maandag 12 december 2016

Benoîte Groult -- 13 december 1944

Benoîte Groult (1920) is een Franse schrijfster. In 1963 publiceerde ze een oorlogsdagboek, dat ze samen met haar zus Flora geschreven heeft: Journal à quatre mains, in het Nederlands door Nini Wielink vertaald als Dagboek voor vier handen.

13 december 1944
Si possum!* Ik word niet goed van je sums! Si dives sim, nona avarus sim**, dat is algemeen bekend.
Wat een dagen! Ik eet één op de twee maaltijden in het Saint-James en buiten mijn radio-uren om profiteer ik van de aanwezigheid van Ian. Hij heeft, omdat hij uit Winnipeg komt, de indruk dat in die hoofdstad van de liefde die Parijs is, alle vrouwen speciale aanleg voor wellust hebben. Hij denkt dat ik danseuse in Tabarin ben en ook nog kan koken en Xenophon vertalen. Kortom, een volmaakte vrouw! Ik laat hem maar in die waan.
Maar Canadezen bedrinken zich als zwijnen. Ik zie hem en zijn buddie om twaalf uur 's middags weer en dan zijn ze helemaal bezopen van de Cointreau, de Capucines en de 75. Ze blijven er wonderlijk genoeg waardig en stijf uitzien. Vanavond was Ian doodmoe en ben ik met Eve op de Club gebleven om te dineren met twee lange Zuid-Afrikanen, een blonde en een donkere, slank, gedistingeerd, in het bezit van auto's en chauffeurs, en dodelijk saai. 'De chauffeur is een prachtexemplaar,' fluistert Eve tegen me, 'heel wat interessanter dan de majoors.' Jammer genoeg zijn we er voor de majoors. De mijne is de donkere; hij heeft een purperkleurige mond zoals sommige donkere mensen hebben, maar hij opent die alleen om te eten. Ik vraag me af waarom hij de moeite heeft genomen ons uit te nodigen. Maar wie zie ik, als ik weer beneden in de danszaal kom, met zijn hoofd in zijn handen aan de bar staan? Ian, volledig plastered. Ik heb de majoors van de Kaap schaamteloos in de steek gelaten en heb de hele avond met Ian gedanst, me comfortabel tegen zijn borst gevlijd als in een eersteklas rijtuig. Hij weet niet meer wat hij doet. Laat zijn portefeuille bij de bar liggen; gaat een Capucine voor me halen en brengt die aan een ander... herhaalt aan één stuk door dezelfde zinnen: 'Oh! I'm just a guy'.
Ian wekt een soort moederlijk gevoel bij me op.
Hij heeft nog maar drie dagen verlof; ik zou die graag met hem willen doorbrengen. Ik begrijp de Mums wel die trots zijn op die grote aanhankelijke dieren. Maar Kurt is morgen maar een paar uur in Parijs. Ik zal Ian pas overmorgen weer zien.

14 december 1944
Ik voel me een snol en dat hindert me een beetje. Maar het zou onfatsoenlijk zijn om m'n beer teleur te stellen en het is ook ondenkbaar dat ik Ian zou laten vertrekken zonder hem weer te zien, want hij zal nooit meer op mijn weg komen.
Ik voel dat deze periode uniek is; ontstolen aan een leven van eerbaarheid! Het is een onverwacht intermezzo en je zou het lot beledigen als je er niet van profiteerde. Al was het alleen maar om, als ik veertig ben en jaren van trouw achter de rug heb, tegen mezelf te kunnen zeggen: 'O, mannen, daar weet ik alles van.'
Het meervoud begint niet bij twee wanneer het om ervaring gaat. Ik heb Kurt vandaag gezien, mijn lieve Amerikaanse weldoener, en ik heb een heerlijke dag gehad. Maar mijn blonde Ian vertrekt overmorgen voorgoed...


* Als het kan
** Als ik rijk was, zou ik geen vrek zijn

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen