zondag 11 december 2016

J.M.A. Biesheuvel -- 12 december 1981

• J.M.A. Biesheuvel (1939) is een Nederlandse schrijver. In 1981 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij (onder het pseudoniem 'God zelf').

Zaterdag [12 december]
Hele dag in bed gebleven. Ik hou alleen de maan en de zon en Sirius en Vernis op hun plaats. Voor de rest zoeken ze het maar uit. In bed krijg ik een angstbui. Ik denk dat ik alleen een oog ben dat absurditeit waarneemt. Het is nu een mengelmoes van een betrekkingswaan en paranoia. Achteraf valt het mee. Het bed staat scheef in dit oude huis en daardoor glijdt er steeds een kreukel in het elektrische dekentje waar ik met mijn billen op lig. Als de kreukel weg is lig ik lekker en is ook de bui over. Hele dag in bed, dieren zijn ook niet gek/vele houden winterslaap. Mag God dan achterblijven? In bed hoor ik hoe de buurvrouw kaas komt brengen. Eva is de hele dag aan het bellen en praten met mensen. Buurman Arnoldussen komt oud brood, kaas en schillen voor de geit en de konijnen brengen. Zijn vrouw is ziek. Die komt anders altijd de spullen brengen. Een heel lief vrouwtje. Ze zorgt goed voor mijn kleintjes. Moet beslist naar de hemel.
Dan komt Loek Post aan mijn bed zitten. Hij handelt in Swarma vlees en Swarma broodjes. Hij vertelt hoe hij twintig broodjes-winkels in Den Haag, Amsterdam en Utrecht heeft. 'Heel leuk 's nachts,' zegt hij. 'Je ziet er iedereen door elkaar in zo'n zaak... Hoeren, ambtenaren, morgensterren en pooiers. Het gaat de hele nacht door. En vreten en zuipen maar. Waarom lig jij zo vaak in je nest?' 'Weltschmerz,' zeg ik, 'het is zuivere Romantiek. Ik kan niet anders.' Loek heeft iets voor me meegebracht. Een oud en versleten pijpenrek. 'Echt iets voor jou,' zegt hij, 'want jij bent toch zo'n ouderwetse klootzak. Dat is ook romantisch. Moet je op je kamer hangen en dan al je lege pijpen erin. Dat staat jofel.' Ik vraag hem of hij er iets op wil schrijven dat het een soort van offer wordt. Hij schrijft op het blanke, geschuurde hout aan de achterkant van het pijpenrek: 'Pijpenrek des Gods' en als ik het hem vraag timmert hij het op een handige plek tegen de muur.
Eva is maar in de weer met eten klaarmaken. Ik hoor de lappen gewoon in de pan sudderen in bed, ja hoe zeg je dat? Vanuit bed hoor ik ze in de pan. Ineens begrijp ik waarom Eva zo druk aan het koken is. Wat ben ik toch een slappe zak om de hele dag op bed te liggen, dag in dag uit, loop eens mee in een demonstratie, schrijf nu eindelijk eens die nota waar de directie van het ziekenhuis waar ik werk al een jaar op zit te wachten! Als Donny, Alice en Albert arriveren kom ik uit bed. Het is acht uur in de avond. Ik weet een briljant verhaal te houden over Ruysdael, Rembrandt en Vermeer, overeenkomsten en verschillen. In twee uur heb ik drie flessen Australische wijn gezopen. Ik was hartstikke dronken. Maar één sudderlapje gegeten en die vind ik juist zo lekker. Dan maar weer naar bed. In'bed bedenk ik dat ik ook een nieuw hok voor de konijnen moet maken en de wormen, hebben die het niet koud met die vorst en de sneeuw?
Ik maak me daar beslist zorgen over. Hebben de pissebedden wel een goed onderkomen in onze tuin? Aan het tuinhekje moet ook wat worden gedaan, er zit een veel te gammel sluitinkje op. Ik vind dat er een klink op moet komen. Dat zal ik zelf doen, maar alleen als het lekker weer is. Voorlopig blijf ik in bed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen