dinsdag 11 november 2014

P.J.M. Aalberse -- 11 november 1918

Piet Aalberse (1871-1948) was een Nederlandse katholieke politicus. Hij hield van 1891-1947 een dagboek bij.

Maandagochtend 11 november reeds om tien uur ministerraad. Ruijs deelde mee dat hij zaterdagavond een conferentie had gehouden met de vrijzinnige leiders, Fock, Rink, Marchant, Dresselhuys en Treub over de handhaving der orde. Ze waren zeer slap. Rink zat te huilen. Huns inziens waren we verloren. De revolutie was niet te keeren. We moesten maar wat toegeven, bijvoorbeeld een paar socialisten in het kabinet opnemen.

Zondagochtend was Ruijs opgeschrikt door een telegram uit Maastricht dat de Duitsche keizer in een automobiel over de grens was gekomen en hier veiligheid zocht. Wat te doen? ’n Paleis aanbieden? Kon niet. Kon ook niet in ’t zuiden blijven wegens de vijandige houding van de bevolking onder wie vele Belgen. Hij moest beschouwd worden als vluchteling, wijl hij, mondeling, afstand van den troon had gedaan. Wij zullen hem op ’t huis Amerongen herbergen onder de hoede van den commissaris der koningin, Van Lynden van Sandenburg. Misschien later naar Schiermonnikoog. Liefst zouden we hem naar Zweden zien afreizen, omdat wij anders allerlei verwikkelingen met de geallieerden zouden kunnen verwachten. Wijl ’t Duitsche leger snel terugtrok, konden wij gedeeltelijk demobiliseeren.

De koningin was zeer onder den indruk van den binnenlandschen toestand. Zij wilde een proclamatie uitvaardigen (daar had ze mij ook al over gesproken). Eenstemmig waren wij van meening dat ’t thans niet ’t goede moment was. Maandag zouden de sociaal-democraten te Rotterdam vergaderen ter voorbereiding van hun congres, dat zaterdag en zondag a.s. zal gehouden worden.

We hadden reeds kennis gekregen van het program dat door het bestuur van de S.D.A.P. zou worden voorgesteld. De volgende twaalf punten kwamen erop voor:
1. onmiddellijke demobilisatie, met uitkeering, zoolang de menschen werkloos waren.
2. algemeen vrouwenkiesrecht en kamerontbinding.
3. afschaffing Eerste Kamer.
4. wettelijke regeling van de achturendag en zesurendag voor mijnwerkers.
5. staatspensioneering op zestigjarigen leeftijd.
6. inwilliging van de eischen van den (socialistischen) Bond van Dienstplichtingen.
7. verhooging van salarissen van werklieden en lagere ambtenaren in publieken dienst en van ’t spoorwegpersoneel.
8. volledige werkloozenzorg onder beheer der arbeidersorganisaties.
9. intrekking stakingswetten 1903.
10. levensmiddelenvoorziening als gemeenschapszorg. Regeling van productie en aanvoer.
11. socialisatie van alle bedrijven, die daarvoor in aanmerking komen.
12. uitvoering van ’t program der Berner vergadering.

Er was nog een ander concept, korter en radicaler, waarop ook voorkwam reconstructie van het kabinet.

In ons land bleek de toestand overal rustig. De actie der S.D.A.P. zou echter van Rotterdam uitgaan, waar zij hun hoofdkwartier zouden vestigen en vandaar de revolutie leiden. In Utrecht was ook een Republikeinsche Partij opgericht onder leiding van dr. Haentjens mijn oude vriend uit Putten! Dinsdag zou Ruijs moeten spreken in de Tweede Kamer. Heemskerk, De Vries en ik zouden die redevoering ’s middags opstellen. ’s Avonds zou de S.D.A.P. een openbare vergadering in Rotterdam houden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen