge had gehad dat de Hr. A. de la Porte zijn maneschijn voor ƒ100 heeft gekocht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen